Eisers [eiser 1] en [eiser 2] huurden woonruimte in Rotterdam van 20 augustus 2022 tot 18 augustus 2023 en vorderden onder meer terugbetaling van borg en onverschuldigde kosten van University Housing. Na een verstekvonnis dat hun vorderingen toewijst, kwam University Housing in verzet en stelde dat zij niet de verhuurder was, maar University Housing Rotterdam B.V.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst inderdaad met University Housing Rotterdam B.V. is gesloten, zoals blijkt uit de contractuele bepalingen en betalingen. University Housing was slechts de property manager en geen partij bij de huurovereenkomst. De eisers hebben de verkeerde partij gedagvaard.
Daarom wordt het verstekvonnis vernietigd en worden de eisen afgewezen. Tevens wordt de tegeneis van University Housing toegewezen, waarbij eisers hoofdelijk worden veroordeeld om het onder beslag gelegde banktegoed binnen zeven dagen op te heffen, onder dwangsom. De proceskosten worden aan eisers opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.