Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 3;
- de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025.
2.De feiten
3.Het geschil
- de man te veroordelen om zijn medewerking te verlenen aan de notariële toedeling van de woning, conform de concept akte verdeling en levering registergoed, zoals door de notaris opgesteld en met de aanmerkingen daarop van de vrouw,
- zulks binnen twee weken na het ten deze te wijzen vonnis,
- en op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag voor iedere dag dat de man in gebreke blijft met de nakoming van deze veroordeling,
- en voor het geval de man weigerachtig blijft met het verlenen van de medewerking aan genoemde akte, dit vonnis in de plaats te stellen van die medewerking,
- met veroordeling van de man in de (werkelijke) proceskosten van de vrouw.
- de vrouw te veroordelen haar medewerking te verlenen aan de verlettering en levering aan de man van een zevental aandelen in de besloten vennootschap [VOF X] , tegelijk met de levering van het aandeel van de man in de woning aan de vrouw,
- en voor het geval de vrouw die medewerking aan de verlettering en de levering van deze zeven aandelen weigert, te bepalen dat deze beschikking in de plaats treedt van de door de vrouw te verlenen medewerking,
- met veroordeling van de vrouw in de (werkelijke) proceskosten van de man.
4.De beoordeling
Voorts is de verdere afwikkeling (deels) afhankelijk van de uitkomst van de procedure in hoger beroep. Op de zitting is gebleken dat in januari 2026 al de zitting bij het Hof plaatsvindt.