In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 3 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [eiser 1] c.s. en Schoonmaakbedrijf Nancy B.V. De eisers, vertegenwoordigd door mr. N. Sanders-van Dongen, vorderden de ontbinding van de huurovereenkomst met Nancy vanwege een huurachterstand van drie maanden, die inmiddels was ingelopen. Ondanks het voldoen van de huurachterstand, stelden de eisers dat het structurele betalingsgedrag van Nancy een ernstige tekortkoming vormde die ontbinding rechtvaardigde. De kantonrechter oordeelde dat Nancy, die de huur vanaf 1 mei 2021 huurde, haar verplichtingen niet nakwam en dat de ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd was. De rechter wees ook de gevorderde wettelijke rente toe over de huurachterstand en bepaalde dat Nancy het gehuurde binnen een maand moest ontruimen, met een gebruiksvergoeding van € 1.518,12 per maand tot de ontruiming. Daarnaast werd Nancy veroordeeld in de proceskosten van € 1.218,04. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk uitgevoerd kon worden, ook als Nancy in hoger beroep ging.