In deze zaak vordert eiseres de ontbinding van een leaseovereenkomst wegens niet-betaling van de maandelijkse leasebedragen door gedaagde sinds december 2024. Gedaagde stelt dat het leasecontract is overgenomen door een derde partij, maar dit is niet bewezen omdat instemming van eiseres ontbreekt.
De kantonrechter oordeelt dat het contract niet is overgenomen zonder instemming en dat gedaagde daardoor gebonden blijft aan de verplichtingen. Er is een betalingsachterstand vastgesteld van bijna drie maanden, wat volgens de algemene voorwaarden en de wet een gegronde reden is voor ontbinding.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een totaalbedrag van €7.188,05, bestaande uit achterstallige termijnen, contractuele rente en incassokosten. Tevens moet gedaagde de auto binnen 72 uur inleveren, met een dwangsom van €400 per dag bij niet-naleving. Kosten voor eventueel innemen van de auto en aangifte bij politie worden ook toegewezen.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige vorderingen af.