Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer R.F.J.P. Aeppli, beschermingsbewindvoerder;
- de heer [persoon A] , verhuurder (hierna: verweerder);
- de heer mr. J.J. Jaspers, advocaat van verweerder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis te verbieden. Dit vonnis was gebaseerd op de beëindiging van de huurovereenkomst per 30 juni 2025, niet op een financiële tekortkoming. Verzoeker is onder beschermingsbewind gesteld en ontvangt een PW-uitkering, met voldoende inkomen om de lopende huur te betalen.
De rechtbank oordeelt dat er weliswaar sprake is van een bedreigende situatie vanwege de dreigende ontruiming, maar dat een moratorium ex artikel 287b Fw alleen kan worden toegekend indien het ontruimingsvonnis gebaseerd is op een financiële tekortkoming uit de huurovereenkomst. Dit is hier niet het geval, aangezien het vonnis is gebaseerd op de overeengekomen beëindiging van de huurovereenkomst.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet spoedig zal worden afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Het verzoek om een moratorium op de ontruiming wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot schuldsanering wordt niet-ontvankelijk verklaard.