ECLI:NL:RBROT:2025:13417

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
C/10/708373 / KG ZA 25-1027
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 lid 2 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing besluit tot ontzetting lidmaatschap volkstuinvereniging onder voorwaarde beroep

Eiseres is sinds 29 juli 2023 lid van een volkstuinvereniging en ontving op 27 september 2025 een mondelinge waarschuwing vanwege vermeende overlast. Kort daarna besloot het bestuur tot ontzetting van haar lidmaatschap wegens handelen in strijd met de belangen van de vereniging en het toebrengen van ernstige schade aan de goede naam van de vereniging en haar bestuursleden.

Eiseres stelde een kort geding in tegen dit besluit en vorderde onder meer onbeperkte toegang tot het verenigingsterrein en herstel van de elektriciteitsvoorziening. Het bestuur verweerde zich met een niet-ontvankelijkheidsverweer omdat eiseres geen beroep had ingesteld bij de Algemene Ledenvergadering, zoals statutair vereist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuur onvoldoende had gedocumenteerd welke omstandigheden tot het besluit hadden geleid en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. Gelet op de redelijkheid en billijkheid werd het niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen en het besluit geschorst onder de voorwaarde dat eiseres binnen een week beroep instelt bij de ALV.

De rechtbank legde aan het bestuur op om eiseres onbeperkte toegang te verlenen en de elektriciteit te herstellen, en verbood verdere sancties zolang het beroep loopt. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval het bestuur niet aan deze verplichtingen voldoet. De proceskosten werden aan het bestuur opgelegd.

Uitkomst: Het besluit tot ontzetting van het lidmaatschap wordt geschorst onder de voorwaarde dat eiseres binnen een week beroep instelt bij de Algemene Ledenvergadering.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/708373 / KG ZA 25-1027
Vonnis in kort geding van 17 november 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te Capelle aan den IJssel,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. B.V. Rafaela,
tegen
[gedaagde],
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. P.A. Visser.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 20 oktober 2025, met producties 1 tot en met 11;
- de producties 1 tot en met 9 van [gedaagde];
- de pleitnota van [eiseres];
- de pleitnota van [gedaagde].
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 3 november 2025 plaatsgevonden.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] – die in de hierna aan te halen stukken ook wel wordt aangeduid als [naam 1] – is sinds 29 juli 2023 lid van [gedaagde].
2.2.
In de statuten van [gedaagde] staat, voor zover van belang, het volgende:
Artikel 8.
Einde lidmaatschap.
7. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een Lid in strijd met de Statuten, reglementen of besluiten van de Vereniging handelt of wanneer het Lid de Vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Zij geschiedt door het Bestuur, dat het Lid zo spoedig mogelijk van het besluit in kennis stelt, met opgave van de redenen. Het betrokken Lid is bevoegd binnen één (1) maand na de ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de Algemene Vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het Lid geschorst. Een geschorst Lid heeft geen stemrecht.(..)”
2.3.
In het huishoudelijk reglement van [gedaagde] staat onder andere het volgende:
“Artikel 9. ONTZEGGEN VAN TOEGANG
Het bestuur kan - vooruitlopend op verdere maatregelen - leden de toegang tot de tuin ontzeggen indien zij:
(..)
c. In strijd met de statuten, reglementen, besluiten van de vereniging, kwaliteitseisen en huurovereenkomst handelen;
d. Anderen bij voortduring zonder noodzaak hinderen en/of overlast veroorzaken;
e. Zich andermans goederen toe-eigenen of moedwillig beschadigen;
f. Doordoen of nalaten de belangen van de vereniging schade toebrengen;
(..)
h. Het bestuur is bevoegd bij noodzaak leden, partnerleden, kinderen, aspirant -leden, bezoekers en anderen op het park aanwezig, de toegang voor een bepaalde tijd te ontzeggen.
i. Een geroyeerd lid heeft geen toegang tot het park, aldus zijn tuin. Hij/zij krijgt de gelegenheid om binnen twee weken zijn persoonlijke spullen op te halen, in bijzijn van het bestuur.”
2.4.
[eiseres] heeft op 27 september 2025 een mondelinge waarschuwing gekregen van [gedaagde]. In het bestuursverslag van [gedaagde] van 29 september 2025 is deze waarschuwing als volgt gedocumenteerd:
“Al meerdere weken ontving het bestuur meldingen van omwonenden over overlast veroorzaakt door [naam 1]. Naar aanleiding hiervan is het bestuur op 27 september 2025 gezamenlijk naar haar toegegaan. Bij dit bezoek waren [naam 2], [naam 3] en [naam 4] aanwezig.
Na de verhalen van beide partijen te hebben aangehoord, heeft het bestuur [naam 1] een mondelinge officiële waarschuwing gegeven.”
2.5.
[eiseres] heeft met twee e-mails op 27 september 2025 om 15:03 uur en 17:33 uur bezwaar gemaakt tegen de waarschuwing.
2.6.
Op 27 september 2025 om 17:52 uur stuurt [gedaagde] de volgende e-mail aan [eiseres]:
“Geachte [naam 1],
Naar aanleiding van uw e-mails van 27 september 2025 heeft het bestuur de inhoud zorgvuldig besproken. In uw berichten heeft u ernstige beschuldigingen geuit richting een bestuurslid, waaronder vermeend drugsgebruik en handtastelijk gedrag.
Het bestuur stelt vast dat deze aantijgingen ongegrond zijn. Tijdens het gesprek waar u naar verwijst, waren meerdere bestuursleden aanwezig en er zijn camerabeelden met beeld- en geluidsopnames die uw beweringen weerleggen. Uw uitlatingen zijn daarmee aantoonbaar onjuist en worden door het bestuur aangemerkt als smaad en laster. Dit schaadt zowel de vereniging als het bestuur in ernstige mate.
Daarbij wijzen wij erop dat u eerder reeds een officiële mondelinge waarschuwing heeft ontvangen voor uw gedrag.
Op grond hiervan heeft het bestuur, conform de statuten en het huishoudelijk reglement van [gedaagde], besloten tot onmiddellijk royement van uw lidmaatschap. Dit besluit is genomen vanwege het handelen in strijd met de belangen van de vereniging en het toebrengen van ernstige schade aan de goede naam van de vereniging en haar bestuursleden.
Als gevolg van dit royement verliest u per direct alle rechten die verbonden zijn aan het lidmaatschap. Dit betekent onder andere dat u geen gebruik meer kunt maken van de faciliteiten van de vereniging. Uw elektriciteitsaansluiting zal daarom per direct worden afgesloten.”
2.7.
[eiseres] en haar advocaat hebben [gedaagde] gesommeerd het besluit tot ontzetting van 27 september 2025 (hierna: het Besluit) in te trekken. [gedaagde] hebben niet aan deze sommatie voldaan.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert:
I. [gedaagde] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te gebieden:
a. [eiseres] te behandelen als volwaardig lid van de vereniging en haar alle rechten en bevoegdheden die aan het lidmaatschap zijn verbonden toe te kennen, totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over de rechtmatigheid van het royement is beslist;
b. zich te onthouden van het uitvoeren van de ontruimingseis met betrekking tot het tuinhuis van [eiseres], totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over de rechtmatigheid van het royement is beslist;
c. [eiseres] onmiddellijk en onbeperkt toegang te verlenen tot het verenigingsterrein en haar volkstuin;
d. de elektriciteitsvoorziening naar de volkstuin van [eiseres] onmiddellijk te herstellen;
e. zich te onthouden van het opleggen van verdere sancties, intimidatie of andere onrechtmatige handelingen jegens [eiseres];
II. te bepalen dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 500,- per dag of dagdeel dat zij niet voldoet aan één van het onder I gevorderde, met een maximum van € 25.000,-;
III. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met rente;
IV. dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres].

4.De beoordeling

[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen
4.1.
[eiseres] stelt een spoedeisend belang bij haar vorderingen te hebben, omdat haar de toegang tot de volkstuin is ontzegd en de elektriciteit in het tuinhuisje is afgesloten. Met deze stelling is het spoedeisend belang voldoende gegeven. [gedaagde] heeft het spoedeisend belang overigens ook niet betwist.
Het niet-ontvankelijkheidsverweer wordt verworpen en het ontzettingsbesluit wordt geschorst
4.2.
[gedaagde] stelt dat in haar statuten is opgenomen dat een lid na een besluit tot ontzetting binnen één maand na dit besluit in beroep kan gaan bij de Algemene Ledenvergadering (ALV). Omdat [eiseres] dit niet heeft gedaan, volgt uit vaste jurisprudentie [1] dat wanneer het ontzette lid van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, de onverbindendheid van het besluit niet in een gerechtelijke procedure kan worden ingeroepen. Hoewel [eiseres] dit niet heeft betwist, acht de voorzieningenrechter het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om het niet-ontvankelijkheidsverweer van [gedaagde] te honoreren gelet op het volgende.
4.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] de omstandigheden die hebben geleid tot het Besluit onvoldoende heeft gedocumenteerd. [gedaagde] heeft dit ter zitting ook erkend. [gedaagde] heeft de aan [eiseres] gegeven mondelinge waarschuwing niet vastgelegd. Ten aanzien van de mondelinge waarschuwing kan alleen worden vastgesteld dat zich een conflict tussen [eiseres] en haar buurvrouw heeft voorgedaan. [eiseres] stelt, onbetwist, dat haar buurvrouw haar bamboehek heeft vernield, maar dat die betreffende buurvrouw daarvoor geen waarschuwing heeft ontvangen. Waarom [eiseres] voor deze ruzie dan een waarschuwing heeft gekregen, roept vragen op. [gedaagde] heeft zich daar niet over uitgelaten. Daar komt bij dat het bestuur van [gedaagde] in haar bestuursverslag heeft opgenomen dat zij al meerdere weken meldingen van omwonenden heeft gekregen dat [eiseres] overlast veroorzaakt. Deze meldingen waren de aanleiding voor een gesprek op 27 september 2025, waarna [eiseres] de waarschuwing heeft gekregen. [gedaagde] heeft niet inzichtelijk gemaakt welke meldingen zijn gedaan bij het bestuur en door wie. Uit het Besluit valt op te maken dat de waarschuwing blijkbaar wel is meegewogen bij de beslissing om [eiseres] te ontzetten uit haar lidmaatschap.
4.4.
Bovendien is het ontzettingsbesluit onvoldoende gemotiveerd. In het Besluit wordt niet vermeld op grond van welke bepaling van de statuten en het huishoudelijk reglement [eiseres] wordt ontzet uit haar lidmaatschap. Pas in een latere e-mail (van 27 september 2025 om 22:32 uur) stelt het bestuur van [gedaagde] dat [eiseres] is geroyeerd op grond van artikel 8 lid 7 van Pro de statuten en artikel 9 van Pro het huishoudelijk reglement. Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat het gelet op de verstrekkende gevolgen van het Besluit, passend was geweest dat [gedaagde] in een clausule in het besluit tot ontzetting, had gewezen op de beroepsmogelijkheid bij de ALV.
4.5.
Voorgaande omstandigheden rechtvaardigen een uitzondering op de regel die in het genoemde arrest van de Hoge Raad is geformuleerd. Dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat [eiseres] heeft verzuimd beroep in te stellen tegen het Besluit bij ALV en daardoor haar vordering niet aan de civiele rechter kan voorleggen, is gelet op genoemde omstandigheden onaanvaardbaar op grond van het bepaalde in artikel 2:8 lid 2 BW Pro. Dit leidt tot toewijzing van het mindere van het gevorderde, namelijk dat het Besluit wordt geschorst. De voorzieningenrechter verbindt aan deze schorsing wel een voorwaarde, namelijk dat [eiseres] binnen één week na betekening van dit vonnis beroep tegen het Besluit instelt bij de ALV van [gedaagde].
Toe te wijzen vorderingen
4.6.
Schorsing van het Besluit leidt tot toewijzing van vorderingen c. (toegang tot het verenigingsterrein) en d. (het herstellen van de elektriciteitsvoorziening naar de volkstuin). Voor alle duidelijkheid wordt daarover opgemerkt dat de toe te wijzen geboden onlosmakelijk samenhangen met de schorsing van het Besluit. Als niet aan de in 4.5. geformuleerde voorwaarde is voldaan, kan [gedaagde] niet langer aan de veroordeling op dit punt worden gehouden. Dat wordt verwerkt in de hierna nog te bespreken dwangsomveroordeling. Totdat de ALV van [gedaagde] heeft beslist over het beroep van [eiseres] tegen het Besluit moet [gedaagde] [eiseres] behandelen als volwaardig lid, moet [gedaagde] zich onthouden van het uitvoeren van de ontruimingseis en mag zij aan [eiseres] geen verdere sancties opleggen uit hoofde van het Besluit. Dat [eiseres] immateriële schade heeft geleden door intimidatie en uitsluiting door [gedaagde] is niet aannemelijk gemaakt en ook overigens onvoldoende geconcretiseerd. Dat deel van vordering e. wordt daarom afgewezen.
Er wordt een dwangsom opgelegd
4.7.
De voorzieningenrechter acht een prikkel tot nakoming in de vorm van een dwangsom aangewezen. Een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van
€ 5.000,- wordt een voldoende prikkel tot nakoming geacht.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.8.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiseres] op basis van een toevoeging procedeert, wordt [gedaagde] niet veroordeeld tot betaling van de exploot- en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
Totaal
1.375,00
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
schorst het besluit van 27 september 2025 tot ontzetting van het lidmaatschap van [eiseres], onder de voorwaarde dat [eiseres] binnen één week na betekening van dit vonnis beroep tegen dit besluit instelt bij de Algemene Ledenvergadering van [gedaagde],
5.2.
gebiedt [gedaagde] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis:
[eiseres] onbeperkt toegang te verlenen tot het verenigingsterrein van [gedaagde] en haar volkstuin;
de elektriciteitsvoorziening naar de volkstuin van [eiseres] te herstellen,
5.3.
veroordeelt [gedaagde], indien en zolang de beroepsprocedure bij de ALV tegen het besluit van 27 september 2025 nog niet is afgerond:
[eiseres] te behandelen als volwaardig lid van [gedaagde] en haar alle rechten en bevoegdheden die aan het lidmaatschap zijn verbonden toe te kennen;
zich te onthouden van het uitvoeren van de ontruimingseis met betrekking tot het tuinhuis van [eiseres];
zich te onthouden van het opleggen van verdere sancties uit hoofde van het besluit van 27 november 2025,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag dat zij, nadat de termijn in 5.1. is verstreken en onder de voorwaarde dat [eiseres] het in 5.1. bedoelde beroep heeft ingesteld, niet aan de veroordelingen in 5.2 en 5.3 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 in totaal is bereikt,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.375,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025. 3608/2009

Voetnoten

1.HR 14 mei 1965, ECLI:NL:HR:1965:AD8077 (Amsterdams Speeltuinverbond).