Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
8 oktober 2025;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank heeft vastgesteld dat sprake is van een bedreigende situatie, aangezien een vonnis tot ontruiming is uitgesproken en een exploot is betekend waarin ontruiming is aangekondigd.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die met haar minderjarige kinderen in de woning wil blijven en een minnelijk schuldhulpverleningstraject doorloopt, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. Verzoekster heeft aangetoond dat zij de huurtermijnen van oktober en november 2025 tijdig heeft voldaan en voldoende inkomen heeft om de lopende termijnen te betalen. Sinds 20 oktober 2025 staat zij onder beschermingsbewind, wat de continuïteit van betaling waarborgt.
Gelet op deze omstandigheden weegt het belang van verzoekster zwaarder en wordt het moratorium voor zes maanden toegekend onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming van huurwoning geschorst onder voorwaarde tijdige huurbetaling.