Op 16 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, betreffende de minderjarige [minderjarige]. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 24 januari 2026, evenals de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter oordeelde dat de verlenging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige], die nog steeds in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De moeder heeft het ouderlijk gezag en werkt mee aan de hulpverlening, maar kan het contact tussen [minderjarige] en de vader nog niet zelfstandig begeleiden. De GI heeft het verzoek ingediend om de ondertoezichtstelling te verlengen, terwijl de moeder verweer voerde tegen dit verzoek en stelde dat hulpverlening in het vrijwillige kader mogelijk is. De kinderrechter heeft besloten dat er alternatieven zijn in het vrijwillige kader en dat de ondertoezichtstelling niet enkel bedoeld is voor het begeleiden van contact tussen minderjarige en ouder. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.