Op 5 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de heer [verzoeker], die zich in een problematische schuldensituatie bevindt. De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen, maar heeft geen eerdere ingangsdatum vastgesteld, omdat niet duidelijk was of de heer [verzoeker] aan zijn inspanningsverplichting had voldaan voor 16 oktober 2025. Tijdens de zitting op 29 oktober 2025 waren de heer [verzoeker], zijn beschermingsbewindvoerder mevrouw W.A. Balgobind, en een begeleider van het Centrum voor Dienstverlening aanwezig.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de heer [verzoeker] niet eerder een buitengerechtelijke schuldregeling heeft geprobeerd, wat in dit geval niet noodzakelijk was gezien de omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de heer [verzoeker] ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat er voldoende aannemelijk was dat een buitengerechtelijke regeling niet haalbaar was. De rechtbank heeft ook de duur van de Wsnp-regeling vastgesteld op 18 maanden, met een ingangsdatum van 5 november 2025. De rechtbank benoemde mr. E.A. Vroom als rechter-commissaris en R. Springer als bewindvoerder.
De rechtbank heeft de verplichtingen van de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp uiteengezet, waaronder de informatieverplichting en de inspanningsverplichting. De rechtbank heeft ook de procedure voor de bewindvoerder en de rechter-commissaris beschreven, evenals de gevolgen van het voldoen aan de verplichtingen, waaronder de mogelijkheid van een 'schone lei' aan het einde van de regeling. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.