De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) tot bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing aan de vader van een minderjarige, geboren in 2014. De schriftelijke aanwijzing is bedoeld om concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen, omdat de vader zich niet houdt aan afspraken tijdens contactmomenten.
Tijdens de zitting heeft de kinderrechter vastgesteld dat de vader en moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben, maar de minderjarige bij de moeder woont. De GI heeft de schriftelijke aanwijzing op 12 maart 2025 gegeven en verzoekt deze te bekrachtigen omdat de vader zijn gedrag niet heeft aangepast en onvoldoende medewerking verleent, wat nadelige gevolgen heeft voor de minderjarige. De vader betwist het verzoek en geeft aan het contact via videobellen lastig te vinden en verlangt naar fysieke omgang.
De kinderrechter oordeelt dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig tot stand is gekomen en noodzakelijk is om de bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. De vader belast de minderjarige met zijn emoties en bespreekt volwassen zaken, wat schadelijk is. De moeder wordt verzocht meer en tijdiger informatie te verstrekken om de vader te ondersteunen bij contactmomenten. De kinderrechter bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en benadrukt het belang van contactherstel voor de ontwikkeling van de minderjarige.