Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:12341

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
21 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/705832 / JE RK 25-1786
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging uithuisplaatsing en verlening ondertoezichtstelling minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend voor ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2008. Tijdens de zitting op 25 september 2025 trok de Raad het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in, maar handhaafde het verzoek tot ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling en ouders stonden positief tegenover de ondertoezichtstelling.

De kinderrechter constateerde dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling werd bedreigd door zorgelijk en grensoverschrijdend gedrag, waaronder weglopen en onbereikbaarheid. Vrijwillige hulpverlening bleek onvoldoende, en hoewel de minderjarige positieve ontwikkelingen liet zien bij Schakenbosch, bleef voortgezet toezicht noodzakelijk.

De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht voor de duur van negen maanden en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing werd afgewezen omdat het was ingetrokken. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verzoek machtiging uithuisplaatsing afgewezen en ondertoezichtstelling voor negen maanden verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/705832 / JE RK 25-1786
Datum uitspraak: 25 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen de ouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. A.J.M. Vélu, kantoorhoudende in Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 28 augustus 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 september 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader en zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon B] .
1.3.
De moeder is vanwege familieomstandigheden niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Schakenbosch.
2.3.
Bij beschikking van 3 juli 2025 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 3 juli 2025 tot 3 oktober 2025, is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 3 juli 2025 tot 31 juli 2025 en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.
2.4.
Bij beschikking van 14 juli 2025 is een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van
14 juli 2025 tot 3 oktober 2025 en is het anders of meer verzochte afgewezen.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden, een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van [voornaam minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad heeft ter zitting het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing ingetrokken, het verzoek tot ondertoezichtstelling gehandhaafd en dit als volgt nader toegelicht. [voornaam minderjarige] heeft baat gehad bij de plaatsing bij Schakenbosch. Inmiddels is [voornaam minderjarige] meer met verlof thuis dan dat zij bij Schakenbosch verblijft. De komende periode is het belangrijk dat de jeugdbeschermer in het kader van een ondertoezichtstelling het verloop van het intensieve MDFT-traject zal volgen.
4.2.
De GI heeft ter zitting het verzoek tot ondertoezichtstelling ondersteund en het volgende meegedeeld. Tijdens de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij Schakenbosch hebben geen incidenten plaatsgevonden. Door haar positieve ontwikkeling en vanwege de lange reistijd vanuit Schakenbosch naar school in Rotterdam gaat [voornaam minderjarige] regelmatig met verlof naar huis. [voornaam minderjarige] doet het erg goed. Zij houdt zich aan alle afspraken. Het is dan ook niet nodig om haar plaatsing bij Schakenbosch voort te zetten. Er is wel veel gebeurd in een korte periode. Daarom is het belangrijk om de oorzaak van de problemen duidelijk te krijgen en dat een jeugdbeschermer de situatie in het kader van een ondertoezichtstelling blijft volgen. Ter overbrugging naar de start van MDFT in oktober 2025 wordt de ambulante hulp vanuit Schakenbosch voortgezet. Ook zal een jongerencoach voor [voornaam minderjarige] worden ingezet.
4.3.
Namens de ouders heeft hun advocaat ter zitting aangegeven dat de ouders openstaan voor een ondertoezichtstelling.
4.4.
In aanvulling op het betoog van zijn advocaat heeft de vader mede namens de moeder ter zitting het volgende verklaard. De ouders vinden het fijn dat [voornaam minderjarige] weer thuis kan komen wonen. Zij zijn trots op [voornaam minderjarige] en houden heel veel van haar. De ouders en [voornaam minderjarige] communiceren beter met elkaar en hebben met de ambulante begeleiding afspraken met elkaar gemaakt. De ouders hopen door middel van coaching de situatie nog verder te verbeteren.

5.De beoordeling

Ten aanzien van een ondertoezichtstelling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. In de afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] zorgelijk en grensoverschrijdend gedrag laten zien, waarbij zij zichzelf in onveilige situaties heeft gebracht. In toenemende mate heeft [voornaam minderjarige] zich tegen het gezag van haar ouders en de volwassenen om haar heen afgezet en grenzen overschreden. Zo is zij weggelopen, is zij meerdere nachten onbereikbaar geweest en heeft [voornaam minderjarige] op haar rekening grote geldbedragen op haar rekening ontvangen. [voornaam minderjarige] heeft geen openheid van zaken gegeven. De ouders zijn de grip op [voornaam minderjarige] verloren.
5.3.
Door de complexe problematiek heeft hulpverlening in het vrijwillig kader onvoldoende kunnen bereiken. Vanwege de zorgen heeft [voornaam minderjarige] sinds februari 2025 in meerdere jeugdaccommodaties verbleven. Sinds 10 juli 2025 verblijft [voornaam minderjarige] met een machtiging gesloten jeugdhulp bij Schakenbosch. Op deze plek heeft [voornaam minderjarige] een positieve ontwikkeling laten zien. Het stellen van duidelijke kaders, regels en grenzen lijken [voornaam minderjarige] goed te hebben gedaan. Ook het verlof bij de ouders thuis en haar schoolgang vanuit Schakenbosch naar Rotterdam verlopen positief.
5.4.
Een langere uithuisplaatsing voor [voornaam minderjarige] is niet meer noodzakelijk. Gezien alle gebeurtenissen in de afgelopen periode is het wel van belang dat een jeugdbeschermer de komende periode de ontwikkeling en de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] blijft volgen om te bezien of de positieve ontwikkeling met de inzet van (systemische) hulpverlening zal voortduren.
5.5.
Gelet op al het voorgaande kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van negen maanden.
5.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van een machtiging uithuisplaatsing
5.8.
Nu de Raad het verzoek met betrekking tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing heeft ingetrokken, kunnen de gronden van dat verzoek niet meer worden onderzocht. Daarom zal de kinderrechter dit verzoek afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 25 september 2025 tot 25 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025 door
mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 7 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.