ECLI:NL:RBROT:2025:13336
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering en vaststelling aflossingsbedrag WAO door UWV
Eiser heeft een betalingsregeling getroffen met het UWV voor terugbetaling van ten onrechte ontvangen toeslag op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het UWV stelde het termijnbedrag vast op €162 per maand, waartegen eiser bezwaar maakte. De voorzieningenrechter verlaagde het termijnbedrag tijdelijk naar €30 en beval betere motivering.
Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en eiser stelde beroep in. De rechtbank beoordeelde of het UWV voldoende had gemotiveerd waarom het termijnbedrag was verhoogd. De rechtbank vond dat het bestreden besluit onvoldoende inzicht gaf in de berekening, met name de beslagvrije voet, en dat het UWV niet duidelijk had gemaakt dat contact mogelijk was voor een lagere regeling.
Echter, tijdens de behandeling herstelde het UWV dit motiveringsgebrek met aanvullende toelichting, waardoor de rechtbank het gebrek passeerde op grond van artikel 6:22 Awb Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €907 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.