Verzoeker ontving sinds oktober 2024 een ziektewetuitkering. Het UWV trok deze uitkering per 14 juli 2025 in omdat verzoeker tot tweemaal toe niet op het telefonisch spreekuur van de praktijkondersteuner van de bedrijfsarts was verschenen. Verzoeker betwist dat hij de uitnodigingen heeft ontvangen en dat hij daadwerkelijk is gebeld. De voorzieningenrechter oordeelt dat het UWV de bewijslast draagt om aan te tonen dat verzoeker wist van de uitnodigingen en dat hij is gebeld.
De uitnodigingen werden per post verzonden naar het adres van verzoekers vriendin en niet naar zijn officiële adres, en het bewijs van e-mailverzending ontbreekt. Verzoeker heeft zijn belhistorie overlegd waaruit blijkt dat hij op de spreekuurdata niet is gebeld. Het UWV kon niet met zekerheid aantonen dat verzoeker de oproepen heeft verwijderd. Hierdoor is de bewijslast niet voldoende vervuld.
De voorzieningenrechter geeft verzoeker het voordeel van de twijfel en schorst het besluit van het UWV met ingang van 12 september 2025, zodat verzoeker zijn ziektewetuitkering weer ontvangt tot de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.