ECLI:NL:RBROT:2025:12909

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
11590602 CV EXPL 25-5702
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurachterstand en betaling van achterstallige huur in een civiele procedure

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 7 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een stichting als eiseres en een gedaagde die zelf procedeert. De eiseres, een verhuurder, vorderde betaling van een huurachterstand van € 892,21, vermeerderd met rente en proceskosten. De gedaagde had een huurachterstand opgebouwd van € 2.807,13, maar na gedeeltelijke betalingen was er nog een bedrag van € 796,95 open, plus € 95,26 rente. De eiseres heeft haar eis verminderd en vorderde nu alleen nog betaling van het resterende bedrag. De gedaagde stemde in met de vordering, die door de kantonrechter werd toegewezen. De kantonrechter heeft ook de proceskosten aan de gedaagde opgelegd, die in totaal € 1.016,45 bedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de eiseres het vonnis onmiddellijk kan uitvoeren, ook als de gedaagde in hoger beroep gaat. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst op oneerlijke bepalingen in de huurvoorwaarden, maar deze bleken niet aanwezig te zijn.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11590602 CV EXPL 25-5702
datum uitspraak: 7 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting [eiseres],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] ,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 28 februari 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de aktes van [eiseres] van 5 en 6 september 2025, beide met een eisvermeerdering;
  • de akte van [eiseres] van 7 oktober 2025 met een eisvermindering.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt sinds 16 juli 2006 de woning aan de [adres] in Capelle aan den IJssel van [eiseres] . De huurprijs is nu € 970,74 per maand. In de dagvaarding heeft [eiseres] gesteld dat er per 1 maart 2025 een huurachterstand bestond van € 2.807,13, te vermeerderen met rente tot 19 februari 2025 van € 95,26, en heeft zij verwezen naar een eerder vonnis van 8 november 2024 (met kenmerk 11253245 CV EXPL 24-19657) waarop nog een bedrag van € 1.189,33 openstond. [eiseres] vorderde aanvankelijk de ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur, rente, lopende huur en proceskosten.
2.2.
Na dagvaarding heeft [eiseres] betalingen van [gedaagde] ontvangen. Zij heeft daarom haar eis met deze betalingen verminderd. Per oktober 2025 bedraagt de openstaande geldvordering € 796,95 met € 95,26 rente, totaal € 892,21, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 19 februari 2025. De vordering tot ontbinding en ontruiming heeft [eiseres] ingetrokken. Zij eist nu dat [gedaagde] het bedrag van € 892,21, te vermeerderen met rente en proceskosten, betaalt.
2.3.
[gedaagde] is het eens met de vordering. Deze wordt dan ook toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 892,21. Zij moet ook de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) betalen over een bedrag van € 796,95 vanaf 19 februari 2025 tot de dag dat volledig is betaald.
Ambtshalve toetsing
2.4.
De kantonrechter heeft nog onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn in de huurvoorwaarden, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Proceskosten
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 238,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 238,-) en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.016,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 892,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 796,95 vanaf 19 februari 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.016,45;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
53954