Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. A. El Ouath, werkzaam bij ILM advocaten (hierna: advocaat);
- de heer M. El-joghrafi, werkzaam bij JM Bewind B.V., (hierna: beschermingsbewindvoerder);
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Stichting Hef Wonen, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster);
- mevrouw mr. drs. L.J. Verheij, werkzaam bij Kneppelhout & Korthals N.V. (hierna: advocaat versweerster).
2.Het verzoek
3 november 2025 – door de moeder van verzoeker – voldaan. Daarnaast staat verzoeker – sinds kort – onder beschermingsbewind, waardoor ook voldoende aannemelijk is dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden betaald. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard zorg te dragen voor betaling van de huurtermijnen vanaf december 2025.
3.Het verweer
4.De beoordeling
3 november 2025, weliswaar te laat, voldaan. Beschermingsbewind zal waarborgen dat de huurtermijnen vanaf december 2025 tijdig zullen worden voldaan. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoeker zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.
5.De beslissing
10 oktober 2025;
I.A. van Buuren, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.