ECLI:NL:RBROT:2025:13699

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
C/10/702391 / KG ZA 25-662
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis ter correctie van dwangsomveroordelingen in civiele zaak

In deze civiele procedure voor de rechtbank Rotterdam is op verzoek van de gedaagde een herstelvonnis gewezen ter correctie van een kennelijke fout in het eerdere vonnis van 7 november 2025.

De fout betrof de onjuiste vermelding van de partij aan wie een eventueel verbeurde dwangsom betaald moest worden. In de oorspronkelijke uitspraak stond dat eisers een dwangsom aan eiser 1 moesten betalen, terwijl dit uiteraard aan de gedaagde moest gebeuren.

De voorzieningenrechter oordeelde dat deze verschrijving duidelijk was en zich eenvoudig liet herstellen op grond van artikel 31 lid 1 Rv Pro. Het herstelvonnis wijzigt de betreffende passages in de overwegingen 5.4. en 5.7 en bepaalt dat deze correctie wordt opgenomen in de minuut van het oorspronkelijke vonnis.

Partijen worden tevens gelast om de ontvangen vonnissen aan de griffie te retourneren zodat de administratieve afhandeling correct kan plaatsvinden.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de kennelijke fout in het vonnis en wijzigt de dwangsomveroordelingen zodat eisers aan de gedaagde betalen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/702391 / KG ZA 25-662
Herstelvonnis van 24 november 2025
in de zaak van

1.[eiser 1],2. [eiser 2],

woonplaats: Den Haag,
eisende partijen,
advocaat: mr. A.C. de Bakker,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Dordrecht,
gedaagde partij,
advocaat: mr. W.S. Santema.
Partijen worden hierna [eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde] genoemd.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij bericht van 19 november 2025 is de voorzieningenrechter door de advocaat van [gedaagde], mr. W.S. Santema, verzocht om verbetering van het op 7 november 2025 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat in randnummers 5.4. en 5.7. van dat vonnis de naam [eiser 1] wordt vervangen door [gedaagde].

2.De beoordeling

2.1.
Artikel 31 lid 1 Rv Pro bepaalt dat de rechter, op verzoek van een partij of ambtshalve, te allen tijde in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent verbetert. Van een dergelijke fout is bijvoorbeeld sprake bij een zeer duidelijke verschrijving wanneer buiten twijfel is wat de rechter tot uitdrukking wilde brengen en die zich ook voor eenvoudig herstel leent.
2.2.
In randnummers 5.4. en 5.7. van de beslissing in het vonnis van 7 november 2025 zijn dwangsomveroordelingen uitgesproken. Die dwangsomveroordelingen zijn gekoppeld aan veroordelingen van [eiser 1] en [eiser 2] om hun medewerking te verlenen aan het verstrekkende van notariële machtigingen. Per abuis staat in randnummers 5.4. en 5.7. dat [eiser 1] en [eiser 2] een eventueel verbeurde dwangsom aan [eiser 1] moeten betalen. [eiser 1] en [eiser 2] moeten een eventueel verbeurde dwangsom vanzelfsprekend aan [gedaagde] betalen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit voor partijen en derden ook direct duidelijk. Deze kennelijke fout leent zich voor eenvoudig herstel door middel van een herstelvonnis. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe op de wijze zoals hierna onder de beslissing staat vermeld.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
bepaalt dat waar in overwegingen 5.4. en 5.7. van het op 7 november 2025 tussen [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds en [gedaagde] anderzijds gewezen vonnis staat “
veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] om aan [eiser 1]” wordt gewijzigd in “
veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] om aan [gedaagde]”;
3.2.
bepaalt dat deze verbeteringen onder vermelding van de datum 24 november 2025 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 7 november 2025;
3.3.
gelast elk van partijen – voor zover zij dit niet al hebben gedaan – de ontvangen grosse, dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 7 november 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025.
3349 / 2009