Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan acht schuldeisers, waarbij preferente schuldeisers 14,41% en concurrente schuldeisers 7,2% van hun vordering ontvangen. Zeven schuldeisers gingen akkoord, maar LeaseGemak, met een vordering van €1.392,95 (10,4% van de totale schuld), weigerde in te stemmen omdat zij het aanbod te laag vond.
De rechtbank beoordeelde of LeaseGemak in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij werd meegewogen dat de regeling door een onafhankelijke partij was getoetst en goed gedocumenteerd was. Verzoeker ontvangt sinds 2006 een Wajong-uitkering en kan vanwege medische beperkingen geen hoger inkomen genereren, waardoor het aanbod het maximaal haalbare is.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoeker en de andere schuldeisers zwaarder wegen dan die van LeaseGemak. De gedwongen schuldregeling wordt daarom toegewezen, LeaseGemak wordt veroordeeld in de proceskosten en het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.