In deze civiele zaak vordert een advocatenkantoor betaling van openstaande nota's ter hoogte van €21.019,89 van een consument die het kantoor opdracht gaf bij de afwikkeling van een nalatenschap. De consument betwist de hoogte van de facturen en stelt dat zij niet tijdig of volledig geïnformeerd was over de kosten.
De kantonrechter toetst ambtshalve of het kostenbeding in de overeenkomst oneerlijk is, aangezien het een consumentenovereenkomst betreft. Uit jurisprudentie van het HvJ EU volgt dat het kostenbeding een kernbeding is dat transparant moet zijn, zodat een gemiddelde consument de financiële gevolgen kan inschatten.
De rechter oordeelt dat het enkel vermelden van een uurtarief zonder duidelijke raming of tussentijdse declaraties onvoldoende is om transparantie te waarborgen. Het kostenbeding geeft de consument geen reële mogelijkheid om de totale kosten te overzien, wat leidt tot een oneerlijk beding dat de belangen van de consument aanzienlijk schaadt.
Indien het kostenbeding definitief als oneerlijk wordt aangemerkt, zal het worden vernietigd, wat leidt tot nietigverklaring van de gehele overeenkomst omdat deze zonder kostenbeding geen betekenis heeft. De advocaat krijgt dan mogelijk geen vergoeding voor haar diensten. De advocaat krijgt gelegenheid zich hierover uit te laten op een rolzitting.