Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De politie heeft het proces-verbaal naar het CBR gezonden.
4. Op 10 januari 2025 heeft het CBR aan eiser een EMD opgelegd op grond van artikel 131, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) en artikel 17, eerste lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling). Dit omdat eiser weigerde om mee te werken aan een bloedonderzoek en de politie over zijn gedrag, uiterlijke kenmerken, rijgedrag of andere omstandigheden aanvullende gegevens heeft opgenomen in het proces-verbaal.
Conclusie en gevolgen
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Wegenverkeerswet 1994
[…]