ECLI:NL:RBROT:2025:13682

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1221 – FT RK 25/1222
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord bij schuldenaar zonder afloscapaciteit op basis van WIA-uitkering

Verzoeker, arbeidsongeschikt verklaard en met een WIA-uitkering, diende een verzoek in tot dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet nadat één schuldeiser, Elbuco B.V., weigerde in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling hield in dat geen uitkering aan schuldeisers zou plaatsvinden, gebaseerd op de NVVK-norm en de ongewijzigde voortzetting van de WIA-uitkering.

De rechtbank stelde vast dat twaalf van de dertien schuldeisers akkoord gingen met het voorstel en dat Elbuco slechts een klein deel van de totale schuld vertegenwoordigde. Elbuco weigerde mee te werken omdat zij een volledige betaling wenste of de retour van een onbeschadigd product.

De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen afloscapaciteit heeft en ook geen reëel vooruitzicht daarop, en dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat is. Gezien het belang van verzoeker bij een schuldenvrije toekomst en de onevenredigheid van het belang van Elbuco, werd het verzoek toegewezen. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen mee te werken aan schuldregeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 7 november 2025
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te van [adres]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 8 juli 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:
- Elbuco B.V., in behandeling bij Deqt (hierna: Elbuco);
die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 30 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • mevrouw E. de Wit, werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlener);
  • mevrouw M.R. van den Heerik, werkzaam bij Perspectief Bewindvoering en Inkomensbeheer B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Elbuco is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Bij e-mail van 31 oktober 2025 heeft de beschermingsbewindvoerder aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift dertien schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser en twaalf concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 30.749,75 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 18 februari 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn WIA-uitkering. Verzoeker is voor 80 – 100% arbeidsongeschikt verklaard. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij niet verwacht dat de afloscapaciteit van verzoeker binnen afzienbare tijd zal toenemen.
Voor wat betreft de vordering van Elbuco heeft verzoeker ter zitting verklaard dat dit de aankoop van een televisie betreft, die door een ongeluk in huis kapot is gegaan en in overleg met Elbuco door verzoeker is afgevoerd naar de milieustraat.
Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan.
Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Elbuco stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 1.400,- op verzoeker, welke 4,55% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Elbuco geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten. Elbuco heeft in de correspondentie met schuldhulpverlening te kennen gegeven niet akkoord te gaan met het voorstel. Als het product compleet en onbeschadigd wordt geretourneerd, is Elbuco bereid het voorstel te heroverwegen.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling niet voorziet in een uitkering, staat het belang van Elbuco bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Elbuco in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Elbuco een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 4,55%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk twaalf van de dertien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Stroomopwaarts. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar onderbouwd, met inachtneming van de nadere toelichting die ter zitting is gegeven op de persoonlijke situatie van verzoeker.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker al langere tijd niet beschikt over betaald werk. Verzoeker ontvangt vanaf 17 oktober 2011 een WIA-uitkering en is op 1 mei 2019 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard. Voldoende aannemelijk is geworden dat hij in de komende jaren geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan zijn huidige inkomen. Voorts is ter onderbouwing van het verzoek een vtlb-berekening aangeleverd waaruit blijkt dat verzoeker onder de huidige omstandigheden geen afloscapaciteit heeft. Dat dit op termijn zal wijzigen, is niet aannemelijk geworden. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker in de komende jaren geen afloscapaciteit zal verkrijgen. Daarnaast is niet gebleken dat verzoeker over vermogensbestanddelen beschikt die waarde zouden kunnen opleveren voor de schuldeisers.
Uit het bovenstaande vloeit ook voort dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, zoals subsidiair verzocht. Dat betekent dat ook in de situatie dat de schuldsaneringsregeling (eventueel met een eerdere ingangsdatum) op verzoeker van toepassing zou zijn, er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat terwijl toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich brengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. De verwachting is dat een groot deel van de wsnp-gerelateerde kosten ten laste van de Staat zouden moeten komen.
Gelet op die omstandigheden en het belang van verzoeker bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoeker in dit geval naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van Elbuco.
Het verzoek om Elbuco te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Elbuco zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal worden gekweten van zijn schulden. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Elbuco om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Elbuco in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.