ECLI:NL:RBROT:2025:12433

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/705291 / KG ZA 25-845
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming en inzage elektriciteitsgebruik laadpalen op erfpachtpercelen

Ultee Bouw & Management B.V. en Rivium R.S. B.V. (Ultee e.a.) hebben een recht van erfpacht op percelen met kantoorgebouwen waarop laadpalen voor elektrische auto's staan, geëxploiteerd door Groen-Eco B.V. Groen-Eco betaalt geen vergoeding voor het elektriciteitsverbruik dat via de meters van Ultee e.a. loopt. De laadpalen zijn geplaatst op basis van overeenkomsten tussen voormalige eigenaren en een rechtsvoorganger van Groen-Eco.

Ultee e.a. vorderen in kort geding ontruiming van de laadpalen en inzage in het elektriciteitsverbruik. Groen-Eco voert verweer en betwist de vorderingen. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen rechtsgeldige contractsovername heeft plaatsgevonden bij de verkrijging van het erfpachtrecht door Ultee e.a., waardoor Groen-Eco zonder recht of titel de laadpalen exploiteert.

De belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruimingsvordering binnen een week, zonder dwangsom maar met het risico van kosten bij gedwongen ontruiming voor Groen-Eco. Tevens wordt Groen-Eco veroordeeld tot inzage in het elektriciteitsverbruik met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege onvolledige informatieverstrekking door Ultee e.a.

Uitkomst: Groen-Eco wordt veroordeeld tot ontruiming van de laadpalen binnen één week en tot inzage in het elektriciteitsverbruik met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

team handel en haven
Zaaknummer: C/10/705291 / KG ZA 25-845
Vonnis in kort geding van 23 oktober 2025
in de zaak van

1.ULTEE BOUW & MANAGEMENT B.V.,2. RIVIUM R.S. B.V.,

beide gevestigd te Rotterdam,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: Ultee e.a.,
advocaat: mr. C.L. Verhoef,
tegen
GROEN-ECO B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: Groen-Eco,
advocaat: mrs. G.J. Kerver en C. Streelder.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 september 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de mondelinge behandeling van 10 september 2025;
- de pleitnota van Ultee e.a.;
- de pleitnota van Groen-Eco.
1.2.
Na de mondelinge behandeling is de zaak voor enkele weken aangehouden voor overleg over een minnelijke regeling. Op 13 oktober 2025 heeft mr. Verhoef namens Ultee e.a. verzocht om vonnis te wijzen.

2.De feiten

2.1.
Eiseres onder 1 heeft sinds april 2019 een recht van erfpacht op een perceel gelegen aan de [adres 1] te Rotterdam (kadastrale aanduiding: gemeente Overschie, sectie [naam sectie] , nummer [perceelnummer 1] ). Op het perceel staat een kantoorgebouw.
2.2.
Eiseres onder 2 heeft sinds juli 2019 een recht van erfpacht op een perceel gelegen aan het adres [adres 2] te Capelle aan den IJssel (kadastrale aanduiding: gemeente Capelle aan den IJssel, sectie [naam sectie] , nummer [perceelnummer 2] ). Ook op dit perceel staat een kantoorgebouw.
2.3.
Op beide percelen staan laadpalen voor elektrische auto’s. Deze worden geëxploiteerd door Groen-Eco. Voor de elektriciteit die via de laadpalen wordt afgenomen, wordt door gebruikers van elektrische auto’s betaald aan Groen-Eco. Deze elektriciteit loopt via de elektriciteitsmeters in de kantoorgebouwen van Ultee e.a. Groen-Eco betaalt hiervoor geen vergoeding aan Ultee e.a.
2.4.
De laadpalen bevinden zich sinds 2016 en 2017 op de percelen. De laadpalen zijn destijds geïnstalleerd en sindsdien geëxploiteerd op basis van overeenkomsten tussen de toenmalige eigenaars van de percelen enerzijds en een rechtsvoorganger van Groen-Eco anderzijds.
2.5.
Op 5 maart 2019 heeft de makelaar van Ultee e.a. het volgende gemaild aan de vereffenaar van de toenmalige eigenaar:
“Koper is de akte aan het bestuderen.
Overigens koper heeft geen interesse in zo n lange verplichting op laadpalen, zijn toch ook ireeel lang. Tevens zijn deze overeenkomsten ook wel heel erg eenzijdig opgesteld.”
2.6.
Groen-Eco is op 13 september 2020 opgericht. Vervolgens heeft haar rechtsvoorganger de rechten en verplichtingen uit hoofde van de hiervoor genoemde exploitatieovereenkomsten aan Groen-Eco overgedragen.
2.7.
Op 20 november 2020 heeft Groen-Eco Ultee e.a. een voorstel voorgelegd voor aanpassing van de voorwaarden voor het exploiteren van de laadpalen, waaronder een door Groen-Eco aan Ultee e.a. te betalen vergoeding. Ultee e.a. hebben dit voorstel op 15 januari 2021 afgewezen en daarbij te kennen gegeven dat zij in overleg wilden over verwijdering van de laadpalen.
2.8.
Sinds mei 2025 zijn Ultee e.a. met Groen-Eco in overleg over de vraag of Groen-Eco het recht heeft om laadpalen op de percelen van Ultee e.a. te exploiteren en over het feitelijke elektriciteitsgebruik in de afgelopen jaren.

3.Het geschil

3.1.
Ultee e.a. vorderen - samengevat - veroordeling van Groen-Eco tot:
ontruiming van de onroerende zaken, op straffe van een dwangsom en met machtiging van Ultee e.a. om de ontruiming zelf te realiseren;
het verlenen van volledige en controleerbare inzage in het elektriciteitsverbruik van de op de onroerende zaken aanwezige laadpalen;
vergoeding van de proceskosten.
3.2.
Groen-Eco voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Ultee e.a., met veroordeling van Ultee e.a. in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

spoedeisend belang
4.1.
De zaak is voldoende spoedeisend om in kort geding te kunnen worden behandeld. Ultee e.a. stellen immers dat Groen-Eco bij voortduring inbreuk maakt op hun eigendomsrecht door zonder recht of titel laadpalen op hun percelen te exploiteren en voor de verbruikte elektriciteit niet te betalen. Hiermee is het spoedeisend belang bij een beoordeling in kort geding gegeven.
ontruiming
4.2.
Vast staat dat de laadpalen op percelen van Ultee e.a. staan. Zij maken dus inbreuk op het eigendomsrecht van Ultee e.a.. Dat is onrechtmatig, tenzij aangenomen kan worden dat Ultee e.a. daarmee hebben ingestemd of Groen-Eco zich kan beroepen op een aanspraak jegens Ultee e.a. om de laadpalen op hun percelen te hebben en te exploiteren.
4.3.
Om een aanspraak als hier bedoeld te kunnen aannemen, moet op twee momenten sprake zijn geweest van een rechtsgeldige contractsovername. Allereerst bij gelegenheid van de verkrijging door Ultee e.a. van het recht van erfpacht op de percelen (in april respectievelijk juli 2019). In de tweede plaats bij gelegenheid van de overdracht aan Groen-Eco door haar rechtsvoorganger van de rechten en verplichtingen uit de bestaande exploitatieovereenkomsten.
4.4.
Bij de huidige stand van zaken acht de voorzieningenrechter het onaannemelijk dat de eerste contractsovername heeft plaatsgevonden. Groen-Eco stelt ook niet met zoveel woorden dat op dat moment sprake is geweest van een rechtsgeldige contractsovername. Zij stelt dat Ultee e.a. op de hoogte waren van het bestaan en de inhoud van de exploitatieovereenkomsten, maar daaruit volgt nog niet dat Ultee e.a. met de verkopers zijn overeengekomen de exploitatieovereenkomsten over te nemen. Integendeel: uit de mail van de makelaar van 5 maart 2019 volgt veeleer dat Ultee e.a. geen interesse hadden in het overnemen van die overeenkomsten. Het ontbreken van een rechtsgeldige contractsovername bij gelegenheid van de verkrijging van het recht van erfpacht maakt dat niet van belang is of de tweede contractsovername (van de rechtsvoorganger van Groen-Eco aan Groen-Eco) tot stand is gekomen.
4.5.
Voorlopig moet dus worden aangenomen dat Groen-Eco zonder recht of titel de laadpalen op de percelen van Ultee e.a. exploiteert.
4.6.
Voor het treffen van een voorziening in kort geding moeten altijd de wederzijdse belangen worden afgewogen. Met betrekking tot deze belangenafweging overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
4.7.
Ultee e.a. hebben een gerechtvaardigd belang bij de verwijdering op korte termijn van de laadpalen. Groen-Eco exploiteert die immers op de percelen van Ultee e.a., terwijl zij daarop geen recht heeft. Elke dag dat die exploitatie voortduurt, maakt Groen-Eco inbreuk op het eigendomsrecht van Ultee e.a. Groen-Eco betaalt bovendien niet voor het stroomgebruik van de laadpalen, terwijl dat stroomgebruik ten laste van Ultee e.a. komt. Weliswaar heeft Groen-Eco aangevoerd dat Ultee e.a. de kosten van elektriciteit via de servicekosten bij haar huurders in rekening brengen, zodat Ultee e.a. per saldo geen schade lijden, maar dat neemt het belang van Ultee e.a. bij verwijdering niet weg. Ultee e.a. hebben er ter zitting op gewezen dat de gebruikers voor het laden van hun auto’s betalen aan Groen-Eco, terwijl zij (als zij huurders van Ultee e.a. zijn) ook voor het stroomverbruik betalen via de servicekosten. Zij betalen dus dubbel, terwijl Ultee e.a. daar geen baat bij hebben. Deze situatie behoeven Ultee e.a. niet te dulden.
4.8.
Groen-Eco heeft erop gewezen dat Ultee e.a. veel tijd hebben laten verstrijken en nu plotseling op stel en sprong van de laadpalen af willen. Op zichzelf heeft Groen-Eco hier een punt. In de periode tussen het afwijzen van het voorstel van Groen-Eco voor een door haar te betalen vergoeding (januari 2021) en de start van het contact dat tot dit kort geding heeft geleid (mei 2025) hadden Ultee e.a. gemakkelijk een bodemprocedure kunnen doorlopen. Dat betekent echter niet dat Ultee e.a. onvoldoende belang hebben bij het treffen van een voorziening in kort geding. Zou die voorziening vanwege dat tijdsverloop worden geweigerd, dan betekent dit dat Groen-Eco nog gedurende de looptijd van een bodemprocedure kan profiteren van de onrechtmatige exploitatie van de laadpalen. Groen-Eco heeft daar ongetwijfeld belang bij, maar dat belang weegt minder zwaar dan het belang van Ultee e.a. om dat tegen te gaan.
4.9.
Ook overigens heeft Groen-Eco onvoldoende aangevoerd om te kunnen vaststellen dat haar belang bij (voorlopig) behoud van de huidige situatie zwaarder moet wegen dan het belang van Ultee e.a. bij het beëindigen van een onrechtmatige inbreuk op haar eigendomsrecht. Dat zij bereid is om een vergoeding te betalen voor de exploitatie, is niet een zodanig belang. Ultee e.a. mogen in beginsel zelf bepalen met wie en tegen welke voorwaarden zij exploitatieovereenkomsten willen sluiten.
4.10.
De voorzieningenrechter komt al met al tot de conclusie dat de vordering tot ontruiming van de percelen toewijsbaar is. Hiertoe zal Groen-Eco een termijn van een week worden gegund. De gevraagde machtiging om deze ontruiming met behulp van de sterke arm zelf te verrichten, is overbodig en wordt daarom niet in het dictum opgenomen. Omdat de ontruiming zo nodig door de deurwaarder verricht kan worden, ziet de voorzieningenrechter geen grond om daarnaast nog een dwangsom op te leggen. In de omstandigheid dat de kosten van een gedwongen ontruiming voor rekening van Groen-Eco komen, ligt voor Groen-Eco een voldoende financiële prikkel besloten om het niet zo ver te laten komen.
inzage in elektriciteitsgebruik
4.11.
Ultee e.a. vorderen daarnaast dat Groen-Eco inzage geeft in het elektriciteitsgebruik van de door haar geëxploiteerde laadpalen op de percelen van Ultee e.a. Zij leggen hieraan ten grondslag dat zij deze inzage nodig hebben om de vergoeding te kunnen bepalen waarop zij stellen recht te hebben. Groen-Eco heeft deze vordering niet gemotiveerd bestreden. Zij heeft verklaard bereid te zijn een vergoeding aan Ultee e.a. te betalen. Het komt de voorzieningenrechter redelijk voor dat Groen-Eco daartoe aan Ultee e.a. de gevraagde gegevens verstrekt. De vordering wordt daarom toegewezen. Aan deze vordering wordt een dwangsom verbonden.
proceskosten
4.12.
Groen-Eco krijgt ongelijk en moet dus in beginsel de proceskosten van eisers vergoeden. De voorzieningenrechter ziet echter aanleiding in dit geval de proceskosten te compenseren. Hij licht dit als volgt toe.
4.13.
Bij dagvaarding hebben Ultee e.a. expliciet gesteld dat zij niet bekend zijn met enige overeenkomst tussen Groen-Eco en de vorige eigenaren van de percelen en dat aan Ultee e.a. bij de koop “
in het geheel geen overeenkomsten [zijn] overgelegd tussen voormalig eigenaar en enige exploitant van de aanwezige laadpalen.” Dit is een onware voorstelling van zaken. Bij conclusie van antwoord heeft Groen-Eco aangevoerd dat Ultee e.a. bij de koop wel degelijk beschikten over de toenmalige exploitatieovereenkomsten en die stelling hebben zij onder andere onderbouwd met de mail van de makelaar van 5 maart 2019. Desgevraagd hebben Ultee e.a. hierover geen opheldering kunnen verschaffen. De voorzieningenrechter concludeert dat Ultee e.a. hebben gehandeld in strijd met de verplichting om de voor de zaak relevante feiten juist en volledig naar voren te brengen (artikel 21 Rv Pro). In dit geval rechtvaardigt deze constatering dat de kosten van dit kort geding voor rekening van Ultee e.a. blijven.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Groen-Eco om binnen één week na betekening van dit vonnis de in 2.1. en 2.2. bedoelde onroerende zaken met al het hare en de haren te ontruimen en ontruimd te houden;
5.2.
veroordeelt Groen-Eco om binnen twee weken na betekening van dit vonnis volledige en controleerbare inzage te geven in het elektriciteitsgebruik van de door Groen-Eco op de in 2.1. en 2.2. bedoelde percelen geëxploiteerde laadpalen over de periode van 13 februari 2020 tot de dag van ontruiming, op straffe van een dwangsom van € 500 voor iedere dag dat Groen-Eco hiermee in gebreke blijft tot een maximum van € 50.000;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
compenseert de proceskosten zodat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025.