De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 november 2025 een zaak over de omgangsregeling tussen een man en zijn minderjarige kinderen. De man verzocht om een onbegeleide omgangsregeling onder verbeurte van een dwangsom, maar de rechtbank stelde vast dat dit op dit moment niet in het belang van de kinderen is. De man heeft onvoldoende aangetoond dat hij het contact kan herstellen en heeft niet voldaan aan eerdere opdrachten, zoals het regelmatig sturen van kaartjes en het informeren van de vrouw over zijn ervaringen bij het Wijkteam.
De rechtbank benadrukte dat de man geen hulp of bemoeienis wenst bij het contactherstel, waardoor ook professionele omgangsbegeleiding niet haalbaar is. De minderjarigen hebben al geruime tijd geen contact met de man, hoewel zij het verder goed doen. De rechtbank adviseert de man om via e-mail belangstellend te reageren op informatie van de vrouw en met verjaardagen een bericht te sturen om zo zijn betrokkenheid te tonen en perspectief op contactherstel te bieden.
De informatieregeling blijft van kracht, waarbij de vrouw de man maandelijks informeert over de minderjarigen. De rechtbank wijst het verzoek tot dwangsom af en bepaalt dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.