Het Woo-verzoek concreet
Het onderwerp van dit Woo-verzoek betreft documenten waarin ondergetekende wordt genoemd of waar over ondergetekende wordt geschreven al dan niet bij naam en zijn geproduceerd in de periode 1 september 2019 tot en met 5 juli 2023.”
Met documenten bedoelt eiseres iedere vorm van vastlegging ongeacht de gegevensdrager, waaronder alle vormen van analoge en digitale vastlegging. Eiseres bedoelt daarmee onder meer de vastlegging in e-mails, sms-, Whatsapp-berichten, geluidsdragers, videodragers, PowerPoint en dergelijke.
4. Het EMC heeft in de e-mail van 20 juli 2023 vervolgens aan eiseres bericht dat haar verzoek op dit moment te algemeen en onduidelijk is geformuleerd. Daarnaast was de verwachting van het EMC dat niet alle gevraagde documenten voor openbaarmaking in aanmerking komen. Het EMC heeft eiseres vervolgens gevraagd om het verzoek nader te preciseren. Eiseres heeft in haar mail van 21 juli 2023 termen en kwalificaties rondom haar naam en haar persoon genoemd waar het EMC op kan zoeken. Op 24 juli 2023 heeft het EMC aan eiseres laten weten dat het verzoek te algemeen geformuleerd blijft. Het EMC heeft eiseres gevraagd om aan te geven op welke (bestuurlijke) aangelegenheid of op welke specifieke documenten het verzoek betrekking heeft. Eiseres heeft vervolgens in haar reactie van 28 juli 2023 laten weten dat zij haar verzoek beperkt tot de periode 1 mei 2022 tot en met 5 juli 2023. Daarnaast benoemt eiseres het (Europees) aanbestedingsbeleid als aangelegenheid bij het Woo-verzoek. Verder somt eiseres meerdere documenten op die onder (medewerkers van) de Raad van Bestuur aanwezig zouden moeten zijn. Ook verwijst eiseres naar meerdere personen die werkzaam zijn bij het EMC die toegang hebben tot documenten vallend onder het verzoek.
5. Met het primaire besluit van 21 december 2023 heeft het EMC besloten de door eiseres gevraagde documenten deels openbaar te maken. Het EMC heeft daarbij vooropgesteld dat sprake is van een breed verzoek. Het EMC heeft het Woo-verzoek van eiseres geïnterpreteerd als een verzoek om documenten die gaan over de volgende onderwerpen: benoeming Cliëntenraad, intrekken benoeming Cliëntenraad, voordracht Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC). Het EMC heeft een selectie van personen gemaakt die betrokken zijn bij deze onderwerpen. Die personen hebben een zoekslag verricht naar de naam van eiseres in combinatie met de onderwerpen. In totaal zijn 117 documenten geïnventariseerd, die deels openbaar worden gemaakt. Daarbij is de uitzonderingsgrond uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e van de Woo toegepast, die betrekking heeft op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het gaat om gegevens die herleidbaar zijn naar personen. Ook is de uitzonderingsgrond van artikel 5.2 van de Woo gebruikt, omdat in enkele documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad persoonlijke beleidsopvattingen staan. Daarnaast worden de documenten die gerelateerd zijn aan de lopende klachtenprocedure in zijn geheel niet openbaar gemaakt, met toepassing van de uitzonderingsgrond artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i van de Woo. Bij openbaarmaking zou het goed functioneren van het bestuursorgaan in het geding komen, gelet op de aard en gevoeligheid van documenten betreffende een lopende klachtenprocedure.
6. Met het bestreden besluit van 6 juni 2024 heeft het EMC het bezwaar van eiseres deels gegrond verklaard. Het EMC heeft overwogen dat het verzoek van eiseres gelet op haar uitdrukkelijke voorkeur is opgevat als een regulier verzoek op grond van artikel 4.1, eerste lid, van de Woo, namelijk een verzoek om informatie openbaar te maken voor eenieder. Dit verschilt van het verzoek op grond van artikel 5.5 van de Woo, waarbij documenten alleen aan de aanvrager bekend worden gemaakt. Daarnaast zijn extra documenten openbaar gemaakt. In de primaire fase was enkel in mailboxen gezocht. In de bezwaarfase is de zoekslag uitgebreid naar app- en sms-berichten.
7. Eiseres betoogt dat het EMC haar Woo-verzoek onvoldoende zorgvuldig heeft behandeld en ten onrechte de verzochte documenten slechts deels openbaar heeft gemaakt. Zij voert daartoe aan dat het EMC de reikwijdte van het verzoek onterecht en niet juist heeft ingeperkt. Daardoor is de zoekslag naar documenten te beperkt geweest. Zo is alleen in mailboxen van betrokken personen gezocht terwijl er ook documenten aanwezig moeten zijn op de interne schijf van het EMC . Ook had het EMC meer medewerkers moeten benaderen. Eiseres stelt dat er ook binnen de zoekslag meer documenten zouden moeten zijn. Daarnaast stelt eiseres dat sommige onderdelen van documenten ten onrechte zwart zijn gelakt. Met betrekking tot de memo (nummer 117 van de inventarislijst) heeft het EMC onvoldoende gemotiveerd waarom toepassing is gegeven aan de weigeringsgrond ‘persoonlijke beleidsopvattingen in het kader van intern beraad’. Verder stelt eiseres dat het te lang heeft geduurd voordat de hoorzitting is gehouden en dat het verslag van de hoorzitting onzorgvuldigheden bevat. Ook moet het bestuursorgaan volgens eiseres op basis van artikel 2.4, vijfde lid, van de Woo melding doen van onjuistheden in de documenten. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Verder heeft het EMC de beslistermijn genoemd in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo overschreden.
Reikwijdte van het verzoek
8. Naar het oordeel van de rechtbank is het EMC van een juiste reikwijdte van het Woo-verzoek uitgegaan. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
9. De rechtbank is allereerst van oordeel dat het EMC het Woo-verzoek zoals hiervoor onder 3 weergegeven te ruim heeft mogen achten. Het verzoek bevat immers naar onderwerpen (onder andere besteding van publieke middelen) een onvoldoende afbakening. Het EMC mocht daarom in de primaire fase van eiseres een nadere precisering van het Woo-verzoek vragen. Het EMC heeft uiteindelijk een selectie van onderwerpen gemaakt op basis waarvan naar documenten is gezocht, namelijk de benoeming Cliëntenraad, intrekken benoeming Cliëntenraad en voordracht METC. Deze selectie acht de rechtbank gelet op de inhoud van het verzoek passend, nu dit onderwerpen betreffen waar zijzelf betrokkenheid bij heeft gehad en zij juist de eigen betrokkenheid in het verzoek als concretisering heeft genoemd. Dat dit ook voor andere onderwerpen zou gelden heeft eiseres onvoldoende naar voren gebracht, zodat het EMC de reikwijdte tot de genoemde onderwerpen heeft kunnen beperken.
10. Op de zitting heeft eiseres verduidelijkt dat het haar niet gaat om haar persoonlijke situatie maar dat zij met het Woo-verzoek wil bereiken dat de niet toegestane inmenging van de Raad van Bestuur in de (onafhankelijke) Cliëntenraad openbaar wordt. Dit is een groot belang omdat het aan de onafhankelijkheid van de Cliëntenraden in het algemeen raakt. Volgens eiseres heeft de Raad van Bestuur in ieder geval op het gebied van voeding voor patiënten, en de aanbesteding aan een bedrijf in dat verband, invloed uitgeoefend. Eiseres stelt dat zij dit duidelijk heeft gemaakt door als bestuurlijke aangelegenheid bij het Woo-verzoek het (Europees) aanbestedingsbeleid te noemen en in haar nadere reactie van 28 juli 2023 te verwijzen naar medewerkers van het EMC die bij dat onderwerp betrokken waren. De rechtbank kan dit standpunt van eiseres niet volgen. Uit het Woo-verzoek en de verduidelijking(en) daarop kan niet worden afgeleid dat verzoekster specifiek de openbaarmaking van documenten wenst met betrekking tot het onderwerp (Europese) aanbesteding van voeding en de rol van de Cliëntenraad daarbij. Het EMC had dit ook niet hoeven afleiden uit de verwijzing naar de betrokken medewerkers van het EMC . Het EMC heeft dit onderwerp daarom terecht niet onder de reikwijdte van het verzoek geschaard. Desgewenst kan eiseres een nieuw Woo-verzoek indienen bij het EMC voor dit onderwerp.
De zoekslag en ontbrekende documenten
11. Het EMC heeft in het primaire besluit toegelicht dat het een selectie heeft gemaakt van de personen die eiseres in haar gepreciseerde verzoek van 28 juli 2025 noemt. De personen die betrokken zijn bij de vastgestelde onderwerpen die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen zijn verzocht om een zoekslag te verrichten op de naam van eiseres in combinatie met die vastgestelde onderwerpen. Op de zitting heeft het EMC bevestigd dat dus niet alle personen die zijn genoemd in de brief van 28 juli 2025 is gevraagd een zoekslag te verrichten. In het bestreden besluit is daarbij toegelicht dat in eerste instantie alleen een zoekslag is verricht in de mailboxen van de betrokkenen. Naar aanleiding van het bezwaar heeft het EMC ook een zoekslag verricht naar appjes en smsjes, waarna aanvullende documenten (gedeeltelijk) openbaar zijn gemaakt.
12. Eiseres heeft op de zitting aangevoerd dat het EMC de zoekslag alsnog te beperkt heeft uitgevoerd. Het is eiseres namelijk bekend dat het EMC werkt met een interne schijf, die bijvoorbeeld door middel van een iPad voor werknemers toegankelijk is. Ook is het eiseres bekend dat de Raad van Bestuur bij vergaderingen met agenda’s werkt. Gelet op de zoektermen en de onderwerpen verwachtte eiseres dat deze documenten ook naar voren zouden komen bij het Woo-verzoek, aangezien haar aanstelling bij de Cliëntenraad, dan wel de METC, besproken zou moeten zijn op de vergaderingen van de Raad van Bestuur.
13. Het is vaste rechtspraak dat een bestuursorgaan voldoende inzichtelijk moet maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Die zoekslag moet zorgvuldig zijn. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt.Daarnaast is het vaste rechtspraak dat het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, dat document toch onder het bestuursorgaan berust.
14. Naar het oordeel van de rechtbank is er aanleiding tot twijfel aan de zorgvuldigheid en volledigheid van de zoekslag. In lijn met de beoordeling van de reikwijdte van het verzoek, kan de rechtbank de keuze van het EMC volgen om enkel de personen die te maken hebben met één van de onderwerpen aan te schrijven om een zoekslag te verrichten. Hoe de zoekslag feitelijk is vormgegeven is echter onvoldoende duidelijk geworden. De rechtbank maakt uit het bestreden besluit op dat is gezocht in de mailboxen en de telefoons van de betreffende personen. Op de zitting heeft het EMC verklaard dat ook is gezocht op de interne schijf. Het bestreden besluit maakt hier echter geen melding van. Desgevraagd heeft het EMC ook aangegeven dat niet is gezocht naar/binnen de agendastukken van vergaderingen van de Raad van Bestuur. Eiseres heeft gemotiveerd aangegeven dat er ook buiten de email of op de telefoon informatie beschikbaar moet zijn. Waar informatie in mailboxen is aangetroffen, er dus over de betreffende onderwerpen is gecommuniceerd, acht de rechtbank het aannemelijk dat zich ook op andere plekken binnen de digitale systemen van het EMC documenten kunnen bevinden die onder het Woo-verzoek vallen. Gedacht kan worden aan de agendastukken van vergaderingen van de Raad van Bestuur of voorbereidende stukken daarvoor. Ook anderszins is onvoldoende gemotiveerd dat zich buiten in mailboxen en telefoons aangetroffen documenten op de digitale systemen van het EMC geen documenten bevinden die binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. Dat maakt dat de zoekslag onvolledig is geweest. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en het EMC opdragen om een nieuwe zoekslag te verrichten binnen de interne (gemeenschappelijke) schijf of andere digitale systemen van het EMC , met inbegrip van de agendastukken van vergaderingen van de Raad van Bestuur.
15. Eiseres heeft op de zitting naar enkele (andere) concrete documenten verwezen waarvan zij had verwacht dat die naar aanleiding van het Woo-verzoek openbaar gemaakt zouden worden. De rechtbank is van oordeel dat voor zover er nog andere concrete documenten zouden ontbreken, eiseres het bestaan en de beschikbaarheid daarvan onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Bovendien heeft eiseres niet tijdig een standpunt ingenomen over deze ontbrekende documenten, aangezien zij dit punt pas op de zitting nader heeft toegelicht.
16. De rechtbank heeft in het kader van de beoordeling van het beroep kennisgenomen van de met toepassing van artikel 8:29 van de Awb aan haar toegezonden stukken. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres zal de rechtbank beoordelen of het college terecht de uitzonderingsgronden als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, en artikel 5.2 van de Woo heeft toegepast.
17. Het EMC heeft op bepaalde gegevens in de bij het primaire en het bestreden besluit verstrekte documenten de uitzonderingsgrond van de bescherming van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo toegepast. Het EMC heeft besloten om gegevens die herleidbaar zijn tot personen, zoals namen, functies en contactgegevens niet openbaar te maken. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen weegt volgens het EMC zwaarder dan het belang van openbaarheid van betreffende tot personen te herleiden gegevens. Eiseres heeft op de zitting naar voren gebracht dat de namen van personen in de Raad van Bestuur, de Cliëntenraad en het METC online te vinden zijn. De namen van de betrokkenen zouden bekend gemaakt moeten worden als zij vanuit hun openbare functie handelen.
18. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo blijft het openbaar maken van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer verzet zich tegen openbaarmaking van namen van medewerkers die niet vanwege hun functie in de openbaarheid treden, tenzij de indiener van het desbetreffende verzoek aannemelijk heeft gemaakt dat het belang van de openbaarheid in een concreet geval zwaarder weegt.
19. De rechtbank is van oordeel dat het EMC in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom alle gegevens zoals namen, functies en contactgegevens in dit geval niet openbaar gemaakt mochten worden. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat met name de personen die deel uitmaken van de Raad van Bestuur uit hoofde van hun functie in de openbaarheid treden. Het EMC heeft daarom onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. De hoofdregel is dat bij een dergelijk functieniveau, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich niet verzet zich tegen openbaarmaking van namen. De stelling van het EMC op de zitting dat de leden van de Raad van Bestuur vanuit hun rol als medewerker naar voren komen in de stukken, is geen rechtvaardiging om van die hoofdregel af te wijken. Voor die opvatting ziet de rechtbank ook geen steun in de rechtspraak over dit onderwerp. Dat van de leden van bepaalde gremia of overlegorganen namen publiek bekend zijn, betekent niet dat daarmee ook de persoonsgegevens altijd openbaar moeten worden gemaakt. Het EMC heeft een eventueel te maken onderscheid tussen de gegevens (zoals namen en andere gegevens) onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank acht voor het overige de weigering om namen en andere tot personen te herleiden gegevens openbaar te maken voldoende gemotiveerd.
Persoonlijke beleidsopvattingen
20. Op grond van artikel 5.2, eerste lid, van de Woo verstrekt het EMC , in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Na kennisname van de gelakte passages in de documenten waarbij het EMC deze uitzonderingsgrond heeft toegepast, waaronder de document 117 (de memo) heeft de rechtbank vastgesteld dat het gaat om documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen zijn opgenomen. Het gaat niet om feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.
21. De grond van eiseres dat het EMC ten onrechte niet is ingegaan op het feit dat de verantwoordelijkheid en de rol van de Cliëntenraad onjuist binnen het EMC is uitgevoerd kan niet slagen. Met een informatieverzoek op basis van de Woo kan toegang tot publieke informatie worden verworven. Het EMC is dus op grond van de Woo niet gehouden om de stukken die in het kader van een Woo-verzoek openbaar zijn gemaakt nader te duiden of een anderszins inhoudelijke reactie te geven naar aanleiding van het Woo-verzoek.
Artikel 2.4, vijfde lid van de Woo
22. Artikel 2.4, vijfde lid, van de Woo schrijft voor dat als een bestuursorgaan kennis draagt van de onjuistheid of de onvolledigheid van de verstrekte informatie, het hiervan mededeling doet. Dit artikel is opgenomen in de Woo om te bewerkstellingen dat een bestuursorgaan niet willens en weten minder betrouwbare informatie naar buiten brengt als ware deze juist en volledig, om te voorkomen dat de openbaar gemaakte documenten als propaganda dienen. Een bestuursorgaan kan bij het openbaar maken van informatie altijd een reactie toevoegen om gemaakte keuzes toe te lichten en daarbij op lacunes in de informatie wijzen.Aan deze bepaling kan naar het oordeel van de rechtbank geen algemene verplichting worden ontleend om van elke onjuistheid in een document mededeling te doen.
23. Eiseres stelt dat het EMC bij de openbaar gemaakte informatie een opmerking had moeten maken over de inhoudelijke onjuistheid van de informatie. De informatie bevat volgens eiseres namelijk passages die uit de lucht gegrepen zijn. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde het EMC geen mededeling van onjuistheid of onvolledigheid bij de openbaar gemaakte informatie te verstrekken. Het EMC heeft zich op het standpunt gesteld dat onjuistheid of onvolledigheid niet vaststaat en dat het feit dat eiseres er een andere opvatting over heeft, niet maakt dat een dergelijke mededeling moet worden gedaan. De rechtbank heeft geen aanleiding om dit standpunt niet te volgen. De openbaar gemaakte stukken bevatten informatie over eiseres met betrekking tot haar benoeming in de Cliëntenraad, het intrekken van deze benoeming en voordracht bij de METC. Dat volgens eiseres passages uit de stukken niet overeenkomen met hoe deze gebeurtenissen feitelijk zijn gegaan, maakt niet dat van objectieve onjuistheid van de informatie uit moet worden gegaan.
24. Eiseres heeft op 28 januari 2024 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Vervolgens is eiseres op 19 maart 2024 gehoord. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt door het EMC . De Awb kent geen regels over de termijn waarbinnen een hoorzitting moet plaatsvinden. In artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is slechts bepaald dat van het horen een verslag wordt gemaakt. Een nadere precisering van wat een verslag moet inhouden ontbreekt. Het is de rechtbank niet gebleken dat het verslag van de hoorzitting niet voldoet aan de daarin in redelijkheid te stellen eisen. Ook verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij door het tijdstip van de hoorzitting en de (wijze van) verslaglegging van de hoorzitting in haar processuele belangen is geschaad.
25. Eiseres heeft aangevoerd dat het EMC beslistermijnen niet heeft nageleefd. Dit is door het EMC erkend. De overschrijding van een wettelijke termijn (in de primaire fase) kan echter geen grond vormen waarop het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het EMC heeft immers uiteindelijk het bestreden besluit genomen.
26. Eiseres heeft aangevoerd dat ten onrechte geen rechtsmiddelenclausule is opgenomen bij het bestreden besluit. De rechtbank constateert dat in het bestreden besluit geen rechtsmiddelenclausule is opgenomen, zodat sprake is van een gebrek aan het bestreden besluit gelet op artikel 3:45 van de Awb. Omdat eiseres geen nadeel heeft ondervonden van het ontbreken van de rechtsmiddelenclausule nu zij tijdig beroep heeft ingesteld, passeert de rechtbank het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb.