ECLI:NL:RBROT:2025:13039

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
C/10/679526 / HA ZA 24-445
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis inzake benoeming deskundige in civiele procedure over gebreken aan uitgevoerd werk

In deze civiele procedure, aangespannen door [eiser] tegen meerdere gedaagden, heeft de Rechtbank Rotterdam op 17 september 2025 een tussenvonnis uitgesproken. De zaak betreft een geschil over de kwaliteit van uitgevoerd werk in de context van de herbouw van een oud schoolgebouw tot luxe appartementen. De rechtbank heeft vastgesteld dat er behoefte is aan deskundigenonderzoek en heeft de heer ing. J.L.P. Smeets benoemd als deskundige. De deskundige zal onder andere de vraag beantwoorden of er gebreken zijn aan het werk en wat de kosten van eventuele herstelwerkzaamheden zijn. De rechtbank heeft het voorschot voor de kosten van de deskundige vastgesteld op € 18.384,79, inclusief btw, en heeft partijen verplicht om mee te werken aan het onderzoek. De rechtbank heeft ook aangegeven dat partijen verplicht zijn om de deskundige toegang te verlenen tot noodzakelijke plaatsen en informatie te verstrekken. De zaak is aangehouden voor verdere beslissingen na het deskundigenonderzoek.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/679526 / HA ZA 24-445
Vonnis van 17 september 2025
in de zaak van
[eiser], wonende te [woonplaats 1] ( [land] ),
eiser, hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. C.T. Klepper,
tegen

1..KOERS GROEP B.V., gevestigd te Barendrecht,

gedaagde, hierna te noemen: Koers,
advocaat: mr. J.L.W. Droppert,

2..BINNENHOF VASTGOED V.O.F., gevestigd te Rotterdam,

niet verschenen,
3.
FORMICA REAL ESTATE B.V., gevestigd te Rotterdam,
niet verschenen,
4.
THOBANO REAL ESTATE B.V., gevestigd te Rotterdam,
niet verschenen,
gedaagden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2025 en de daarin vermelde processtukken;
- de akte na tussenvonnis van [eiser] ;
- de akte na tussenvonnis van Koers;
- de e-mailcorrespondentie tussen de griffier en partijen over de begroting van de te benoemen deskundige.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 14 mei 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat er behoefte bestaat aan voorlichting door een onafhankelijke deskundige. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voorgenomen deskundigenonderzoek, de persoon van de te benoemen deskundige en de aan deze te stellen vragen.
2.2.
Partijen zijn het over eens dat het wenselijk is om de heer ing. J.L.P. Smeets, werkzaam bij Lengkeek, te benoemen als deskundige. De rechtbank heeft de deskundige benaderd en deze heeft zich in staat en bereid verklaard om in deze zaak als deskundige op te treden. Hij heeft bevestigd geen banden met betrokkenen te hebben (/gehad) en onpartijdig ten opzichte van dit geschil te staan. De rechtbank zal hem daarom tot deskundige benoemen.
2.3.
Ten aanzien van de aan de deskundige te stellen vragen hebben [eiser] en Koers verschillende suggesties gedaan. Koers heeft een aanvullende vraag voorgesteld ten aanzien van de waarde van het door Koers uitgevoerde werk. Deze vraag zal worden voorgelegd aan de deskundige. [eiser] heeft verschillende aanpassingen voorgesteld op de door de rechtbank voorgestelde vragen. De rechtbank heeft een aantal van deze aanpassingen doorgevoerd. Aan de deskundige zullen de vragen worden gesteld zoals deze in de beslissing hierna worden vermeld. De deskundige zal in zijn algemeenheid naar het bestaan van gebreken aan het werk worden gevraagd zonder hierbij specifieke punten te noemen. De deskundige kan op basis van het procesdossier voldoende inzicht krijgen waar de discussiepunten van partijen liggen. Het is aan de rechtbank om vervolgens nadere beslissingen te nemen op basis van het totaalbeeld dat uit het deskundigenrapport volgt, in combinatie met de dossierstukken.
2.4.
De heer ing. J.L.P. Smeets heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 18.384,79 inclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Partijen hebben geen bezwaar tegen de kostenbegroting van de deskundige. De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op € 18.384,79. Daarnaast heeft de deskundige te kennen gegeven algemene voorwaarden te willen hanteren. Partijen hebben daar eveneens geen bezwaar tegen gemaakt.
2.5.
In het tussenvonnis is al besloten en toegelicht dat [eiser] het voorschot voor de kosten van de deskundige moet betalen.
2.6.
De rechtbank wijst er op dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
1. Zijn er gebreken aan het werk, mede gelet op de technische omschrijving, het te
verwachten afwerkingsniveau (te weten een luxe turn-key appartement), en de omstandigheid dat het hier gaat om de herbouw van een oud schoolgebouw in een aantal appartementen? Wilt u hierbij (afzonderlijk) ook betrekken eventuele punten die niet als gebreken kunnen worden gekwalificeerd, maar wel als afwijkingen in het uitgevoerde werk ten opzichte van het werk dat partijen zijn overeengekomen?
2. Voor zover er sprake is van gebreken of afwijkingen van de contractuele afspraken, per gebrek/afwijking: zijn deze herstelbaar en wat zijn de daaraan verbonden kosten, gespecificeerd naar arbeidsuren, materiaalkosten en eventueel bijkomende kosten?
3. Voor zover (eventuele) gebreken/afwijkingen niet herstelbaar zijn, dan wel naar de ervaring en het inzicht van de deskundige niet dan tegen disproportionele kosten: zijn alternatieve oplossingen mogelijk die geen (wezenlijke) afbreuk doen aan het overeengekomen afwerkingsniveau (te weten luxe turn-key appartementen), en wat zijn de daaraan verbonden kosten?
4. Wat is volgens uw deskundige inschatting, ondanks eventuele gebreken en afwijkingen, de reële waarde van het uitgevoerde werk (op basis van manuren, materialen, etc.)?
5. Zijn er nog andere aspecten die u vanuit uw discipline van belang acht voor de
beslissing die de rechtbank dient te nemen?
3.2.
benoemt tot deskundige:
de heer ing. J.L.P. Smeets, werkzaam bij Lengkeek,
[adres] , [postcode] [woonplaats 2] ,
[telefoonnummer]
[e-mailadres]
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot voor de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 18.384,79 inclusief btw,
3.4.
bepaalt dat [eiser] het voorschot dient over te maken
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [eiser] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige er op dat:
  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
  • de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
  • de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
  • indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijke rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige er op dat:
  • uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
  • de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van
1 april 2026,
3.14.
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
  • indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken, of
  • na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser] op een termijn van vier weken, waarna Koers een antwoordconclusie kan indienen,
3.15.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.
2806/3304/1694