De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 november 2025 het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) wegens problematische schulden. Verzoeker had geen poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling gedaan, omdat de grootste schuldeiser, de Belastingdienst, dit vooraf had afgewezen. De rechtbank achtte het aannemelijk dat een minnelijk traject niet mogelijk was en verklaarde verzoeker ontvankelijk.
Verzoeker voldeed aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zich in problematische schulden bevinden en te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden. De rechtbank stelde de looptijd van de regeling vast op 18 maanden en beoordeelde de ingangsdatum. Omdat verzoeker in 2024 niet kon aantonen volledig af te lossen volgens het vrij te laten bedrag (vtlb), kon de ingangsdatum niet eerder dan 1 januari 2025 liggen.
Uit de controle van het vtlb in 2025 bleek dat verzoeker in de eerste helft van het jaar een afloscapaciteit had van €63,84 per maand en in de tweede helft €64,94, maar niet volledig afdroeg. Gedurende negen maanden lag beslag op het inkomen, maar verzoeker had ook de mogelijkheid om aanvullend af te lossen, wat niet gebeurde. De rechtbank stelde daarom de ingangsdatum vast op 14 augustus 2025, drie maanden eerder dan de datum van het vonnis.
Tijdens het Wsnp-traject worden de verplichtingen van verzoeker gecontroleerd door een bewindvoerder, die tevens de boedel beheert en vereffent. Een rechter-commissaris houdt toezicht op de bewindvoerder. Als verzoeker zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waarbij schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. De rechtbank benoemde de bewindvoerder en rechter-commissaris en stelde de einddatum van de regeling vast op 14 februari 2027.