In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 30 oktober 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiseres], vertegenwoordigd door mr. M. Shaaban, en Guestwise B.V., vertegenwoordigd door mr. drs. J.C.A. Ettema. [Eiseres] vorderde wedertewerkstelling en betaling van achterstallig loon, omdat zij financieel in de knel kwam door het ontbreken van oproepen voor werk. De arbeidsovereenkomst tussen partijen was een oproepovereenkomst, waarbij geen minimum aantal uren was gegarandeerd. De kantonrechter heeft de vorderingen van [eiseres] afgewezen, omdat er geen basis was voor wedertewerkstelling en de vorderingen tot loonbetaling niet toewijsbaar waren. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst geen minimumuren kende en dat de omstandigheden rondom de oproepbaarheid van [eiseres] niet voldoende waren om haar eisen te onderbouwen. De proceskosten werden aan [eiseres] opgelegd, omdat zij ongelijk kreeg in de procedure.