Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:13251

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
ROT 25/8247
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.L. de Vette
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inschrijving briefadres in basisregistratie personen

Verzoeker, zonder vaste woon- of verblijfplaats, vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening om te worden ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) met een briefadres. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had dit verzoek afgewezen omdat verzoeker niet meer in de BRP stond ingeschreven en eerst in persoon een aangifte tot hervestiging moest doen.

Verzoeker stelde dat hij deze aangifte al maanden geleden had gedaan, maar kon dit niet bewijzen. Recentelijk had hij wel een aangifte gedaan, maar deze was nog in behandeling. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van een spoedeisend belang, omdat verzoeker dakloos is en geen DigiD of postadres heeft, wat het regelen van uitkering en huisvesting bemoeilijkt.

Desondanks kon het college verzoeker nog niet inschrijven met een briefadres omdat niet duidelijk was of hij aan alle voorwaarden voldeed. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af. Er werd benadrukt dat verzoeker moet bijhouden waar hij overnacht om aan te tonen dat hij geen woonadres heeft. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en tegen de beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot inschrijving met een briefadres wordt afgewezen omdat verzoeker nog geen geldige aangifte tot hervestiging heeft gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/8247

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 november 2025 in de zaak tussen

[naam verzoeker] , uit zonder vaste woon- of verblijfplaats, verzoeker

(gemachtigde: mr. M. el Idrissi),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

(gemachtigde: mr. D.J.J. Straver).

Samenvatting

Verzoeker wil in de basisregistratie personen (brp) worden ingeschreven met een briefadres. Het college heeft deze aanvraag afgewezen, omdat verzoeker niet meer ingeschreven staat in de brp en hij eerst in persoon een aangifte tot hervestiging moet doen. Volgens verzoeker heeft hij dit maanden geleden al gedaan, maar dit is niet bij het college bekend en verzoeker heeft hier ook geen bewijzen van kunnen overleggen. Verzoeker heeft onlangs wel aangifte van hervestiging gedaan, maar dit is nog in behandeling. Op dit moment is niet duidelijk of verzoeker voldoet aan alle voorwaarden voor een briefadres. Het college hoefde verzoeker daarom nog niet in te schrijven in de brp en kon hem nog geen briefadres worden verstrekt. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een briefadres. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 1 september 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Verzoeker is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, B. Zaghdoud als tolk en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat het in deze zaak om?
4. Verzoeker heeft op 16 juli 2025 een aanvraag ingediend voor een briefadres. Het college heeft deze aanvraag afgewezen. Volgens het college staat verzoeker niet meer ingeschreven in de brp en moet hij daarom eerst in persoon een aangifte tot hervestiging doen aan de balie van één van de stadswinkels. Verzoeker is het niet eens met dit besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij wordt ingeschreven in de brp met een briefadres.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
5. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
6. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening is, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
7. Verzoeker voert aan dat hij dakloos is, en geen postadres en DigiD heeft. Hierdoor kan hij de noodzakelijke zaken, zoals een uitkering en een woning niet regelen. Weliswaar heeft verzoeker op 28 oktober 2025 in persoon aangifte van hervestiging gedaan, maar dit is nog in behandeling. Indien dat is verwerkt, kan worden bekeken of verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor een briefadres. Dit kan nog enige weken in beslag nemen. De voorzieningenrechter ziet dus een voldoende spoedeisend belang voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Waarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af?
8. Verzoeker heeft in het verleden in Rotterdam gewoond. Sinds 2020 staat hij niet meer ingeschreven in de brp, maar staat hij vermeld in het register voor niet-ingezetenen in verband met een vertrek naar het buitenland. Verzoeker wil zich nu weer laten inschrijven in de brp met een briefadres.
9. Partijen zijn het erover eens dat er sprake is van een hervestiging en dat verzoeker zich dan eerst in persoon moet melden bij een stadswinkel voor een aangifte van hervestiging. Verzoeker stelt dat hij dit in juli 2025 al heeft gedaan. Hij heeft hier echter geen bewijs van. Het college heeft tijdens de zitting verklaard dat verzoeker zich meerdere keren heeft gemeld bij de gemeente, maar niet voor het doen van aangifte van hervestiging. Zo heeft hij zich bijvoorbeeld op 30 juli 2025 gemeld voor een bijstandsuitkering. Verzoeker heeft dus wel gesteld dat hij aangifte van hervestiging heeft gedaan, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt, bijvoorbeeld door het overleggen van een bevestiging van de afspraak. Nu verzoeker ten tijde van het besluit van 1 september 2025 nog geen aangifte van hervestiging heeft gedaan, kon het college de aanvraag voor een briefadres afwijzen.
10. Verzoeker heeft op 28 oktober 2025 (alsnog) aangifte van hervestiging gedaan. Volgens het college is deze aangifte nog in behandeling. De voorzieningenrechter verzoekt het college om dit voortvarend op te pakken, omdat verzoeker nu niet bereikbaar is voor instanties, en hij geen woning en inkomsten heeft. Zodra verzoekers aangifte om hervestiging is verwerkt, kan worden bekeken of verzoeker in aanmerking komt voor een briefadres. Op dit moment komt verzoeker echter nog niet in aanmerking voor een briefadres, omdat niet duidelijk of verzoeker aan alle voorwaarden voldoet. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom worden afgewezen.
11. De voorzieningenrechter wijst nog op het volgende. Het college heeft tijdens de zitting verklaard dat het mogelijk is dat verzoeker voor het verkrijgen van een briefadres nog aanvullende gegevens zal moeten inleveren. Er moet namelijk eerst worden vastgesteld dat verzoeker geen woonadres heeft, voordat hij in aanmerking kan komen voor een briefadres. De voorzieningenrechter raadt verzoeker daarom aan om vanaf nu al bij te houden waar hij elke dag overnacht. Als dit een locatie op straat is, is het ook aan te raden om bij te houden waar hij op straat heeft geslapen.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het college verzoeker nog niet hoeft in te schrijven met een briefadres. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te tekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.