Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Geldigheid van de dagvaarding 10-169112-24, feit 1 en feit 2
anderszins toegepaste uitwendige geweldvoor de vraag komen te staan of deze beschuldiging wel voldoende concreet is om daarover een gefundeerd oordeel te kunnen geven. In de beschuldiging moet immers – al was het maar tegen de achtergrond van het dossier – voldoende concreet en feitelijk zijn omschreven waartegen de verdachte zich heeft te verweren en waarover de rechtbank heeft te beslissen.
3.Bewijs / Vrijspraak
- een breuk van de rechteronderarm (twijgbreuk van het rechterspaakbeen nabij de pols, en een dwarse breuk van de rechterellepijp nabij de pols);
- uitgebreide afwijkingen van het hersenweefsel met verlies van de grijswitte
- H3: het letsel is toegebracht door [het oudste zusje] zelf;
- H4: het letsel is toegebracht door iemand anders dan [het oudste zusje] zelf;
- H5: achterhoofd met kracht tegen kast bewegen;
- H6: vanuit staan, met een afstand van circa 130 cm, vallen op achterhoofd;
- H7: klap met platte hand op achterhoofd door volwassene;
- H8: val van trap (hoogte onduidelijk);
- H8a: met kaptafel; hierbij is op basis van de processen-verbaal aangenomen dat eerst de kaptafel viel en [het oudste zusje] hierop terechtkwam;
- H8b: zonder kaptafel;
- H9: sprong van trap van circa 1,5 meter hoogte;
- H10: voorhoofd tegen muur/ grond bewegen;
- H11: val van bed;
- H12: met gezicht tegen het bed aanlopen;
- H13: tape over mond;
- H14: touw om nek;
- H18: slaan/schoppen door een volwassene (waaronder met vuist op borst) en daardoor vallen op de grond.
- H19: squats maken;
- H20: slaan door volwassenen met vuisten/platte hand op bovenbenen circa 5 tot 10 keer.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en maatregel
6.Vorderingen van de benadeelde partijen
- in de gevorderde affectieschade, omdat niet kan worden vastgesteld dat het blijvend (hersen)letsel bij [het oudste zusje] is veroorzaakt door de verdachte of dat zij daarvoor aansprakelijk kan worden gehouden;
- in de gevorderde schokschade, omdat onvoldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij als gevolg van de schok geestelijk letsel heeft opgelopen.
7.Wettelijke voorschriften
8.Beslissingen
gevangenisstraf van 8 (acht) jaar;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
benadeelde partij [het oudste zusje](parketnummer 10-169112-24, feiten 2, 3 en 4) te betalen
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [het oudste zusje] aan de staat
€ 200.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
329 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
benadeelde partij [de moeder van de zusjes], te betalen € 18.006,28, bestaande uit € 506,28 als vergoeding van materiële schade (parketnummer 10-16112-24, feiten 2, 3 en 4) en € 17.500,- als vergoeding van immateriële schade (parketnummer 10-169112-24, feit 4), en de wettelijke rente hierover vanaf 16 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [de moeder van de zusjes] aan de staat
€ 18.006,28te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
30 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[het jongste zusje](parketnummer 10-349974-24), te betalen € 500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [het jongste zusje] aan de staat
€ 500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling.
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[het oudste broertje](parketnummer 10-343175-24) niet-ontvankelijk in de vordering;
[het jongste broertje](parketnummer 10-343175-24) niet-ontvankelijk in de vordering;