Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:13509

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
11879912 VV EXPL 25 - 541
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29a lid 1 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting huurder tot medewerking renovatiewerkzaamheden woning in kader van verduurzaming

De huurder van een woning aan een adres in Schiedam weigert medewerking te verlenen aan geplande renovatiewerkzaamheden die Woonplus wil uitvoeren in het kader van verduurzaming. Ondanks herhaalde verzoeken en het plaatsen van een vuilcontainer is de woning nog niet voldoende opgeruimd.

Woonplus verzoekt de kantonrechter om de huurder te veroordelen tot het gedogen van de werkzaamheden en bij weigering tot ontruiming van de woning, zodat de werkzaamheden op 16 oktober 2025 kunnen starten. De huurder stelt een hoarder te zijn en heeft moeite met opruimen, maar kan dit wel doen mits een nieuwe vuilcontainer wordt geplaatst.

De kantonrechter oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de woning tijdig voldoende opgeruimd zal zijn. Gezien de planning en het belang van Woonplus wordt de vordering toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot medewerking en bij weigering tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot medewerking aan de renovatiewerkzaamheden en bij weigering tot ontruiming van de woning binnen drie dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11879912 VV EXPL 25 - 541
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 9 oktober 2025
in de zaak van
Stichting Woonplus Schiedam,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
gemachtigde: mr. K.A.M. Jaspers,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Schiedam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden ‘Woonplus’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
De kantonrechter is mr. M.C. van der Kolk en de griffier is mr. N.A.H. Kars.
Aanwezig zijn:
  • [naam 1] (leefbaarheidsregisseur Woonplus) met mr. Y.F. Rijswijk namens mr. K.A.M. Jaspers;
  • [gedaagde] met [naam 2] (medewerkster wijkteam).

1.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
1.1.
[gedaagde] huurt van Woonplus een woning aan de [adres]. Woonplus wil in en aan de woning (en andere woningen in de wijk) in het kader van verduurzaming diverse renovatiewerkzaamheden uitvoeren. Vanaf februari 2025 zijn de huurders - en dus ook [gedaagde] - daarvan (onder andere via een brochure) op de hoogte gesteld. Ook nadat schriftelijk aan [gedaagde] is laten weten dat 70% van de bewoners akkoord is met de verbeterwerkzaamheden heeft [gedaagde] geen akkoord willen geven en heeft hij niet gereageerd. Dat heeft hij pas op 2 juni 2025 gedaan door de aan hem door Woonplus verzonden brief van 21 mei 2025 te retourneren en daar met de hand op te schrijven: ‘Bij deze geef ik met tegenzin toestemming voor het uitvoeren van de werkzaamheden”. Woonplus heeft echter geen vertrouwen in deze toezegging omdat tot op heden de woning van [gedaagde], ondanks de voor hem geplaatste vuilcontainer, nog steeds propvol staat en de werkzaamheden al op 16 oktober 2025 zullen starten.
1.2.
De kantonrechter wordt daarom verzocht om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1.
[gedaagde] te veroordelen om te gedogen dat Woonplus, dan wel een door Woonplus in te schakelen derde, de volgende werkzaamheden en de hiermee samenhangende werkzaamheden, waaronder de vooropname, uitvoert in/aan de woning aan de [adres]
:
a) Het isoleren van de buitenmuren aan de binnenzijde met een voorzetwand;
b) Verminderen van tocht rondom kozijnen van ramen en deuren;
c) Vervangen van de enkele beglazing door dubbel glas;
d) Aanbrengen of aanpassen van de mechanische ventilatie, inclusief C02 sensor in de slaapkamer en woonkamer;
e) Aanbrengen van CV-ketels waar dit nog ontbreekt;
f) Werkzaamheden aan de meterkast wanneer [gedaagde] kiest voor zonnepanelen;
g) Brandwerend afwerken van doorvoeren van de mechanische ventilatie;
h) Brandwerend afwerken van doorvoeren van de meterkasten;
i) Brandwerend maken van elektrapunten in de plafonds;
j) Aanbrengen van gipsplatenplafonds als deze nog ontbreken;
k) Isoleren van het dak aan de buitenzijde inclusief vervangen en hergebruiken van dakpannen;
l) Vervangen van dakkapellen door geïsoleerde kunststof dakkapellen met
draai-kiepramen;
m) Het aftimmeren van de dakkapellen aan de binnenzijde;
n) Vervangen van bestaande dakramen;
o) Het opnieuw aansluiten van doorvoeren van de Cv-ketel en de mechanische ventilatie;
p) Wanneer [gedaagde] hiervoor kiest, het aanbrengen van zonnepanelen;
q) Vervangen van ongeïsoleerde panelen in de kozijnen aan de achterkant van de woning;
r) Isoleren onderzijde plafonds boven het balkon;
s) Herstellen van slechte voegen en eventuele scheuren in de buitenmuur;
t) Verbeteren van ventilatie onder de begane grondvloer.
2. voor zover [gedaagde] niet voldoet aan het onder 1 gevorderde, [gedaagde] te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze niet het eigendom van Woonplus zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter Vrije en algehele beschikking van Woonplus, dan wel een door Woonplus in te schakelen derde, te stellen, dit alles voor zover, zo vaak en zo lang dat noodzakelijk is om de onder 1 genoemde werkzaamheden uit te (laten) voeren,
3. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris en de verschotten van de gemachtigde van eiseres, vermeerderd met de wettelijke, rente vanaf de datum van het vonnis tot de dag van de volledige betaling.
1.3.
[gedaagde] stelt dat hij een hoarder is en dat hij daar pas sinds kort achter is gekomen, maar daarom moeite heeft om afscheid te nemen van zijn spullen. Hij stelt dat hij kan zorgen dat voor 16 oktober 2025 zijn wanden leeg zijn, maar stelt ook dat hij dan wel een nieuwe lege vuilcontainer ter beschikking moet krijgen, omdat de huidige vuilcontainer vol is. Ter zitting heeft hij daarvan een foto getoond alsmede foto’s van zijn woning ter onderbouwing van zijn stelling dat hij al best veel heeft opgeruimd.
1.4.
Woonplus stelt dat de aannemer vorige week nog bij [gedaagde] langs is geweest en dat er volgens de aannemer nog niets veranderd was. De container staat er al sinds juli 2025 en [gedaagde] zegt telkens dat hij met behulp van familie zal opruimen, maar feitelijk is er nog steeds te weinig gebeurd. Om die reden handhaaft Woonplus haar vordering.
1.5.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat Woonplus heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid. Woonplus heeft sinds februari 2025 geprobeerd om [gedaagde] in beweging te krijgen om zijn woning tijdig op te ruimen voor de werkzaamheden die in oktober 2025 moeten beginnen. Ondanks haar inspanningen daartoe, is dit niet gelukt en inmiddels resteert er nog maar een week voordat de geplande werkzaamheden zullen starten. De gevolgen voor [gedaagde] zijn in zoverre te overzien, dat hij zelf het heft in handen kan nemen voor wat betreft het in eigen beheer opruimen van zijn woning dan wel het ophalen van zijn spullen als de woning in opdracht van Woonplus zal worden opgeruimd. Woonplus heeft voldoende spoedeisend belang bij toewijzing van deze eisen.
1.5
De kantonrechter oordeelt op basis van de stellingen en het dossier, alsmede op basis van de door [gedaagde] ter zitting getoonde foto’s, dat het niet aannemelijk is dat de woning van [gedaagde] tijdig, dat wil zeggen voor aanvang van de werkzaamheden, voldoende opgeruimd zal zijn om de werkzaamheden te kunnen laten uitvoeren. Dat ook de woning van [gedaagde] tijdig op/leeggeruimd is, is van belang voor Woonplus omdat het een van de vele woningen is die gelijktijdig worden gerenoveerd, en dit in verband met de kosten en de planning niet anders (of later) kan. Om die reden zal de vordering van Woonplus worden toegewezen. De kantonrechter weegt daarbij ook mee dat Woonplus heeft toegezegd dat de spullen van [gedaagde] die op dat moment nog in de woning aanwezig zijn, aanvankelijk voor beperkte duur (twee weken) zullen worden opgeslagen en [gedaagde] dus nog de mogelijkheid zal hebben om die spullen uit te zoeken en op te halen.
Proceskosten
1.6.
Ter zitting is door Woonplus aangeboden om iedere partij de eigen kosten te laten dragen, zodat er voor [gedaagde] geen kosten aan deze procedure verbonden zijn.
1.7.
De kantonrechter bepaalt daarom dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
1.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonplus dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Woonplus, dan wel
een door Woonplus in te schakelen derde, de werkzaamheden zoals genoemd onder 1.2. en de daarmee samenhangende werkzaamheden, uitvoert in/aan de woning aan de [adres];
2.2.
veroordeelt [gedaagde], voor zover hij weigert te voldoen aan de veroordeling onder 2.1, om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze niet het eigendom van Woonplus zijn, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Woonplus dan wel een door Woonplus in te schakelen derde te stellen, dit alles voor zover, zo vaak en zo lang dat noodzakelijk is om de onder 1.2 genoemde werkzaamheden uit te (laten) voeren;
2.3.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen;
2.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
2.5.
wijst al het andere af.
Dit proces-verbaal is op 13 oktober 2025 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.