ECLI:NL:RBROT:2025:13496
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens detentie van de schuldenaar na strafbaar feit
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 30 oktober 2025 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die gedetineerd is. De schuldenaar, die in detentie verblijft, heeft tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling een strafbaar feit gepleegd, namelijk een overval op een kledingwinkel in Rotterdam. De rechtbank heeft vastgesteld dat de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, waaronder de inspanningsverplichting om zich in te spannen voor re-integratie op de arbeidsmarkt, omdat hij sinds april 2025 in detentie verblijft. De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen, wat op 2 september 2025 is goedgekeurd. Tijdens de zitting op 16 oktober 2025 is de schuldenaar niet verschenen, ondanks correcte oproeping. De rechtbank oordeelt dat de schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd moet worden op grond van artikel 350, derde lid, onder c, van de Faillissementswet. De rechtbank heeft ook het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op maximaal € 3.510,47, aangezien er geen baten beschikbaar zijn om vorderingen te voldoen. De uitspraak is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na de uitspraak.