ECLI:NL:RBROT:2025:13672
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing moratoriumverzoek en niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid en inzet
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet om uitvoering van een ontruimingsvonnis te voorkomen. Verzoeker ontvangt een maandelijks inkomen van €3.000 uit eigen onderneming en heeft de lopende huurtermijn voor november 2025 voldaan. Echter, de rechtbank constateert dat verzoeker sinds mei 2025 geen betalingen heeft gedaan op de huurachterstand en van juni tot oktober 2025 de huurtermijnen niet heeft voldaan.
Verweerster voert aan dat verzoeker de afspraken uit het ontruimingsvonnis niet is nagekomen en dat het verzoek misbruik van recht betreft, bedoeld om uitstel van ontruiming te verkrijgen. Ook is er geen concreet uitzicht op een duurzame schuldregeling. Verzoeker is niet verschenen bij de zitting en heeft slechts eenmaal contact gehad met een schuldhulpverlener zonder concreet plan.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming, maar dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat verzoeker de lopende termijnen kan en zal voldoen. Ook is onvoldoende overtuigend dat verzoeker zich zal inspannen voor een oplossing van zijn problematische schuldensituatie. Het belang van verweerster om uitvoering van het vonnis te kunnen realiseren weegt zwaarder dan het belang van verzoeker. Daarom wordt het moratoriumverzoek afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wijst proceskostenveroordeling af gezien de omstandigheden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.