ECLI:NL:RBROT:2025:13879

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
30 november 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1311
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een dwangakkoord in een schuldregeling met Zilveren Kruis

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 26 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot toepassing van een schuldregeling door verzoekster, die te maken heeft met drie concurrente schuldeisers, waaronder Zilveren Kruis. Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden die voorziet in een betaling van 13% aan de schuldeisers, maar Zilveren Kruis heeft geweigerd in te stemmen met deze regeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de inkomenspositie van verzoekster de komende jaren niet zal toenemen, en dat zij al het mogelijke heeft gedaan om haar schulden te regelen. De rechtbank heeft ook opgemerkt dat twee van de drie schuldeisers akkoord zijn gegaan met de regeling, en dat het voorstel is getoetst door een deskundige partij, Geldplein.

De rechtbank heeft de belangen van verzoekster en de andere schuldeisers zwaarder laten wegen dan die van Zilveren Kruis, die een relatief klein aandeel in de totale schuldenlast heeft. De rechtbank oordeelt dat de aangeboden regeling het uiterste is wat verzoekster kan bieden, en dat de kosten van een wettelijke schuldsaneringsregeling hoger zouden zijn dan de voordelen voor de schuldeisers. Daarom heeft de rechtbank Zilveren Kruis bevolen in te stemmen met de schuldregeling en veroordeeld in de kosten van de procedure, die op nihil zijn begroot, aangezien verzoekster niet door een advocaat is bijgestaan.

De beslissing van de rechtbank is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen acht dagen na de uitspraak worden aangevochten door degene die daartoe recht heeft volgens de Faillissementswet.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 26 november 2025
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 22 juli 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:
- Zilveren Kruis Achmea (hierna: Zilveren Kruis);
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Zilveren Kruis heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift toegezonden.
Ter zitting van 19 november 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
  • mevrouw K. Hau, werkzaam bij Manna Support (hierna: beschermingsbewindvoerder),
Zilveren Kruis is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift drie concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 3.848,14 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 28 oktober 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 13% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar WIA-uitkering. Verzoekster is voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden
percentage in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Twee schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Zilveren Kruis stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 495,65 op verzoekster, welke 12,9% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

In haar verweerschrift heeft Zilveren Kruis zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat zij op 20 januari 2023 al finale kwijting aan verzoekster verleende. Na het verlenen van finale kwijting verliepen de betalingen niet goed. Er ontstond opnieuw een betalingsachterstand waarvoor verzoekster een betalingsregeling heeft getroffen met Zilveren Kruis. Ook de betalingsregeling verliep niet goed. Op 8 maart 2024 is verzoekster onder beschermingsbewind gesteld bij Manna Support. Manna Support heeft een betalingsregeling getroffen voor de betalingsachterstand, die goed wordt nagekomen. Zilveren Kruis vindt het hoogst opmerkelijk dat er binnen een korte periode een tweede schuldhulpverleningstraject wordt opgestart terwijl de aflossingsperiode van het saneringskrediet nog niet is afgelopen. Schuldregelingen in januari 2023 waren nog gebaseerd op 36 maanden. In het tweede traject wordt opnieuw een saneringskrediet verstrekt. Het beschermingsbewind van verzoekster is uitgesproken wegens verkwisting of problematische schulden. Zilveren Kruis ziet veelal dat beschermingsbewind op grond van verkwisting of problematische schulden wordt opgeheven na kwijting van de schulden. Zilveren Kruis is bezorgd dat het beschermingsbewind eindigt zonder dat verzoekster financieel zelfredzaam is.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Zilveren Kruis geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Zilveren Kruis bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Zilveren Kruis in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Zilveren Kruis een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 12,9%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk twee van de drie schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk. Verzoekster is op 4 maart 2020 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard. Voldoende aannemelijk is geworden dat zij in de komende jaren geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan haar huidige inkomen. Door de beschermingsbewindvoerder is ter zitting verklaard dat zij in ieder geval betrokken blijft zolang het saneringskrediet wordt afgelost en dat onderzocht zal worden of er gronden zijn om ook nadien het bewind voort te zetten.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Zilveren Kruis, die geweigerd heeft in te stemmen.
Het verzoek om Zilveren Kruis te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Zilveren Kruis zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Zilveren Kruis om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Zilveren Kruis in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van Z. da Luz Almeida, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.