Tramhuis Vastgoed vordert betaling van jaarrekeningen voor geleverde elektriciteit en gas aan een bedrijfspand aan een specifiek adres voor de jaren 2021 en 2022. De gedaagde betwist de vordering omdat zij geen huurder was van het betreffende pand en zelf een energiecontract had voor het gehuurde pand aan een ander adres.
De rechtbank stelt vast dat de gedaagde niet gevestigd is op het adres dat vermeld staat op de energienota's en dat zij een eigen contract met Eneco heeft voor het gehuurde pand. Tramhuis Vastgoed heeft onvoldoende gesteld om aan te tonen dat het elektriciteitsverbruik voor het andere adres door de gedaagde moet worden voldaan.
Ten aanzien van het gasverbruik erkent de gedaagde dat er een gezamenlijke gasmeter was, maar betwist zij gas te hebben afgenomen in de relevante jaren. Tramhuis Vastgoed kon dit niet voldoende onderbouwen en heeft geen nadere informatie verstrekt ondanks gelegenheid daartoe.
De rechtbank concludeert dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en wijst deze af. Tramhuis Vastgoed wordt veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde.