Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.Waar gaat de zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 30 september 2025;
- de mondelinge behandeling gehouden op 9 oktober 2025.
Rechtbank Rotterdam
Deze zaak betreft een kort geding tussen voormalige partners over het voorlopig gebruik van een huurwoning na hun relatiebreuk. De vrouw vordert dat de man de woning binnen twee dagen verlaat, zodat zij daar met de kinderen kan gaan wonen. Zij stelt dat zij het meeste belang heeft bij het exclusieve gebruik van de woning vanwege het ontbreken van permanente woonruimte en het zwervende bestaan met de kinderen.
De man is sinds de relatiebreuk in de woning gebleven en voert verweer tegen de vordering. Tijdens de zitting heeft de vrouw haar vordering tot uitsluitend gebruik van de woning ingetrokken. De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat de vrouw een klemmend belang heeft bij wijziging van de bestaande situatie, mede omdat de vrouw en de kinderen volgens de man al maandenlang over stabiele vervangende woonruimte beschikken bij haar nieuwe partner.
De vrouw heeft dit niet weersproken en heeft geen concrete informatie over haar huidige woonsituatie verstrekt. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering af en bepaalt dat de man de woning voorlopig kan blijven gebruiken. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de vrouw om de man te bevelen de woning te verlaten wordt afgewezen; de man mag de woning voorlopig blijven gebruiken.