ECLI:NL:RBROT:2025:12962

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
C/10/707000 / JE RK 25-1941
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens onhoudbare thuissituatie en gebrek aan vaste verblijfplek

De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 23 oktober 2025 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2008. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige, vanwege zorgen over zijn welzijn, het ontbreken van een vaste verblijfplek en het niet volgen van onderwijs.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd duidelijk dat de minderjarige geen vaste woonplek heeft en veel bij vrienden verblijft, soms zelfs op straat slaapt. Hij wil graag (begeleid) zelfstandig wonen en zijn school afmaken, maar ervaart weinig vertrouwen in de hulpverlening. De moeder is belast met het ouderlijk gezag, maar de relatie tussen haar en de minderjarige is gespannen door het niet naleven van regels door de minderjarige.

De gecertificeerde instelling (GI) gaf aan dat er lange wachtlijsten zijn voor intensieve hulpverlening en begeleid zelfstandig wonen, waardoor volledige ondersteuning op korte termijn niet gegarandeerd kan worden. De kinderrechter achtte het noodzakelijk dat de GI betrokken raakt en dat er snel stappen worden gezet om een passende woonplek en schooltraject te realiseren.

De ondertoezichtstelling is toegekend tot 1 maart 2026, korter dan het door de Raad gevraagde tot de meerderjarigheid, om tussentijds de voortgang te kunnen toetsen. De beschikking is direct uitvoerbaar verklaard en een pro forma zitting is vastgesteld op 1 februari 2026. De Raad moet uiterlijk twee weken voor die datum rapporteren over de stand van zaken.

Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld tot 1 maart 2026 met een pro forma zitting op 1 februari 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707000 / JE RK 25-1941
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [roepnaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1..Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 22 september 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna: de GI), [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [roepnaam minderjarige] getracht uit te nodigen voor een gesprek. Gelet op zijn onvindbaarheid was dat niet eenvoudig. Aangezien er een telefoonnummer van [roepnaam minderjarige] bekend was en dit aan de kinderrechter is gecommuniceerd, heeft zij vlak voor de zitting dit nummer gebeld. [roepnaam minderjarige] heeft de telefoon beantwoord en uitvoerig met de kinderrechter gesproken. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [roepnaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2..De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [roepnaam minderjarige] .
2.2.
[roepnaam minderjarige] staat ingeschreven bij de moeder, maar heeft geen vaste verblijfplek.
3.
Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [roepnaam minderjarige] onder toezicht te stellen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 11 juli 2026, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en verwijst voor de toelichting naar het verzoekschrift. Tijdens het onderzoek van de Raad is door Intensieve Hulpverlening (IH) geprobeerd om in contact te komen met [roepnaam minderjarige] , maar dit is niet gelukt. Inmiddels hebben wel verschillende telefonische contactmomenten plaatsgevonden. [roepnaam minderjarige] heeft al twee keer met IH gesproken. De bedoeling is dat hij door de inzet van IH geholpen wordt met het verder inrichten van zijn leven. [roepnaam minderjarige] wil een verblijfplek. Ook wil hij zijn school weer oppakken. Het is belangrijk om hem hierbij de aankomende tijd te ondersteunen. Nu [roepnaam minderjarige] volgend jaar meerderjarig wordt, moet daarbij een hulpverleningslijn worden ingezet die een warme overdracht voor volwassen hulpverlening mogelijk maakt.

4..De standpunten

4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De GI betwijfelt of de ondertoezichtstelling voor [roepnaam minderjarige] op korte termijn helpend kan zijn.
Er bestaat een lange wachtlijst voor de betrokkenheid van een vaste jeugdbeschermer, waardoor [roepnaam minderjarige] niet de complete intensieve ondersteuning kan krijgen die hij verdient. De eerste tien weken zal een vaste jeugdbeschermer beschikbaar zijn voor het zetten van de eerste intensieve stappen, maar daarna zal de zaak worden opgepakt door een team met verschillende jeugdbeschermers. De GI zal uiteraard zijn best doen om [roepnaam minderjarige] te helpen, maar dit zal wel een uitdaging zijn. [roepnaam minderjarige] zou graag (begeleid) zelfstandig willen wonen, maar hiervoor bestaat op dit moment een wachtlijst van minstens zes maanden. In de tussentijd zou [roepnaam minderjarige] op een crisisgroep kunnen verblijven, maar hier staat hij niet voor open. De vraag is dan dus hoe het verder moet.
4.2.
De moeder brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat [roepnaam minderjarige] bij haar kan wonen, maar dat hij zich niet aan haar regels wil houden. Het gevolg is dat hij volledig zijn eigen gang gaat en weggaat en terugkomt wanneer hij zelf wil. De moeder is er zeer ontstemd over dat [roepnaam minderjarige] zich niet aan haar regels wil houden. De moeder maakt zich ook zorgen om het welzijn van [roepnaam minderjarige] , maar weet niet hoe de situatie kan verbeteren. [roepnaam minderjarige] zegt dat hij zijn school wil afmaken, maar dit is niet waar. Dat hij soms op straat zou slapen is ook niet waar. [roepnaam minderjarige] slaapt bij vrienden, liegt en doet wat hij zelf wil. De moeder vreest dat de inzet van hulpverlening door de houding van [roepnaam minderjarige] zal stagneren en dat [roepnaam minderjarige] het (begeleid) zelfstandig wonen niet zal volhouden. Hier zullen ook regels gelden, waar hij zich niet aan zal houden.

5..De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er grote zorgen bestaan om het welzijn en de ontwikkeling van [roepnaam minderjarige] . [roepnaam minderjarige] staat ingeschreven bij de moeder, maar verblijft hier niet vast. Hij slaapt veel bij vrienden, maar geeft ook aan dat hij soms op straat slaapt. [roepnaam minderjarige] gaat daarbij niet meer naar school en heeft geen dagbesteding.
5.2.
In het gesprek met de kinderrechter heeft [roepnaam minderjarige] aangegeven dat hij zijn leven graag anders zou zien. Hij wil (begeleid) zelfstandig wonen en zijn school afmaken, zodat hij voor zichzelf kan zorgen en werk kan vinden. [roepnaam minderjarige] voelt zich echter niet geholpen door de betrokken hulpverlening. Hij vertrouwt er niet op dat er mensen zijn die hem willen en/of kunnen helpen. Hij heeft verder aangegeven dat hij echt veel van zijn moeder houdt en graag af en toe tijd met haar doorbrengt, maar samen in één huis gaat gewoon niet meer. Het loopt de hele tijd op conflicten en ruzie uit. Dat werkt niet. De moeder heeft ter zitting aan de kinderrechter verteld dat dat komt omdat [roepnaam minderjarige] zich niet aan haar regels houdt. De kinderrechter constateert dat moeder en zoon lijnrecht tegenover elkaar staan, terwijl echt duidelijk is dat ze veel van elkaar houden. Dit kan zo niet langer, omdat er op deze manier ook goede en belangrijke aspecten van hun band verloren gaan. Het is hoogstnoodzakelijk dat er een plek komt waar [roepnaam minderjarige] zijn leven kan gaan vormgeven op een manier die werkt. De vraag door wie het komt dat de situatie thuis onhoudbaar is, is in zoverre totaal niet relevant. Er is een probleem en daar moet een oplossing voor komen. Te meer daar [roepnaam minderjarige] zelf wíl leren en iets van zijn leven wil maken, is ongelofelijk urgent dat de hulpverlening in actie komt. Daarbij is evident dat niet alles kan en zal gaan op de manier die [roepnaam minderjarige] heeft bedacht. Tegelijkertijd moet het begin van een oplossing wel bij hem gezocht worden, in samenspraak met de hulpverlening.
5.3.
De kinderrechter acht het daarom van belang dat de GI betrokken raakt en dat zo snel mogelijk noodzakelijke stappen worden gezet. Er moet worden onderzocht of en op welke manier [roepnaam minderjarige] weer naar school zou kunnen gaan en er moet een passende plek voor hem worden gevonden waar hij (begeleid) zelfstandig kan wonen.
5.4.
De moeder twijfelt aan de redenen waarom [roepnaam minderjarige] weer naar school wil gaan. Daarnaast betwijfelt zij of hij het (begeleid) zelfstandig wonen zal volhouden, omdat hier ook regels zullen gelden. Het kan zo zijn dat [roepnaam minderjarige] zich niet altijd aan de regels houdt, maar [roepnaam minderjarige] is jong en heeft recht op ondersteuning en een dak boven zijn hoofd. Daarnaast heeft hij nog geen startkwalificatie behaald, waardoor hij verplicht is om naar school te gaan. [roepnaam minderjarige] wordt op 11 juli 2026 volwassen. Het is van groot belang dat tot die tijd alles op alles wordt gezet om dit te bewerkstelligen.
5.5.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter ziet wel aanleiding om de ondertoezichtstelling van [roepnaam minderjarige] te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Er gelden lange wachtlijsten voor de betrokkenheid van een vaste jeugdbeschermer en (begeleid) zelfstandig wonen. Het is daarom goed om de situatie tussentijds te toetsen en een vinger aan de pols te houden. De kinderrechter zal [roepnaam minderjarige] onder toezicht stellen tot 1 maart 2026 en het overige aanhouden tot de hierna te noemen pro forma datum. De kinderrechter begrijpt dat tegen die tijd niet alles geregeld kan zijn, maar zij wil wel zien dat stappen worden gezet en dat er met voortvarendheid wordt gewerkt aan het creëren van een verblijfplek voor [roepnaam minderjarige] .
5.6.
De Raad wordt verzocht om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen pro forma datum de kinderrechter (met afschrift aan de GI en de moeder) te rapporteren over de dan huidige stand van zaken en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6..De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [roepnaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 23 oktober 2025 tot 1 maart 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot
1 februari 2026 pro forma;
6.4.
bepaalt dat de Raad, de GI en de moeder op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.5.
verzoekt de Raad om uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter de verzochte rapportage (met afschrift aan de GI en de moeder) te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 5 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.