Verzoeker heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster verbiedt het vonnis tot ontruiming van zijn woonruimte uit te voeren. Dit verzoek volgt op een eerder moratorium dat zes maanden heeft geduurd en inmiddels is verstreken. Verzoeker tracht een minnelijke regeling met schuldeisers te treffen en heeft recent zijn afloscapaciteit verhoogd, waardoor het aanbod aan schuldeisers is gestegen.
Verweerster wenst het vonnis tot ontruiming te effectueren, ondanks dat de lopende huurtermijnen worden voldaan. De rechtbank beoordeelt dat het oorspronkelijke verzoek ex artikel 287b Fw niet langer openstaat en kwalificeert het huidige verzoek als een verzoek ex artikel 287, vierde lid, Fw. De spoedeisendheid is aangetoond door de dreiging van ontruiming.
Na belangenafweging weegt het belang van verzoeker, die in afwachting van een beslissing op zijn verzoek tot schuldsanering in zijn woning wil blijven, zwaarder dan dat van verweerster. De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig en volledig worden voldaan en de voorziening vervalt bij intrekking of definitieve beslissing op het schuldsaneringsverzoek.