Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 oktober 2025, met bijlagen;
- de akte van [eiser] van 23 oktober 2025 met een eisvermeerdering.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder betaling van een huurachterstand van €8.600,70 en ontruiming van de gehuurde woning door de huurders, die niet zijn verschenen en verstek lieten verlenen. De huurders huren de woning sinds november 2021 en de maandelijkse huur bedraagt €1.720,14.
De kantonrechter oordeelt dat er spoedeisend belang is bij de vordering en dat de gevorderde ontruiming niet onrechtmatig of ongegrond is. Ondanks dat de verhuurder de huurders kort voor de dagvaarding heeft aangemeld bij de gemeente voor schuldhulpverlening, is dit onvoldoende om ontruiming te voorkomen, mede gezien aanwijzingen dat de huurders niet meer in de woning verblijven.
De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de maandelijkse huur tot aan de ontruiming, en de wettelijke rente over deze bedragen. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten van €913,45. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van huurachterstand en ontruiming van de woning binnen zeven dagen.