Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:13294

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/10/701869 / FA RK 25-4744
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:244 BWArt. 1:251a BWArt. 1:253n BWArt. 1:377a BWArt. 29a lid 5 en 6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en ontzegging omgang wegens huiselijk geweld

De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 september 2025 een zaak over het gezag en de omgangsregeling van vier minderjarige kinderen na ontbinding van het huwelijk van hun ouders. De moeder verzocht het gezag exclusief aan haar toe te kennen en de vader het omgangsrecht te ontzeggen, mede vanwege een voorgeschiedenis van huiselijk geweld.

Uit het dossier en het rapport van de raad voor de kinderbescherming bleek een patroon van ernstig huiselijk geweld, bedreigingen en problematisch gedrag van de vader, waaronder alcoholverslaving en agressie. Diverse meldingen bij Veilig Thuis en politie, alsmede eerdere veroordelingen van de vader voor mishandeling en bedreiging, onderbouwden deze bevindingen.

De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen was en kende het eenhoofdig gezag toe aan de moeder. Tevens werd het omgangsrecht van de vader voor onbepaalde tijd ontzegd, omdat omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen. De rechtbank stelde dat de vader eerst zijn gedrag moet veranderen voordat omgang weer mogelijk is.

De moeder trok haar verzoek om een voorlopige voorziening in, en de rechtbank bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en aan de moeder toegekend; de vader wordt het omgangsrecht voor onbepaalde tijd ontzegd wegens huiselijk geweld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/701869 / FA RK 25-4744
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 september 2025
in de zaak van:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. B. Özates te Rotterdam,
t e g e n
[naam man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 23 juni 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op
30 september 2025. Gelijktijdig is het verzoek van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad) over de ondertoezichtstelling (zaaknummer / rekestnummer C/10/704356 / JE RK 25-1595) behandeld, in welke zaak afzonderlijk mondeling uitspraak is gedaan.
Gelet op die gelijktijdige behandeling heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de raad van 31 juli 2025.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de raad, als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 1] ;
  • de GI, vertegenwoordigd door [naam 2] en [naam 3] .
De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.
1.3.
De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling mondeling uitspraak gedaan, waarvan op grond van artikel 29a lid 5 en 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering deze schriftelijke uitwerking is opgemaakt. Gelet op de door de vrouw onweersproken gestelde voorgeschiedenis met huiselijk geweld en de spanningen die dat met zich meebracht, is het spoedeisend belang erin gelegen dat voor partijen direct duidelijkheid is over het gezag en de omgang.
1.4.
De twee oudste minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De minderjarigen hebben hier geen gebruik van gemaakt.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Het huwelijk van partijen is op 30 november 2023 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 20 juni 2023 in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
Partijen zijn de ouders van de minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 3] ; geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats] .
2.3.
Het ouderlijk gezag over de minderjarigen wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.
2.4.
Partijen hebben een ouderschapsplan opgesteld, dat zij op 11 april 2023 hebben ondertekend. Zij zijn overeengekomen dat de minderjarigen elke vrijdag na school tot en met zondagmiddag 15.00 uur samen met de man onder begeleiding van oma (vz) bij oma (vz) thuis zullen overnachten.

3.De beoordeling

3.1.
Voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv Pro
3.1.1.
De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling haar verzoek om een voorlopige voorziening te treffen ingetrokken. De rechtbank zal daarom dit verzoek afwijzen.
Hoofdzaak
3.2.
Gezag en omgangsregeling
3.2.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat het gezag over de minderjarigen alleen aan haar toekomt en dat aan de man geen recht op omgang met de minderjarigen zal toekomen, althans dat hem de omgang wordt ontzegd voor onbepaalde tijd.
Huiselijk geweld
3.2.2.
Het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (hierna: Verdrag van Istanbul) is een mensenrechtenverdrag waarin aan de overheid verplichtingen worden opgelegd om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden, en waarin aandacht wordt besteed aan de maatregelen die nodig zijn voor de opvang en bescherming van slachtoffers van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld, zijn ook slachtoffer van huiselijk geweld.
Verdragspartijen moeten wetgevende of andere maatregelen nemen om te waarborgen dat bij de vaststelling van de voogdij en omgangsregeling voor kinderen rekening wordt gehouden met gevallen van geweld die vallen onder de reikwijdte van het Verdrag (artikel 31 van Pro het Verdrag van Istanbul).
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft duidelijke richtlijnen gegeven voor situaties van huiselijk geweld en drie noodzakelijke stappen voorgeschreven: onmiddellijke actie, adequate inschatting van de risico’s (ook voor de kinderen) en het op basis van die inschatting nemen van adequate en proportionele maatregelen.
3.2.3.
In de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezag en omgang wordt niet expliciet genoemd dat geweld tegen vrouwen/mannen of huiselijk geweld een factor is waarmee de rechter rekening houdt bij het nemen van zijn beslissing. Het is niettemin vanzelfsprekend dat de Nederlandse rechter dat wel moet doen. De veiligheid van de ouder en het kind zal centraal moeten staan bij de vraag welke gezagsbeslissing en/of zorg- of omgangsregeling in het belang van het kind is. Voor de rechtbank betekent dit dat er bij de beslissingen in deze zaak rekening mee zal moeten worden gehouden dat de rechten en de veiligheid van de moeder en de minderjarigen gewaarborgd zijn.
3.2.4.
Vanuit de politie Rotterdam Rijnmond is de volgende informatie ontvangen:
  • 3 maart 2023: de vrouw meldde dat zij in haar woning een vuurwapen met munitie had aangetroffen. Het vuurwapen is door de politie in beslag genomen en er is een Veilig Thuis-melding gemaakt;
  • 17 juni 2023: de vrouw doet aangifte van bedreiging en mishandeling tegen de man. De man is gehoord als verdachte. Er is een Veilig Thuis-melding gemaakt;
  • 21 juni 2023: de vrouw heeft aangifte gedaan van het overtreden van het contact- en locatieverbod door de man. De man is gehoord als verdachte. Er is een Veilig Thuis-melding gemaakt;
  • 10 juli 2023: de man is aangehouden voor het rijden onder invloed. De jongste dochter [minderjarige 4] was betrokken bij de aanrijding die de man onder invloed van alcohol had veroorzaakt. Zijn zoon van vijf jaar oud heeft daarbij minimaal een uur alleen in de woning gezeten. Er is een Veilig Thuis-melding opgemaakt;
  • 2 januari 2024: de vrouw heeft aangifte gedaan tegen de man van bedreiging met de dood. In juni 2023 heeft de man de vrouw mishandeld en sindsdien gold er een contactverbod. Dit verbod overschreed hij op 2 december 2023 en op 2 januari 2024. Hij uitte meerdere bedreigingen op beide dagen: ‘Ik wil met mijn vuisten jouw schedel kapot slaan’, ‘Ik ga je bloed drinken’ en ‘Je dood gaat door mij komen’. Na 2 december 2023 had de vrouw de man geblokkeerd op haar WhatsApp;
  • 17 september 2024: ruzie tussen de familieleden van beiden exen, zus van moeder en moeder van vader. Hierbij is een bedreiging geuit door de man;
  • 24 september 2024: de vrouw had een afspraak voor het doen van een aangifte van bedreiging en overtreding van het contactverbod door de man. Er is een vervolgafspraak gemaakt voor 16 oktober 2024, die de vrouw op advies van de reclassering en het wijkteam heeft afgezegd. De man heeft een locatie- en contactverbod voor de vrouw, maar ook voor de zus van de vrouw en een locatieverbod voor de kapsalon die de vrouw met haar zus heeft. De man bedreigt de vrouw met de dood via WhatsApp. Ook stuurt hij berichten naar zijn twee oudste kinderen, waar hij schrijft dat de vrouw en haar zus doodgaan. Er is een Veilig Thuis-melding opgemaakt en deze is doorverwezen naar het wijkteam.
  • 24 september 2024: de zus van de vrouw heeft aangifte gedaan tegen de man van bedreiging. De man is gehoord als verdachte;
  • 21 mei 2025: de politie kreeg op last van de Officier van Justitie het verzoek om de man buiten heterdaad aan te houden voor het overtreden van de voorwaarden van de reclassering.
3.2.5.
Uit het raadsrapport van 31 juli 2025 blijkt het volgende met betrekking tot het strafrechtelijk verleden van de man:
  • De man is op 17 juni 2024 veroordeeld voor meerdere feiten: het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing (19 juni 2023), mishandeling (huiselijk geweld/(ex)partnermishandeling) (16 juni 2023), bedreiging (16 juni 2023 en 2 juni 2024) en het wederrechtelijk binnendringen van een woning (16 juni 2023);
  • In het kader van de recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten is de man op 17 januari 2024 veroordeeld wegens rijden onder invloed (van drugs), pleegdatum 10 juli 2023;
  • De man is op 10 juli 2019 veroordeeld wegens mishandeling (huiselijk geweld/(ex)partnermishandeling), gepleegd op 1 april 2019;
  • Wegens het in strijd handelen met de Wet Wapens en Munitie (in 2019) is door het OM aan de man in 2019 een strafbeschikking opgelegd in de vorm van een geldboete van € 290,-;
  • De man is in 2008 wegens poging tot doodslag en mishandeling (begaan tegen zijn moeder) (huiselijk geweld) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.
Gezag
3.2.6.
Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n BW worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW genoemde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.
3.2.7.
De rechtbank is van oordeel dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is.
Uit de overgelegde berichten blijkt dat partijen niet constructief met elkaar kunnen communiceren. Er is sprake is van een patroon van huiselijk geweld, mede omvattend ernstige bedreigingen van de man aan het adres van de vrouw en ander zeer zorgelijk gedrag van de man, zoals blijkt uit het raadsrapport van 31 juli 2025. De man kampt daarnaast met een alcoholverslaving, geconstateerd, zo blijkt uit het raadsrapport van 31 juli 2025, door een verslavingsarts in de penitentiaire inrichting waar de man in 2024 verbleef, en agressieproblemen. De rechtbank verwacht niet dat het gedrag van de man zonder intrinsieke motivatie op korte termijn zal veranderen. Dat de man gemotiveerd is om te komen tot verandering is op geen enkele manier gebleken.
Onder voornoemde omstandigheden kan niet van de vrouw worden verwacht dat zij het gezamenlijk gezag met de man blijft uitoefenen. Daarom dient de vrouw te worden belast met het eenhoofdig gezag.
Omgangsregeling
3.2.8.
Uitgangspunt van artikel 1:377a BW is dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht heeft op en de verplichting heeft tot omgang met zijn kind. Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW wordt het recht op omgang slechts ontzegd als:
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
3.2.9.
De rechtbank is van oordeel dat de man het recht op omgang voor onbepaalde tijd moet worden ontzegd. Voldoende staat vast dat omgang tussen de man en de minderjarigen ernstig nadeel oplevert voor hun geestelijke of lichamelijke ontwikkeling. Uit het raadsrapport van 31 juli 2025 blijkt dat de raad zich ernstige zorgen maakt om de ontwikkeling van de minderjarigen vanwege de aanhoudende strijd tussen de ouders waarbij (aldus de raad) de man de overhand heeft. De minderjarigen zijn blootgesteld aan dreigingen en fors geweld vanuit de man richting de vrouw. De raad ziet daarnaast signalen van dwingende controle en intieme terreur die de situatie onverminderd onveilig doen aanvoelen. Door het gedrag van de man is de kans groot dat de minderjarigen langdurige stress hebben ervaren die ervoor zorgt dat alle energie in hun lichaam en brein uitgaat naar overleven. Bij [minderjarige 4] ziet de raad een minimale concentratie. Zij kan snel boos worden als er over nare dingen wordt gesproken. Op school is ze snel in conflict met andere kinderen. [minderjarige 3] heeft veel moeite voldoende gevarieerd eten binnen te krijgen. Zijn concentratie op school is slecht. Zowel bij [minderjarige 2] als [minderjarige 1] is een taal-ontwikkelingsstoornis vastgesteld. [minderjarige 2] heeft aangegeven niet te weten waar haar boosheid vandaan komt. Ze heeft verteld veel boos te zijn. [minderjarige 1] heeft aangegeven het gevoel te hebben het gezin te moeten beschermen tegen de man. Hij heeft moeite met slapen en piekert over wat er thuis gebeurt. De raad vreest dat de minderjarigen ook op latere leeftijd de gevolgen van het gedrag van hun vader nog zullen ervaren.
De rechtbank is van mening dat de man eerst dient te veranderen voordat er weer omgang tussen hem en de minderjarigen kan plaatsvinden. Pogingen tot het inzetten van hulpverlening voor de man hebben tot op heden niet tot verbetering van zijn gedrag geleid. De man moet zelf gemotiveerd zijn om te veranderen en beseffen dat hij nu, door zijn gedrag, geen goede vader voor de minderjarigen is. Als de man aan zichzelf heeft gewerkt, dat wil zeggen van zijn verslaving is afgekomen en met succes hulp heeft gekregen bij het wegnemen van zijn agressieproblematiek en verwerking van zijn verleden, en kan laten zien dat hij wel een goede vader voor de minderjarigen kan zijn, ontstaan er mogelijkheden voor omgang met de minderjarigen.
3.3.
Proceskosten
3.3.1.
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank:
in de voorlopige voorziening:
4.1.
wijst het verzoek van de vrouw af;
in de hoofdzaak:
4.2.
beëindigt het gezamenlijk gezag en bepaalt dat het gezag over de minderjarigen voortaan aan de vrouw alleen toekomt;
4.3.
bepaalt dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW Pro genoemde openbare gezagsregister;
4.4.
ontzegt de man het recht op omgang met de minderjarigen voor onbepaalde tijd;
4.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025 door mr. J. van Driel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. C.A. Sedoc als griffier, en op schrift gesteld op 15 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.