Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 augustus 2025, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 3 september 2025;
- de akte van [eiseres] van 17 september 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een huurachterstand van de huurder die sinds 1 april 2024 een woning huurt. De verhuurder vordert betaling van de achterstallige huur, incassokosten, rente, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De kantonrechter verleent verstek tegen de huurder en wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand toe, maar tot een lager bedrag dan gevorderd. Dit omdat het opslagbeding in de huurovereenkomst, dat een jaarlijkse huurverhoging tot maximaal 5% boven de CPI-indexering toestaat, als oneerlijk wordt vernietigd. De incassokosten en rente worden afgewezen wegens een oneerlijke boetebepaling in de overeenkomst.
De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens de ernstige huurachterstand en de huurder wordt veroordeeld de woning binnen veertien dagen na betekening te ontruimen. Tot de ontruiming moet de huurder een gebruiksvergoeding betalen. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €7.082,30, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning binnen veertien dagen.