Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] V.O.F., gevestigd te [plaats 2] ,
[gedaagde 2], wonende te [plaats 2] ,
[gedaagde 3], wonende te [plaats 2] ,
1.[gedaagde 4] , wonende te [plaats 1] ,
[gedaagde 1] V.O.F., gevestigd te [plaats 2] ,
[gedaagde 2], wonende te [plaats 2] ,
[gedaagde 3], wonende te [plaats 2] ,
1.De procedure in de vrijwaring
- de dagvaarding van 5 juni 2025, met producties 1 tot en met 5;
- de incidentele conclusie ex artikel 71 lid 2 Rv Pro tevens conclusie van antwoord;
- de conclusie van antwoord in het incident.
2.De vordering van [eiser] in de vrijwaring
Omdat [gedaagde 1] het gehuurde niet wenst te verlaten, is thans bij de rechtbank een procedure aanhangig waarin het Havenbedrijf diverse vorderingen instelt tegen [eiser] , [gedaagde 1] en haar vennoten. Dat is de hoofdzaak, die als kenmerk 694994 HA ZA 25-187 heeft.
De vrijwaringszaak beperkt zich tot één onderdeel van de vorderingen in de hoofdzaak, te weten de door het Havenbedrijf gestelde aansprakelijkheid van [eiser] voor de bodemverontreiniging van het terrein. De rechtsverhouding tussen [gedaagde 1] en [eiser] wordt geregeerd door de huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene bepalingen. Hierin is in artikel 8 respectievelijk Pro artikel 6 bepaald Pro dat het de huurder niet is toegestaan de bodem te verontreinigen, althans dat hij aansprakelijk is voor schade dienaangaande. [eiser] heeft er belang bij dat de aansprakelijkheid van [gedaagde 1] voor de (additionele) bodemverontreiniging wordt vastgesteld. Als de (additionele) bodemverontreiniging wordt aangetoond, dan volgt uit artikel 8 van Pro de huurovereenkomst, met artikel 6 algemene Pro bepalingen en uit de wet (artikel 6:175 lid 1 BW Pro) dat [gedaagde 1] daarvoor (tevens jegens [eiser] ) aansprakelijk is. Nu het Havenbedrijf niet alleen een verklaring voor recht vordert, maar ook vordert te bepalen dat [eiser] onderzoek en sanering dient uit te voeren op eigen kosten, subsidiair schadevergoeding ter zake vordert, heeft [eiser] er recht en belang dat [gedaagde 1] ter zake zal worden veroordeeld.
3.Het geschil in het incident
4.De beoordeling in het incident, de vrijwaring en de hoofdzaak
5.De beslissing
woensdag 12 november 2025om 10:00 uur, op welke rolzitting de kantonrechter zal beslissen over het vervolg van de zaak.