De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar voldoet aan de voorwaarden voor toelating, waaronder het te goeder trouw zijn en de verwachting dat aan de verplichtingen van de Wsnp zal worden voldaan.
De rechtbank is bevoegd de insolventieprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland ligt. De looptijd van de Wsnp wordt vastgesteld op 18 maanden, ingaande op de datum van het vonnis, 14 november 2025.
Het verzoek om een eerdere ingangsdatum, namelijk 28 maart 2025, wordt afgewezen omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat de schuldenaar aan zijn afdrachtverplichting heeft voldaan. De benodigde stukken om het vrij te laten bedrag (vtlb) volledig te kunnen beoordelen ontbreken, waardoor controle op de afdracht niet mogelijk is.
Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de Wsnp-verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien de schuldenaar aan alle verplichtingen voldoet.