ECLI:NL:RBROT:2025:13872

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
11707385 CV EXPL 25-12028
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van huurovereenkomst wegens structurele huurachterstand en betalingsverplichtingen

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 3 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [eiser 1] c.s. en Schoonmaakbedrijf Nancy B.V. De eisers, vertegenwoordigd door mr. N. Sanders-van Dongen, vorderden de ontbinding van de huurovereenkomst met Nancy vanwege een huurachterstand van drie maanden, die inmiddels was ingelopen. Ondanks het voldoen van de huurachterstand, stelden de eisers dat het structurele betalingsgedrag van Nancy een ernstige tekortkoming vormde die ontbinding rechtvaardigde. De kantonrechter oordeelde dat Nancy, die de huur vanaf 1 mei 2021 huurde, haar verplichtingen niet nakwam en dat de ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd was. De rechter wees ook de gevorderde wettelijke rente toe over de huurachterstand en bepaalde dat Nancy het gehuurde binnen een maand moest ontruimen, met een gebruiksvergoeding van € 1.518,12 per maand tot de ontruiming. Daarnaast werd Nancy veroordeeld in de proceskosten van € 1.218,04. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk uitgevoerd kon worden, ook als Nancy in hoger beroep ging.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11707385 CV EXPL 25-12028
datum uitspraak: 3 oktober 2025
vonnis van de kantonrechter
in de zaak van

1.[eiser 1] , en

2.
[eiser 2],
woonplaats: [plaats 1] ,
eisers,
gemachtigde: mr. N. Sanders-van Dongen,
rolgemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders,
tegen
SCHOONMAAKBEDRIJF NANCY B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: de heer [persoon A] .
Partijen worden hierna ‘ [eiser 1] c.s.’ respectievelijk ‘Nancy’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 6 mei 2025, met bijlagen;
  • het schriftelijke verweer, met bijlagen;
  • de conclusie van repliek, met bijlagen;
  • het e-mailbericht van 28 juli 2025 van de heer [persoon A] , met bijlage.
1.2.
Bij gemeld e-mailbericht is een machtiging overgelegd. Daaruit blijkt dat Nancy de heer [persoon A] heeft gemachtigd haar in deze kwestie te vertegenwoordigen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Nancy huurt vanaf 1 mei 2021 van [eiser 1] c.s. de woonruimte aan [adres] te ( [postcode] ) [plaats 2] (‘het gehuurde’). De huur, die maandelijks vooraf moet worden betaald, is nu € 1.518,12 per maand, inclusief € 100,- aan voorschot voor de servicekosten. Nancy verhuurt kamers van het gehuurde onder aan haar werknemers. Bij dagvaarding was er een huurachterstand van € 4.554,36 (drie maanden). Hoewel die huurachterstand inmiddels is voldaan, willen [eiser 1] c.s. nog steeds dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. De kantonrechter is het daarmee eens. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De huurachterstand is ingelopen
2.2.
Uit de conclusie van repliek blijkt dat Nancy de huurachterstand inmiddels, na dagvaarding, heeft voldaan.
Nancy moet rente betalen
2.3.
De over de huurachterstand gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [eiser 1] c.s. genoeg hebben gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en Nancy dat niet heeft betwist.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.4.
De kantonrechter stelt voorop dat de verplichting huur te betalen een zogenaamde brengschuld is. Dat betekent dat Nancy er zelf voor moet zorgen dat zij de huur telkens op tijd betaalt, zonder dat daarvoor een factuur, herinnering of ‘tikkie’ van [eiser 1] c.s. nodig is. Uit wat [eiser 1] c.s. hebben aangevoerd, blijkt echter dat Nancy vanaf mei 2024 de huur steeds te laat heeft betaald en daarna drie maanden huurachterstand heeft laten ontstaan. Ook blijkt daaruit dat [eiser 1] c.s. Nancy er meerdere keren op hebben gewezen dat zij haar betalingsverplichtingen niet nakwam en hebben verzocht dat alsnog te doen. Nancy heeft echter geen beterschap getoond maar een forse huurachterstand van drie maanden laten ontstaan. Dit (wan)betalingsgedrag van Nancy vormt een ernstige tekortkoming die de ontbinding van de huurovereenkomst en de daarmee gepaard gaande ontruiming in beginsel rechtvaardigt, ook al is de huurachterstand waarvoor gedagvaard is inmiddels voldaan.
2.5.
Nancy heeft aangevoerd dat zij haar werknemers die in het gehuurde wonen, niet op straat kan zetten en dat er in deze tijd geen andere woningen te vinden zijn. Dat is voor de kantonrechter hier, hoe vervelend ook, van onvoldoende gewicht om de door [eiser 1] c.s. op goede gronden geëiste ontbinding van de huurovereenkomst af te wijzen. Daarbij heeft meegewogen dat het hier gaat om een door Nancy zakelijk, namelijk in de uitoefening van haar bedrijf, aangegane huurovereenkomst en dat Nancy geen feiten of omstandigheden heeft gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat haar belang bij voortzetting van de huur hier zwaarder zou moeten wegen dan het belang van [eiser 1] c.s. om bevrijd te worden van een huurder die gedurende langere tijd slecht betalingsgedrag vertoont. De huurovereenkomst wordt dan ook ontbonden.
Nancy moet het gehuurde ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.6.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet Nancy het gehuurde ontruimen. Dat moet binnen een maand nadat dit vonnis is betekend. Tot en met de dag van ontruiming moet Nancy een gebruiksvergoeding van € 1.518,12 per maand betalen (artikel 7:225 BW). [eiser 1] c.s. hebben niet uitgelegd waarom dat (zoals door hen geëist) meer zou moeten zijn of waarom Nancy een vergoeding moet betalen voor de rest van de laatste maand.
Nancy moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van Nancy, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die zij [eiser 1] c.s. moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 257,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor hun gemachtigde (twee punten à € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.218,04. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser 1] c.s. dat hebben geëist en Nancy daartegen geen bezwaar heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als een van partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Nancy om aan [eiser 1] c.s. te betalen de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 4.554,36 vanaf de vervaldatum van de respectieve facturen tot de dag dat volledig werd betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt Nancy om binnen een maand na de datum waarop dit vonnis is betekend het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege Nancy bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiser 1] c.s. te stellen;
3.3.
veroordeelt Nancy om vanaf 1 juni 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan [eiser 1] c.s. te betalen € 1.518,12 per maand;
3.4.
veroordeelt Nancy in de proceskosten, die aan de kant van [eiser 1] c.s. worden begroot op € 1.218,04;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
654