ECLI:NL:RBROT:2025:13636

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
11809965 CV EXPL 25-16145
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g lid 1 onder a BWArt. 6:29 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande factuur voor juridische werkzaamheden toegewezen aan eiseres

In deze civiele procedure vordert de maatschap eiseres betaling van een openstaande factuur van €3.179,44 voor verrichte juridische werkzaamheden. Gedaagde erkent de vordering, maar voert financiële moeilijkheden aan.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet als consument handelt, aangezien de opdracht verband houdt met zijn functie als bestuurder van een B.V. en het faillissement van een andere B.V. Hierdoor vindt geen ambtshalve toetsing plaats op de informatieverplichtingen en het kostenbeding.

De vordering wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 22 december 2023 tot volledige betaling. Proceskosten worden begroot op €760,14 en komen voor rekening van gedaagde. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.179,44 met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11809965 CV EXPL 25-16145
datum uitspraak: 21 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de maatschap naar burgerlijk recht
[eiseres],
vestigingsplaats: [plaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.A.D. [eiseres] ,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [plaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Tussen [eiseres] en [gedaagde] heeft een overeenkomst van opdracht bestaan, op grond waarvan [eiseres] juridische werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht. Er staat nog een factuur open. [eiseres] eist dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om aan haar het openstaande bedrag van € 3.179,44 te betalen, met rente en proceskosten, zoals in de dagvaarding van 14 juli 2025 staat. Ook eist zij dat de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
1.2.
[gedaagde] heeft gereageerd op de dagvaarding en heeft de vordering erkend.

2.De beoordeling

[gedaagde] is geen consument
2.1.
In de rolbeslissing van 26 september 2025 heeft de kantonrechter [eiseres] gevraagd om zich uit te laten over de vraag of [gedaagde] een consument is. Volgens [eiseres] is dat niet het geval. De kantonrechter is dat met [eiseres] eens.
2.2.
[gedaagde] heeft de opdracht aan [eiseres] gegeven in zijn hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1] B.V. in verband met een faillissement van [bedrijf 2] B.V. [bedrijf 1] B.V. was bestuurder van [bedrijf 2] B.V. De opdracht had te maken met het faillissement en het voorkomen van aansprakelijkheid van [bedrijf 1] B.V. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] daarom niet heeft gehandeld voor doeleinden die buiten zijn bedrijfsactiviteiten vielen en daarmee is hij geen consument als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 onder a BW.
2.3.
Omdat [gedaagde] geen consument is, wordt de overeenkomst van opdracht tussen partijen door de kantonrechter niet (ambtshalve) getoetst op nakoming van de informatieverplichtingen.
[gedaagde] moet een hoofdsom van € 3.179,44 betalen
2.4.
[gedaagde] heeft erkend dat de eis klopt. Hij heeft uitgelegd hoe de schuld is ontstaan en dat hij het financieel moeilijk heeft. De kantonrechter begrijpt dat het voor [gedaagde] financieel niet makkelijk is, maar dat betekent niet dat hij te laat mag betalen. Daarom wordt de geëiste hoofdsom toegewezen op basis van de feiten die in de dagvaarding staan.
2.5.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet [eiseres] namelijk toestemming geven en dat heeft [eiseres] niet gedaan (artikel 6:29 BW Pro). [gedaagde] kan wel contact opnemen met [eiseres] om te vragen of [eiseres] alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 257,- aan griffierecht, € 238,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal € 760,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 3.179,44 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 22 december 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 760,14;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
51909