Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 januari 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van [eiseres], met bijlagen.
- [naam] namens [eiseres], bijgestaan door haar gemachtigde;
- de gemachtigde van Rehaan.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van eiseres tegen Rehaan Transport B.V. voor betaling van facturen voor reparaties aan een bestelbus en oplegger, uitgevoerd tussen 2021 en 2023. Rehaan erkende de schuld deels maar stelde dat een maximumbedrag van € 3.500 was afgesproken en dat eiseres had moeten waarschuwen voor de kosten.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres voldoende had onderbouwd dat de reparaties in opdracht waren uitgevoerd en dat Rehaan de facturen erkende. De stelling van Rehaan over een maximumbedrag en het ontbreken van waarschuwing werd onvoldoende onderbouwd en daarom verworpen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, maar niet het hogere bedrag dat eiseres had berekend.
De contractuele rente werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat de algemene voorwaarden met renteclausule waren overeengekomen. De wettelijke handelsrente werd toegewezen vanaf dertig dagen na ontvangst van de facturen. De proceskosten werden volledig aan Rehaan opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Rehaan wordt veroordeeld tot betaling van € 11.780,04 inclusief wettelijke rente en proceskosten.