Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Geldigheid van de dagvaarding 10-169481-24 onder 1 en 2
anderszins toegepaste uitwendige geweldvoor de vraag komen te staan of deze beschuldiging wel voldoende concreet is om daarover een gefundeerd oordeel te kunnen geven. In de beschuldiging moet immers – al was het maar tegen de achtergrond van het dossier – voldoende concreet en feitelijk zijn omschreven waartegen de verdachte zich heeft te verweren en waarover de rechtbank heeft te beslissen.
3.Bewijs / Vrijspraak
10-169481-24 onder 1, 2 en 4. Het zwaar lichamelijk letsel dat onder dit parketnummer onder 3 ten laste is gelegd kan niet worden bewezenverklaard.
- een breuk van de rechteronderarm (twijgbreuk van het rechterspaakbeen nabij de pols, en een dwarse breuk van de rechterellepijp nabij de pols);
- uitgebreide afwijkingen van het hersenweefsel met verlies van de grijswitte
- H3: het letsel is toegebracht door [het oudste zusje] zelf;
- H4: het letsel is toegebracht door iemand anders dan [het oudste zusje] zelf;
- H5: achterhoofd met kracht tegen kast bewegen;
- H6: vanuit staan, met een afstand van circa 130 cm, vallen op achterhoofd;
- H7: klap met platte hand op achterhoofd door volwassene;
- H8: val van trap (hoogte onduidelijk);
- H8a: met kaptafel; hierbij is op basis van de processen-verbaal aangenomen dat
- H8b: zonder kaptafel;
- H9: sprong van trap van circa 1,5 meter hoogte;
- H10: voorhoofd tegen muur/grond bewegen;
- H11: val van bed;
- H12: met gezicht tegen het bed aanlopen;
- H13: tape over mond;
- H14: touw om nek;
- H18: slaan/schoppen door een volwassene (waaronder met vuist op borst) en daardoor vallen op de grond.
- H19: squats maken;
- H20: slaan door volwassenen met vuisten/platte hand op bovenbenen circa 5 tot 10 keer.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en maatregel
6.Vorderingen van de benadeelde partijen
- niet-ontvankelijk worden verklaard in de gevorderde materiële schade omdat deze schade niet is onderbouwd;
- niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering wat betreft de schokschade omdat niet is voldaan aan de daaraan gestelde eisen, subsidiair bij gebrek aan onderbouwing van de gestelde schade, meer subsidiair is dit deel van het gevorderde slechts in ernstig gematigde vorm toewijsbaar;
- niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering wat betreft de affectieschade omdat er geen sprake is van aan de verdachte te wijten blijvend en ernstig letsel, subsidiair bij gebrek aan onderbouwing van de gestelde schade;
- niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering wat betreft de schade vanwege inbreuk op het vertrouwen omdat dit een dubbeltelling in de gevorderde schade is, subsidiair omdat niet is voldaan aan de daaraan gestelde eisen, meer subsi[het oudste zusje]ir bij gebrek aan voldoende onderbouwing van de gestelde schade, meest subsidiair is dit deel van het gevorderde slechts in ernstig gematigde vorm toewijsbaar;
- niet ontvankelijk worden verklaard in de gevorderde nader te onderbouwen schade omdat deze schade in het geheel niet is onderbouwd.
7.Wettelijke voorschriften
8.Beslissingen
gevangenisstraf van 8 (acht)jaar;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
benadeelde partij [het oudste zusje](parketnummer 10-169481-24, feiten 2, 3 en 4) te betalen
)en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken
(toelichting: alleen indien gevorderd];
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [het oudste zusje] aan de staat
€ 200.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
329 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
benadeelde partij [de moeder van de zusjes], te betalen € 18.006,28, bestaande uit € 506,28 als vergoeding van materiële schade (parketnummer 10-169481-24, feiten 2, 3 en 4) en € 17.500,- als vergoeding van immateriële schade (parketnummer 10-169481-24, feit 4), en de wettelijke rente hierover vanaf 16 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
)en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken
(toelichting: alleen indien gevorderd];
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [de moeder van de zusjes] aan de staat
€ 18.006,28te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
30 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[het jongste zusje](parketnummer 10-349985-24), te betalen € 500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 16 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
)en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken
(toelichting: alleen indien gevorderd];
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [het jongste zusje] aan de staat
€ 500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling.
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[het oudste broertje](parketnummer
)en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken
(toelichting: alleen indien gevorderd];
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [het oudste broertje] aan de staat
€ 500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[het jongste broertje](parketnummer
)en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken
(toelichting: alleen indien gevorderd];
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [het jongste broertje] aan de staat
€ 500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.