ECLI:NL:RBROT:2025:13283

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/10/706679 / JE RK 25-1901
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling van een minderjarige door de kinderrechter

Op 16 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven over de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2009. De zaak betreft de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, die verzoekt om de minderjarige onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de minderjarige, zijn moeder, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west aanwezig waren. De moeder is belast met het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar. De Raad maakt zich zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige, die in het verleden in aanraking is gekomen met de politie en schoolverzuim heeft vertoond. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige nog niet geheel zijn weggenomen, ondanks dat er enige verbetering zichtbaar is. De kinderrechter heeft besloten om de minderjarige onder toezicht te stellen, met de mogelijkheid van hulpverlening en begeleiding door een jongerencoach. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beslissing is mondeling gegeven en op schrift gesteld op 11 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706679 / JE RK 25-1901
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, Zuid-Holland-Zuid,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] ;
  • de moeder;
  • de officier van justitie, mr. L. van Wijk;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] .
1.3.
Het verzoek is ter zitting gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen [voornaam minderjarige] en de moeder, met parketnummers 10-064460-25 en 10-064463-25.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De Raad maakt zich zorgen om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Hoewel het op dit moment iets beter lijkt te gaan, is het wel belangrijk dat de moeder steun en hulpverlening ontvangt. Het is nog niet duidelijk welke hulpverlening precies ingezet moet worden. Een persoonlijkheidsonderzoek kan daarbij helpen. Mocht daaruit komen dat systemische hulpverlening nodig is, dan is het belangrijk dat de moeder daarin meegenomen kan worden. Eerdere hulpverlening vanuit De Waag in het vrijwillig kader is onvoldoende van de grond gekomen. Ook is belangrijk dat de schoolgang van [voornaam minderjarige] gemonitord gaat worden. De ondertoezichtstelling kan worden uitgevoerd door dezelfde personen die nu de jeugdreclassering van [voornaam minderjarige] uitvoeren. De moeder heeft daar goed contact mee. Daarnaast is van belang dat er voor [voornaam minderjarige] een jongerencoach wordt ingezet.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. [voornaam minderjarige] is de afgelopen tijd niet meer in aanraking geweest met de politie. De GI denkt wel dat een ondertoezichtstelling belangrijk is voor [voornaam minderjarige] . Vanuit de ondertoezichtstelling kan dan een jongerencoach voor hem ingezet worden die hem kan gaan motiveren. Daarnaast kan de moeder handvatten krijgen hoe zij het beste om kan gaan met het gedrag van [voornaam minderjarige] . Het is belangrijk dat zij meer in haar kracht kan gaat staan, zodat zij [voornaam minderjarige] ook beter voor zijn schoolgang kan motiveren.
4.2.
De moeder kan zich vinden in het verzoek van de Raad, al vraagt zij zich af of dit echt nodig is. Het gaat nu goed met [voornaam minderjarige] . Sinds zijn enkelband eraf is, is hij veel vaker thuis en gaat hij niet meer met foute vrienden om. Hij heeft zich ingeschreven voor een BBL-opleiding. De moeder staat achter de inzet van een jongerencoach. Gesprekken helpen hem niet. Hij heeft iemand nodig die activiteiten met hem onderneemt. De moeder heeft haar best gedaan om [voornaam minderjarige] zo veel mogelijk te motiveren om naar school te gaan, maar dat is niet gelukt.
4.3.
[voornaam minderjarige] heeft ter zitting toegelicht dat hij een ondertoezichtstelling niet nodig vindt, maar dat hij wel bereid is daaraan mee te werken. Het gaat inmiddels een stuk beter met hem. Op 21 november a.s. heeft hij een intakegesprek bij het Zadkine voor een MBO 1 opleiding in de logistiek. Als die intake goed verloopt, kan hij daar direct starten. Hij is daar gemotiveerd voor.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] heeft in zijn leven al meerdere ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt, waardoor er zorgen zijn ontstaan over zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. [voornaam minderjarige] is de afgelopen maanden meermalen in aanraking gekomen met de politie vanwege criminele activiteiten. Ook is er een lange periode sprake geweest van schoolverzuim. De moeder is in die periode de grip op [voornaam minderjarige] verloren. Hoewel de moeder en [voornaam minderjarige] aangeven dat het nu beter gaat, en dit ook door de jeugdreclassering wordt bevestigd, zijn de zorgen nog niet geheel weggenomen. Nog altijd gaat [voornaam minderjarige] niet naar school. Het is positief dat er een intake gepland staat bij het Zadkine, maar het is nog onduidelijk of hij daar daadwerkelijk kan gaan starten en of [voornaam minderjarige] in staat is om vervolgens zijn schoolgang vol te houden. Daarnaast is hulpverlening in het vrijwillig kader onvoldoende van de grond gekomen en is het belangrijk dat er in het kader van de ondertoezichtstelling een jongerencoach ingeschakeld gaat worden en dat onderzocht gaat worden of er verdere (systemische) hulpverlening noodzakelijk is.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van negen maanden.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, Zuid-Holland-Zuid, met ingang van 16 oktober 2025 tot 16 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 11 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.