In deze zaak heeft de kinderrechter op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) om de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2011, te verlengen. De minderjarige verblijft momenteel bij zijn grootouders moederszijde, die een stabiele thuissituatie bieden. De kinderrechter heeft de procedure met gesloten deuren gevoerd, waarbij de vader, de GI en de moeder aanwezig waren. De moeder en grootouders hebben verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI, waarbij zij stelden dat de minderjarige geen probleemkind is en dat de ondertoezichtstelling niet in zijn belang is. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, maar dat de ontwikkelingsbedreiging kan worden weggenomen in een vrijwillig kader. De samenwerking tussen de grootouders en de moeder is goed, en de kinderrechter concludeert dat de ondertoezichtstelling niet meer noodzakelijk is. Het verzoek van de GI wordt afgewezen, en de kinderrechter geeft de minderjarige de kans om positieve stappen te zetten zonder de betrokkenheid van de GI. De beslissing is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 29 oktober 2025.