ECLI:NL:RBROT:2025:12458

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
11452592 CV EXPL 24-31855
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning wegens drugsbezit

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 1 augustus 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Maasdelta Groep (MDG) en een gedaagde huurder. De eiseres, Maasdelta, heeft de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning geëist, omdat in de woning van de gedaagde een aanzienlijke hoeveelheid drugs is aangetroffen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedaagde zich niet als een goed huurder heeft gedragen, wat de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De gedaagde heeft verklaard dat de drugs van hem zijn, maar de kantonrechter heeft zijn argumenten verworpen, omdat de hoeveelheid drugs niet duidt op persoonlijk gebruik en er aanwijzingen zijn dat er vanuit de woning werd gehandeld.

De kantonrechter heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de gedaagde, waaronder zijn medische problemen na een herseninfarct. Ondanks deze omstandigheden heeft de kantonrechter geoordeeld dat het belang van Maasdelta bij het handhaven van de huurovereenkomst en de veiligheid in de buurt zwaarder weegt dan de belangen van de gedaagde en zijn gezin. De gedaagde is veroordeeld om de woning binnen veertien dagen te ontruimen en moet de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de ontruiming kan plaatsvinden, ook als de gedaagde in hoger beroep gaat.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11452592 CV EXPL 24-31855
datum uitspraak: 1 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep (MDG),
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.P.M. Borsboom,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. A. Aïssal.
De partijen worden hierna ‘Maasdelta’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 3 december 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlage;
  • de spreekaantekeningen van Maasdelta.
1.2.
Op 24 juni 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [persoon A] (werkzaam bij Maasdelta) met mr. M.J.P. Peters en [gedaagde] met mr. A. Aïssal.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt de woning aan [adres] in Hellevoetsluis van Maasdelta. Maasdelta stelt dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen, omdat een handelshoeveelheid drugs in de woning is aangetroffen. Maasdelta eist ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning. [gedaagde] is het niet met de eis van Woonstad eens. De kantonrechter wijst de eis van Woonstad toe en [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.2.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen (artikel 7:213 BW). Vast staat dat in de woning een handelshoeveelheid drugs is gevonden, te weten 4 gram MDMA, 22 gram cocaïne, 10 grote en 2 kleine ponypacks met cocaïne, een emmer met een grote hoeveelheid pillen waaronder oxycodon, 1.032,53 gram hennep, 460 gram amfetamine en 130 gram GHB. Er zijn ook diverse drugsgerelateerde attributen in de woning aangetroffen, zoals gripzakjes en grammenweegschalen. Dat blijkt uit de bestuurlijke rapportage van 3 september 2024. [gedaagde] heeft verklaard dat de drugs en de drugsgerelateerde attributen van hem zijn. Voor zover [gedaagde] heeft aangevoerd dat de drugs waren bestemd voor eigen gebruik kan de kantonrechter [gedaagde] daarin niet volgen. De hoeveelheid drugs die is aangetroffen wijst er niet op dat er sprake was van een hoeveelheid voor eigen gebruik. Bovendien heeft de politie geconstateerd dat er werd gehandeld vanuit de woning.
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat het aanwezig hebben van een hoeveelheid drugs als hier aan de orde een tekortkoming oplevert die ernstig genoeg is om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen (artikel 6:265 BW). Ook als ervan uitgegaan zou worden dat geen handel vanuit de woning heeft plaatsgevonden, zoals [gedaagde] stelt, dan wordt door het bezit van een dergelijke hoeveelheid drugs de leefbaarheid van de buurt wel aangetast en neemt het risico op criminaliteit toe. Dat er geen overlastmeldingen zijn geweest maakt dit niet anders. Maasdelta heeft als sociale verhuurder de zorg voor de leefbaarheid en veiligheid in de wijk waar ook andere huurders van Maasdelta wonen. Drugsgebruik is een factor die (andere vormen van) criminaliteit kan aantrekken en die de woonomgeving daarom in negatieve zin kan beïnvloeden. Maasdelta heeft een zwaarwegend belang bij haar wens daartegen op te treden.
2.4.
[gedaagde] wijst er op dat hij groot belang heeft bij het behoud van de woning omdat hij op 17 september 2024 een herseninfarct heeft gehad. Hij kampt daardoor met serieuze medische problemen, waardoor hij 24 uur per dag hulp en verzorging nodig heeft. [gedaagde] heeft ter onderbouwing medische stukken overgelegd. Deze stukken zien echter alleen op de periode 17 september 2024 tot en met 20 september 2024, dus de periode vlak na het herseninfarct. [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd dat hij op dit moment nog kampt met aanzienlijke medische problemen, hij hiervoor gebonden is aan deze woning, en dat ontbinding en ontruiming zal leiden tot een aanzienlijke verslechtering van zijn kansen op herstel.
2.5.
[gedaagde] wijst verder op het (woon)belang van zijn partner en haar 17-jarige zoon. Onderkend wordt dat ontbinding van de huurovereenkomst grote impact heeft op het privéleven van [gedaagde] , zijn partner en haar zoon en ingrijpend is voor hen, want het betekent dat zij niet langer in de woning mogen wonen. De kantonrechter is echter van oordeel dat, gelet op het voorgaande, in dit geval het belang van Maasdelta bij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning zwaarder weegt dan het woonbelang van [gedaagde] , zijn partner en haar zoon.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
2.6.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. De kantonrechter ziet in de door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden geen reden om een ruimere ontruimingstermijn toe te kennen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Maasdelta moet betalen op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 776,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. Het verzoek van [gedaagde] om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt dus afgewezen. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat het belang van Maasdelta om het vonnis ten uitvoer te leggen zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] om dat niet te doen. Het mag zo zijn dat, zoals [gedaagde] stelt, er als gevolg van een uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring een onomkeerbare situatie ontstaat waarbij hij dakloos wordt, maar dit is een omstandigheid die inherent is aan een ontruiming van een woning. Dit belang weegt in het licht van de omstandigheden van deze zaak niet zwaar genoeg om af te wijken van de hoofdregel dat een vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan [adres] in Hellevoetsluis te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Maasdelta te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Maasdelta worden begroot op € 776,72;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
26975