ECLI:NL:RBROT:2025:12329
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking urgentieverklaring woningzoekende
Verzoekster kreeg op medische gronden een urgentieverklaring voor woningzoekenden, die haar voorrang gaf bij het vinden van een geschikte woning. Het college trok deze verklaring in omdat verzoekster meerdere geschikte woningen, waaronder een flatwoning zonder lift, had geweigerd. Verzoekster stelde dat zij de woning niet kon bezichtigen vanwege vakantie en dat de intrekking haar onevenredig hard zou raken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bevoegd was de urgentieverklaring in te trekken, omdat verzoekster wist van de bezichtigingen en geen redelijke inspanning had geleverd om deze te verzetten of te laten bijwonen. Eerder was verzoekster al gewaarschuwd en had het college haar het voordeel van de twijfel gegeven, maar na bijna tien maanden waarin zij meerdere woningen weigerde, was het college niet langer verplicht de belangenafweging in haar voordeel te laten uitvallen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang aanwezig was, maar dat de intrekking evenredig was en het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Verzoekster krijgt haar urgentieverklaring niet terug zolang het bezwaar loopt. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de urgentieverklaring wordt afgewezen.