ECLI:NL:RBROT:2025:13240

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
11836394 VV EXPL 25-474
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in kort geding over wedertewerkstelling en betaling achterstallig loon van oproepkracht

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 30 oktober 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiseres], vertegenwoordigd door mr. M. Shaaban, en Guestwise B.V., vertegenwoordigd door mr. drs. J.C.A. Ettema. [Eiseres] vorderde wedertewerkstelling en betaling van achterstallig loon, omdat zij financieel in de knel kwam door het ontbreken van oproepen voor werk. De arbeidsovereenkomst tussen partijen was een oproepovereenkomst, waarbij geen minimum aantal uren was gegarandeerd. De kantonrechter heeft de vorderingen van [eiseres] afgewezen, omdat er geen basis was voor wedertewerkstelling en de vorderingen tot loonbetaling niet toewijsbaar waren. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst geen minimumuren kende en dat de omstandigheden rondom de oproepbaarheid van [eiseres] niet voldoende waren om haar eisen te onderbouwen. De proceskosten werden aan [eiseres] opgelegd, omdat zij ongelijk kreeg in de procedure.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11836394 VV EXPL 25-474
datum uitspraak: 30 oktober 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres], roepnaam [naam 1],
woonplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. M. Shaaban,
tegen
Guestwise B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. drs. J.C.A. Ettema.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘Guestwise’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 20 augustus 2025, met bijlagen 1 tot en met 11;
  • de e-mail van [eiseres], met bijlage 12;
  • de brief van Guestwise, met bijlagen 1 en 2;
  • de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Guestwise.
1.2.
Op 16 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiseres] en met
[naam 2] voor Guestwise, en met de gemachtigden.

2.De beoordeling

Beoordelingskader in kort geding
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat de eisende partij heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor de gedaagde partij als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
Spoedeisend belang
2.2.
[eiseres] eist in de kern wedertewerkstelling als oproepkracht en loonbetaling. [eiseres] stelt financieel in de knel te komen, omdat zij inkomen mist doordat zij niet meer wordt opgeroepen door Guestwise. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.
Wat is er gebeurd?
2.3.
Partijen hebben een arbeidsovereenkomst (een oproepovereenkomst / nulurencontract) gesloten voor de duur van één jaar ingaande op 4 april 2025. Overeengekomen is dat [eiseres] op afroep werkzaam zal zijn in de functie van hostess op wisselende locaties en tijdstippen, afhankelijk van de aanwijzingen van de opdrachtgevers van Guestwise, tegen een loon van € 15,- per uur exclusief 8% vakantietoeslag en compensatie vakantiedagen, uit te betalen iedere vier weken. In artikel 3.1 van de arbeidsovereenkomst is het volgende bepaald:
“Deze arbeidsovereenkomst kent geen minimumaantal uren per week en garandeert ook geen minimumaantal uren voor de duur van deze overeenkomst, daar het aantal uren dat de werknemer gaat werken volledig afhankelijk is van het al dan niet oproepen voor arbeid door de werkgever. Met deze overeenkomst hebben partijen een arbeidsverhouding op het oog, waarbij geen zekerheid bestaat over het al of niet werken en de omvang van die eventuele werkzaamheden. De werknemer is ermee bekend dat deze arbeidsverhouding zijn bestaansrecht vindt in de behoefte van de werkgever om zo nodig op korte termijn te beschikken over extra arbeidskracht.”
2.4.
In de periodes 5, 6 en 7 van 2025 heeft [eiseres] via Guestwise 30 uur, 23,5 uur respectievelijk 25 uur gewerkt bij het toen pas geopende Fenix Museum Rotterdam (hierna: Fenix).
2.5.
Op 29 mei 2025 heeft [eiseres] niet gewerkt bij Fenix, terwijl zij wel ingepland was. Zij was die dag ziek, maar heeft zich niet afgemeld bij Fenix of Guestwise. [eiseres] heeft hiervoor een waarschuwing gehad.
2.6.
Op een bijeenkomst voor alle medewerkers van Guestwise op 16 juni 2025 heeft [eiseres] aan de orde gesteld dat medewerkers in dienst bij Fenix meer loon verdienen dan medewerkers van Guestwise, en dat dit in strijd is met artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten voor intermediairs (Waadi).
2.7.
Bij brief van 20 juni 2025 heeft Guestwise aan [eiseres] meegedeeld dat vier diensten waarvoor zij vanaf 24 juni staat ingedeeld worden geannuleerd. Ook heeft Guestwise aan [eiseres] meegedeeld dat zij voor de resterende looptijd van haar arbeidsovereenkomst vooralsnog niet meer zal worden opgeroepen voor haar werkzaamheden, op grond van interne overwegingen, waaronder het incident op
29 mei 2025, waardoor het vertrouwen in de samenwerking onder druk is komen te staan. Benadrukt is dat het geen beëindiging van de arbeidsovereenkomst betreft, maar dat er geen
verdere oproepen volgen, tenzij daartoe aanleiding bestaat.
2.8.
Bij brief van 24 juni 2025 heeft [eiseres] kritische opmerkingen gemaakt over de beslissing en andere zaken bij Guestwise. Gevraagd is om de beslissing in heroverweging te nemen en haar weer op te roepen of anders de arbeidsovereenkomst te beëindigen, eventueel op basis van een vaststellingsovereenkomst.
2.9.
Guestwise heeft hierop gereageerd. Daarbij is [eiseres] ook het aanbod gedaan om de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 1 september 2025 onder betaling van het gemiddelde periodesalaris tot die datum, de transitievergoeding en een tekenbonus. [eiseres] heeft dit aanbod niet aanvaard.
2.10.
Bij brief van 15 juli 2025 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan Guestwise te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortduurt en dat [eiseres] zich beschikbaar houdt voor het verrichten van werk. Aanspraak is gemaakt op betaling van achterstallig loon, uitgaande van de hoogte van het loon dat medewerkers van Fenix met dezelfde functie als [eiseres] ontvangen, en de wettelijke verhoging als bedoeld in
artikel 7:625 BW, alsmede op doorbetaling van het loon van € 401,25 bruto per vier weken, gebaseerd op de gemiddelde arbeidsomvang, vermeerderd met de correcties op basis van de Waadi.
2.11.
Guestwise heeft aan haar medewerkers die bij Fenix werkzaam zijn bericht dat een salarisverschil bestaat met medewerkers van Fenix die hetzelfde werk verrichten, dat dit zal worden hersteld, en dat het verschil in salaris zal worden nabetaald.
2.12.
Op 15 augustus 2025 is door Guestwise € 161,14 netto nabetaald aan [eiseres]. Guestwise heeft hiervan een salarisspecificatie verstrekt.
2.13.
[eiseres] eist, na eiswijziging ter zitting, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Guestwise te veroordelen tot (samengevat):
wedertewerkstelling voor de overeengekomen arbeidsomvang van 26,75 uur per vier weken;
voor zover Guestwise dat nog niet heeft gedaan, betaling van het verschil van het loon dat [eiseres] is uitbetaald en het loon waar zij recht op had, met 50% wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
betaling van € 989,75 bruto aan achterstallig loon over de periode van 23 juni 2025 tot en met 17 augustus 2025 met de wettelijke rente en 50% wettelijke verhoging;
betaling van het bij de overeengekomen arbeidsomvang behorende loon van
€ 494,88 per vier weken exclusief vakantietoeslag en vakantie-uren;
5. betaling van de buitengerechtelijke kosten;
6. betaling van de proceskosten.
2.14.
Guestwise is het hiermee niet eens.
Wat vindt de kantonrechter?
Afwijzing eisen
2.15.
De eisen van [eiseres] worden afgewezen, omdat dit naar inschatting van de kantonrechter ook de uitkomst zal zijn als hierover een bodemprocedure wordt gevoerd. Aan dit oordeel liggen de volgende redenen ten grondslag.
Ten aanzien van eis 1: geen basis voor wedertewerkstelling voor de overeengekomen arbeidsomvang van 26,75 uur per vier weken
2.16.
Eis 1 wordt afgewezen, omdat er geen basis is om Guestwise te veroordelen om, zolang het dienstverband voortduurt, [eiseres] ongehinderd tot haar werkzaamheden toe te laten voor de door haar gestelde overeengekomen arbeidsomvang van 26,75 uur per vier weken. De eis valt niet te rijmen met de tekst van de op schrift gestelde arbeidsovereenkomst tussen partijen. Het betreft een oproepovereenkomst als bedoeld in artikel 7:628a BW waarbij de omvang van de arbeid niet is vastgelegd. Expliciet is vermeld dat de arbeidsovereenkomst geen minimumaantal uren kent en dat de onderliggende bedoeling van deze arbeidsverhouding is de behoefte van de werkgever om zo nodig op korte termijn te beschikken over extra arbeidskrachten. Verwezen wordt naar wat hierover onder 2.3. vermeld wordt. Anders dan [eiseres] meent, biedt het aantal uren dat zij in de praktijk gewerkt heeft in dit geval onvoldoende solide basis om in afwijking van wat in de arbeidsovereenkomst staat te kunnen concluderen dat de bedongen arbeidsomvang nu 26,75 uur per vier weken is. De periode waarin [eiseres] daadwerkelijk werkzaamheden uitgevoerd heeft totdat zij niet meer opgeroepen werd, heeft nog geen drie maanden geduurd, zodat deze periode weinig representatief is. Er is ook sprake geweest van wisselende urenomvang. Daarnaast heeft Guestwise onderbouwd aangevoerd dat Fenix haar grootste opdrachtgever was en dat de vraag van Fenix naar medewerkers van Guestwise in de maanden juli, augustus en september is teruggelopen tot nihil in de maand oktober 2025. Dit omdat Fenix inmiddels eigen medewerkers heeft en de medewerkers van Guestwise niet meer nodig heeft als flexibele schil. Kort na de opening van Fenix was dat anders, maar de bezoekersaantallen van het museum zijn inmiddels teruggelopen, aldus Guestwise. Gelet hierop bestaat twijfel of [eiseres] opgeroepen zou zijn om werkzaam uit te voeren bij Fenix (of een andere opdrachtgever van Guestwise), in dezelfde urenomvang als tot haar laatste werkdag op 20 juni 2025, als de verstandhouding tussen partijen niet verstoord zou zijn geraakt. Naar het zich thans laat aanzien vindt het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang als bedoeld in artikel 7:610b BW, waarop [eiseres] zich beroept, hierin haar weerlegging. Anders dan [eiseres] stelt, doet zich dus ook niet de situatie voor als bedoeld in artikel 7:628 lid 1 BW waarin werkgever verplicht is het loon te voldoen, want er is geen sprake van overeengekomen arbeid die [eiseres] niet heeft verricht.
Ten aanzien van eisen 2, 3 en 4: geen grond voor veroordeling tot betaling van loon en de nevenvorderingen
2.17.
De eisen 3 en 4 worden afgewezen, omdat er bij voormelde stand van zaken geen grond is om Guestwise te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van loon over de periode van 23 juni 2025 tot en met 17 augustus 2025 en ook niet voor de periode daarna tot aan het einde van het dienstverband.
2.18.
Eis 2 wordt afgewezen, omdat deze eis voorwaardelijk is gedaan en op dit moment niet bepaald kan worden of [eiseres] nog recht heeft op nabetaling van loon. Weliswaar heeft [eiseres] gesteld dat haar bruto uurloon € 15,- was en dat haar collega’s in dienst van Fenix een bruto uurloon van € 18,50 ontvingen, maar dat laatste is niet onderbouwd terwijl het gemotiveerd weersproken is door Guestwise. Daarbij komt dat Guestwise, naar eigen zeggen in verband hiermee ter voldoening aan artikel 8 Waadi, op 15 augustus 2025
€ 161,14 netto heeft nabetaald aan [eiseres]. Een en ander maakt dat de eis van [eiseres] nu niet toewijsbaar is, omdat niet vaststaat of zij nog recht heeft op een deel loon.
2.19.
Het lot van de eisen treft ook de nevenvorderingen tot betaling van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.
Ten aanzien van eis 5: geen grond voor veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke kosten
2.20.
Eis 5 wordt afgewezen, omdat er geen grond is voor veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke kosten. Gelet op de uitkomst wat betreft de andere eisen worden de kosten die [eiseres] gemaakt heeft niet aangemerkt als redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte.
Proceskosten
2.21.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan Guestwise moet betalen op € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 678,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.22.
De veroordeling in de proceskosten wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Guestwise dat eist en [eiseres] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat de veroordeling meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eisen af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van Guestwise worden begroot op € 678,-;
3.3.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
465