ECLI:NL:RBROT:2025:13112

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
11259159 CV EXPL 24-19964
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake de verdeling van inboedelgoederen na echtscheiding

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 17 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen twee voormalige echtgenoten over de verdeling van inboedelgoederen na hun echtscheiding in 2022. De eiser, woonachtig in Rotterdam, heeft de gedaagde, woonachtig in Schiedam, aangeklaagd om de afgifte van bepaalde inboedelgoederen, waaronder herinneringskisten en externe harde schijven, te vorderen. De gedaagde heeft deze eisen gemotiveerd betwist en stelt dat de eiser eerder spullen heeft meegenomen uit de gezamenlijke woning. Tijdens de procedure is gebleken dat de partijen in 2004 zijn gehuwd en twee kinderen hebben. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de gedaagde de gevraagde goederen in haar bezit heeft. De rechter heeft de eisen van beide partijen afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat de gedaagde de gevraagde inboedelgoederen daadwerkelijk heeft. De rechter heeft ook geoordeeld dat de partijen hun eigen proceskosten moeten dragen, aangezien zij over en weer in het ongelijk zijn gesteld. De uitspraak benadrukt het belang van bewijsvoering in geschillen over de verdeling van inboedelgoederen na een echtscheiding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11259159 CV EXPL 24-19964
datum uitspraak: 17 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Rotterdam,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
gemachtigde: mr. A. Harent,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Schiedam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. M.H.W.J. Hendriks.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 23 juli 2024, met bijlagen 1 - 6;
  • het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen 1 - 7;
  • het antwoord in reconventie, met bijlagen 7 - 14;
  • de brief van [gedaagde] , met bijlagen 8 - 9;
  • de akte van [eiser] , met bijlagen 15 - 19;
  • de akte van [gedaagde] , met bijlagen 10 - 11;
  • de akte van [eiser] .
1.2.
Op 12 februari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiser] en zijn gemachtigde en met [gedaagde] en haar gemachtigde. De zaak is vervolgens aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen samen tot een regeling (op onderdelen) te komen. Nadien hebben partijen voornoemde aktes genomen. Na laatstgenoemde akte van [eiser] is de zaak voor vonnis komen te staan. De nadien door [gedaagde] ingediende akte is daarom niet toegelaten.

2.De beoordeling

De zaak in het kort
2.1.
Partijen zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is in 2022 door echtscheiding ontbonden. Daarbij is bepaald hoe de gemeenschappen tussen partijen verdeeld moeten worden, onder meer wat betreft de inboedelgoederen. Aan [eiser] zijn onder meer toegedeeld twee herinneringskisten en twee externe harde schijven. Ook is destijds door hem te kennen gegeven dat hij een kopie wil ontvangen van de harde schijf van de digitale videocamera. Hieraan is volgens [eiser] niet voldaan. Daarom eist [eiser] veroordeling van [gedaagde] tot afgifte van deze goederen, met een dwangsom. [gedaagde] eist op haar beurt veroordeling van [eiser] tot afgifte van een harde schijf met foto’s van haar en hem bepaalde handelingen met die foto’s te verbieden, met een dwangsom. Over en weer worden de eisen afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Wat is er gebeurd?
2.2.
[eiser] en [gedaagde] zijn op [trouwdatum] 2004 gehuwd. Zij hebben samen twee kinderen: [kind 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2005, en [kind 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2009.
2.3.
Bij beschikking van [scheidingsdatum] 2022 is de echtscheiding uitgesproken tussen partijen. In die beschikking zijn ook de eenvoudige gemeenschappen verdeeld, waaronder de inboedelgoederen. In het lichaam van de beschikking staat over dat laatste - voor zover van belang - het volgende:
“II. De inboedelgoederen
3.8.7.
Partijen zijn tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen dat:
(…)
de goederen die de man met geel heeft gearceerd op de door hem als productie 21 overgelegde lijst van gemeenschappelijke inboedelgoederen worden toegedeeld aan de man en de overige goederen op die lijst aan de vrouw, zonder nadere verrekening tussen partijen.”
In het dictum van de beschikking is vermeld:
“4.10. gelast de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen zoals overwogen in rechtsoverwegingen 3.8.3. tot en met 3.8.9.;”
Op de in de beschikking vermelde lijst van gemeenschappelijke inboedelgoederen is onder meer geel gearceerd:
“2 stuks herinneringskisten van [kind 1] & [kind 2] (door [eiser] samengesteld)” en
“2 stuks externe harde schijf (eigendom [eiser] )”
Onderaan die lijst, niet geel gearceerd, is vermeld:
“ [eiser] wil wel een kopie van de harde schijf van de digitale videocamera ontvangen.”
2.4.
In hoger beroep heeft het hof bij beschikking van 20 maart 2024 voormelde beslissing over de gemeenschappelijke inboedelgoederen bekrachtigd.
2.5.
[eiser] eist nu om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te bevelen om op eerste verzoek aan hem af te geven:
  • 2 stuks herinneringskisten van [kind 1] en [kind 2] , met de hierna te noemen inhoud;
  • 2 stuks externe harde schijf, zoals hierna omschreven;
  • een kopie van de harde schijf van de digitale videocamera, zoals hierna omschreven;
zulks op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag voor elke dag dat [gedaagde] in gebreke blijft om hieraan haar medewerking te verlenen en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
[eiser] stelt dat [gedaagde] weigerachtig is om voornoemde inboedelgoederen af te geven. Volgens [eiser] hebben de herinneringskisten van [kind 1] en [kind 2] voor zover hij nog weet de volgende inhoud:
Herinneringskist [kind 1]
  • Geboorte kaartje (zebra op groene achtergrond)
  • Eerste schoentjes
  • Pakje waarmee [kind 1] uit het ziekenhuis is vervoerd voor de eerste keer naar huis
  • Eerste flesje (Frisolak 1)
  • Ziekenhuis armbandje
  • Snoertjes (rood, geel groen) van ziekenhuis monitor
  • Groeiboekje consultatie bureau
  • Klok met geboortekaartje op wijzerplaat (zebra op groene achtergrond)
  • Kaarten welke wij ontvangen hebben voor zijn geboorte
  • Ronde puma schoentjes
  • Lichtblauw t-shirt met op de voorzijde ‘stoer’ en op de achterzijde ‘Ik word een grote broer’
  • Alle schoolfoto's inclusief de klassenfoto's van de lagere school en eerste twee jaar Gymnasium
  • Al zijn schoolrapporten inclusief zijn middelbare schooladvies (VWO+)
  • Al zijn zwemdiploma's (A, B en C) + medailles
  • Al zijn judo slip examen certificaten
  • Alle medailles van de avond 4-daagse
  • Dapperheids diploma's van het ziekenhuis
  • Pietendiploma's van de pietengym op de kleuter/lagere school
  • Vaantjes/medailles van sportdagen
Herinneringskist [kind 2]
  • Geboortekaartje (koe op een blauw met wit geruite achtergrond)
  • Eerste schoentjes
  • Pakje waarmee [kind 2] uit het ziekenhuis is vervoerd voor de eerste keer naar huis
  • Eerste flesje
  • Blauw mutsjes van [ziekenhuis]
  • Licht bruine olifant van de DSW (favoriete knuffel)
  • Omslagkleedjes dat [kind 2] droeg voor vervoer naar de operatiekamer voor zijn nieroperatie januari 2010
  • Ziekenhuis armbandje van nieroperatie
  • Stekkertjes vanuit het ziekenhuis
  • Dagboekje door papa bijgehouden tijdens ons verblijf in het ziekenhuis januari 2010 (nieroperatie)
  • Klok in vorm van baby hoofdje met zijn naam en geboorte gewicht, tijd en datum?? Van geborsteld aluminium
  • Kaarten welke wij ontvangen hebben voor zijn geboorte
  • Alle schoolfoto's inclusief de klassenfoto's van de lagere school en eerste twee jaar Gymnasium
  • Al zijn schoolrapporten van de lagere school
  • Al zijn zwemdiploma's (A, B en C) + medailles
  • Alle medailles van de avond 4-daagse
  • Dapperheids diploma's van het ziekenhuis
  • Pietendiploma's van de pietengym op de kleuter/lagere school
  • Vaantjes/medailles van sportdagen
Volgens [eiser] staan op de harde schijven zeker de volgende mappen, maar misschien meer:
  • Documenten (Word/Excel/PDF/Goteborg)
  • Music (Al mijn cd's gedigitaliseerd)
  • Pictures (ingedeeld in jaar vanaf 2003 t/m 2019?? met daarin op datum de foto's
Aparte map voor [kind 1] en [kind 2]
- Video's
videobandjes 8mm gedigitaliseerd
trouw video's en geboortes van [kind 1] en [kind 2] en alle vakanties t/m 2009
Digitale video's digitale videocamera [eiser] vanaf 2010 t/m ???
- [bedrijf] (gegevens van eigen onderneming)
2.6.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van [eiser] . Op haar beurt eist [gedaagde] om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • [eiser] te bevelen op eerste verzoek af te geven de harde schijf met foto’s van haar;
  • [eiser] te verbieden enige foto of ander beeldmateriaal van haar te doen
verspreiden of beschikbaar te stellen aan derden, openbaar te maken, te
verveelvoudigen en/of anderszins te exploiteren;
zulks op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag voor elke dag dat [eiser] in gebreke blijft hieraan zijn medewerking te verlenen en met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
Wat vindt de kantonrechter
Afwijzing eis tot afgifte van de herinneringskisten
2.7.
De eis van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen tot afgifte van de herinneringskisten van [kind 1] en [kind 2] wordt afgewezen, want niet staat vast dat [gedaagde] deze kisten in haar bezit heeft. [gedaagde] heeft dat namelijk gemotiveerd betwist. Zij voert aan dat [eiser] meermaals in de voormalige echtelijke woning is geweest om spullen op te halen en bij één van die gelegenheden ook dozen heeft meegenomen met door hem verzamelde spullen van de kinderen. [eiser] heeft vervolgens onvoldoende gemotiveerd gesteld dat haar verweer niet klopt en dat [gedaagde] nog beschikt over de kisten.
2.8.
Tevens staat niet vast dat de hierboven onder 2.5 vermelde spullen van [kind 1] en [kind 2] in de herinneringskisten hebben gezeten en dus aan [eiser] zouden zijn toebedeeld, want [gedaagde] heeft ook dat gemotiveerd betwist. Aannemelijk is dat [eiser] pas na de echtscheidingsprocedure gedetailleerd aangegeven heeft wat volgens hem de inhoud was van de herinneringskisten. In dit verband is van belang dat in de echtscheidingsbeschikking en de inboedellijst, waarnaar in die beschikking verwezen is, niet uiteengezet is wat de inhoud van de herinneringskisten was. Het komt de kantonrechter ook voor dat veel van de volgens de man zich (ooit) in de herinneringskisten aanwezige spullen ook niet van de vader of de moeder zijn, maar van de kinderen zelf. Ze geeft [eiser] dan ook in overweging in te gaan op het aanbod van [gedaagde] om genoegen te nemen met afgifte van het lijstje spullen die zij, in overleg met de kinderen heeft opgesteld (zie antwoordakte onder 2 en 3).
Afwijzing eis tot afgifte van twee externe harde schijven
2.9.
De eis van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen tot afgifte van twee externe harde schijven wordt afgewezen, want het staat niet vast dat [gedaagde] de bedoelde harde schijven in haar bezit heeft. [gedaagde] heeft dat namelijk eveneens gemotiveerd betwist, zoals hierboven vermeld.
2.10.
In het petitum van de dagvaarding is niet nader gespecificeerd om welke externe harde schijven het gaat en ook in de echtscheidingsbeschikking en de inboedellijst, waarnaar in die beschikking verwezen is, is dat niet nader aangeduid. In deze procedure heeft [eiser] duidelijk gemaakt waar het hem om te doen is, namelijk een externe harde schijf van het type WD My Cloud Home 2 TB, onder overlegging van een foto van zijn bureau in de voormalige echtelijke woning waarop zo’n harde schijf te zien is, en om een externe harde schijf van het type Samsung S2 Portable 500 GB 2009-10 wit. Echter onvoldoende is onderbouwd dat [gedaagde] beschikt over deze hardware. Dat laatste kan ook niet geconcludeerd worden op basis van de meta data van de bestanden op de harde schijf van het merk WD Elements die [gedaagde] na afloop van de zitting aan [eiser] verstrekt heeft. De omstandigheid dat op die harde schijf naar het zich laat aanzien op 29 januari 2025 een bestand geplaatst is afkomstig van een gegevensdrager met de naam NVMe PM9A1 NVMe Samsung 512 GB, kan de gevolgtrekking die [eiser] maakt, namelijk dat dit bestand afkomstig is van de Samsung S2 Portable 500 GB 2009-10 wit en dat [gedaagde] de geëiste externe harde schijf dus nog moet hebben, niet dragen, gelet op de verschillende namen en omdat genoemde gegevensdrager - anders dan de externe harde schijf van [eiser] die kennelijk dateert van 2009 - pas geïntroduceerd is in september 2020 [1] .
Afwijzing eis om een kopie van de harde schijf van de digitale videocamera
2.11.
De eis van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen tot afgifte van een kopie van de harde schijf van de digitale videocamera wordt afgewezen. Anders dan [eiser] stelt is bij de echtscheiding de digitale videocamera van het merk Sony niet aan hem toebedeeld en evenmin is beslist dat [gedaagde] hem een kopie moest verstrekken van de harde schijf van deze videocamera, want de inboedellijst is op deze punten niet geel gearceerd. Dat levert dus geen grond op om de eis toe te wijzen en een andere grondslag is niet gesteld.
Afwijzing tegeneis tot afgifte harde schijf met foto’s en tot het verbieden van ongeoorloofd gebruik van foto’s van [gedaagde]
2.12.
De eis van [gedaagde] om [eiser] te veroordelen tot afgifte van haar harde schijf met foto’s en hem te verbieden om - kort gezegd - ongeoorloofd gebruik te maken van foto’s van haar, wordt afgewezen want niet staat vast dat [eiser] de bedoelde harde schijf in zijn bezit heeft en evenmin staat vast dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan het door [gedaagde] genoemde aanstootgevende gebruik van foto’s of ander beeldmateriaal van haar. [eiser] heeft dat namelijk gemotiveerd betwist.
Geen levering van bewijs
2.13.
Gezien de verweren tegen de niet of nauwelijks onderbouwde wederzijdse stellingen en gelet op wat daarover is overwogen, worden partijen niet toegelaten tot het leveren van bewijs van hun stellingen.
Partijen moeten de eigen proceskosten dragen
2.14.
Omdat partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, wordt bepaald dat ieder de eigen kosten moet dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eisen over en weer af;
3.2.
bepaalt dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.https://www.techpowerup.com/ssd-specs/samsung-pm9a1-512-gb.d787