Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eisende partij 1] ,2. [eisende partij 2] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 8 juli 2025, met bijlagen 1 tot en met 6;
- de aanvullende bijlage 7 van [eisende partij 1] en [eisende partij 2] ;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie (tegenvordering), met bijlagen 1 tot en met 11;
- de mondelinge behandeling op 24 oktober 2025.
3.Enkele feiten
4. De beoordeling(…)
6. Beoordeling in hoger beroep
4.De beoordeling
jaarlijkse vergoeding. Het bedrag van € 17.355,00 betreft dus een eenmalig door [eisende partij 1] aan de nalatenschap te betalen bedrag. Anders dan [gedaagde partij] meent, hoeft de betaling van dit bedrag niet in de akte van levering met betrekking tot de woning te worden opgenomen. De betaling van het bedrag kan worden meegenomen in de (nota van) afrekening van de levering van de woning. De voorzieningenrechter verbindt dit als voorwaarde aan de veroordeling van [gedaagde partij] om haar medewerking aan de levering van de woning te verlenen.
wordt gemachtigd” in het arrest houden niet zo’n machtiging in. Aangezien [gedaagde partij] vordert dat [eisende partij 1] en [eisende partij 2] worden veroordeeld om de op dit punt gemaakte afspraken na te komen, veroordeelt de voorzieningenrechter [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om binnen twee weken na vandaag hun medewerking te verlenen aan het verstrekken van een notariële machtiging aan [gedaagde partij] om namens de erfgenamen over te gaan tot het nemen van incassomaatregelen tegenover mevrouw [persoon A] , waaronder het inschakelen van een deurwaarder. Op die manier kan er voor partijen én voor derden geen onduidelijkheid bestaan over wie van partijen gemachtigd is om namens de erfgenamen incassomaatregelen te treffen tegenover mevrouw [persoon A] . De kosten voor het opstellen van de notariële machtiging komen voor rekening van de boedel. [eisende partij 1] en [eisende partij 2] worden ook veroordeeld om alle verdere medewerking aan de te nemen incassomaatregelen te verlenen.
wordt gemachtigd” in het arrest houden niet zo’n machtiging in. Dit wordt onderstreept doordat [gedaagde partij] onweersproken heeft gesteld dat haar is gebleken dat zij de verkoop van het onroerend goed niet ter hand kan nemen zonder dat daadwerkelijk een, notariële, machtiging wordt verleend namens de erfgenamen.
5.De beslissing
3349 / 2009