Gedaagde huurt sinds 16 juli 2006 een woning van eiseres en had een huurachterstand van € 2.807,13 per 1 maart 2025, vermeerderd met € 95,26 rente. Eiseres vorderde aanvankelijk ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand, maar na gedeeltelijke betalingen door gedaagde werd de eis verminderd tot betaling van € 892,21 plus rente en proceskosten.
Gedaagde stemde in met de aangepaste vordering. De kantonrechter stelde vast dat er geen oneerlijke bepalingen in de huurvoorwaarden waren die relevant waren voor de zaak. De proceskosten werden begroot op € 1.016,45 en werden aan gedaagde opgelegd omdat zij in het ongelijk werd gesteld.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd. De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag met rente vanaf 19 februari 2025 tot volledige betaling, en tot betaling van de proceskosten.